Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 TV5 TV6

Total questions: 23

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

De uitspraak Memento Mori past bij de Renaissance

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

In welk gebied 'begon' volgens historici de Renaissance?

3.

Renaissance of Middeleeuwen?

a)

Renaissance

b)

Middeleeuwen

4.

Wat betekent het woord expansie

a)

Uitbreiding

b)

Omkoping

c)

Ontdekking

d)

Bekering

5.

Welke twee Europese landen gingen als eerste op ontdekkingsreis?

a)

Spanje en Italië

b)

Spanje en Frankrijk

c)

Spanje en Portugal

d)

Portugal en Griekenland

6.

Een fort met een haven, pakhuizen en woningen langs de nieuw ontdekte kusten van Azië, Afrika en Zuid-Amerika, noemen we ...

(a)  

7.
Question Image

Match het begrip met de juiste beschrijving

a)

Expansie

1.

Uitbreiding

b)

Motief

2.

Reden om iets te doen

c)

Kolonie

3.

Vestigen in een gebied

d)

De Nieuwe Wereld

4.

Naam die gegeven wordt aan het continent Amerika

e)

Plantage

5.

Plek waar gewassen worden verbouwd, vaak door slaven

8.
Question Image

Koppel het geloof aan de regio waar het het meest populair is

a)

Anglicisme

1.

Engeland

b)

Katholiek

2.

Spanje, Italië (en meer)

c)

Lutheranisme

3.

Scandinavië en Noord-Duitsland

d)

Calvinisme

4.

Nederland, Zuid-Frankrijk en Schotland

9.

De wereldlijke macht van de paus hoort bij..

a)

Katholiek

b)

Protestant

10.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

11.
Question Image

Match the following

a)

Beeldenstorm

1.

Vernieling in Katholieke Kerken door Nedelrandse protestanten

b)

Gewest

2.

Soort provincie

c)

Soeverein

3.

Degene met de hoogste macht

d)

Onafhankelijk

4.

Proces van loskomen van een overheerser/moederland

e)

Unie van Utrecht

5.

Samenwerkingsverbond van gewesten tegen Spanje

12.

In de Unie van Utrecht werd vastgelegd dat men religieuze zaken per gewest kon regelen

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Welk begrip past bij het bij dit plaatje?

(a)  

14.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)

wereldstad

b)

beurs

c)

multinational

d)

stapelmarkt

15.

Teken een handelsroute van de VOC

16.

Teken een handelsroute van de WIC (driehoekshandel)

17.

Wat maakte de Republiek politiek gezien niet bijzonder?

a)

Er was geen democratie

b)

Burgers waren machtig

c)

Er was geen koning

d)

De Republiek werd bestuurd door verschillende gewesten

18.

Welke twee groepen mensen vluchtten vooral in de 17e eeuw naar de Republiek en waarom?

a)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:godsdienst) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

b)

Katholieke vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:geloof) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

c)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het Zuiden (reden:geloof) en Franse handelaren (reden:oorlog en handel)

d)

Seizoensarbeiders uit het Heilige Roomse Rijk (nu Duitsland) en Engelse handelaren (reden:Acte van Navigatie)

19.

Check door de tijd heen:

Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde. Ze horen allemaal bij een kenmerkend aspect uit de zestiende of zeventiende eeuw

a)

Ontdekking van Amerika van Columbus

b)

Luther hamert zijn stellingen waarin hij het Katholieke geloof bekritiseert aan de muur

c)

Alva wordt na de beeldenstorm met een leger naar de Nederlanden gestuurd

d)

De VOC pleegt genocide op de Banda-eilanden voor de handel op Nootmuskaat

e)

Johannes Vermeer schildert portretten van burgers in Delft tijdens de culturele bloei van de Republiek

1)
2)
3)
4)
5)
20.

Wat is absolutisme?

a)

De vorst heeft niets te zeggen

b)

De vorst zijn wil is wet, hij moet naar niemand luisteren

c)

De vorst zijn macht is gebonden aan het parlement

d)

De vorst heeft een ceremoniële functie

21.

Een regeringsvorm waar de koning zich aan de wet diende te houden..

(a)  

22.

Manier van onderzoeken waar waarnemingen centraal staan

(a)  

23.

Check H5 en H6:

Match de persoon met het kenmerkend aspect

a)

Lodewijk XIV

1.

streven van vorsten naar absolute macht

b)

Johannes Calvijn

2.

Protestantse reformatie die de splitsing van de kerk tot gevolg had

c)

Cristoffel Columubs

3.

Europese overzeese expansie

d)

Johan van Oldenbarnevelt (raadspensionaris van de Republiek)

4.

bijzondere plaats in staatkundig opzicht van de Republiek

e)

Jan Pieterszoon Coen (goeverneur van de VOC)

5.

Wereldwijde handelscontacten en handelskapitalisme