wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V4 BECO H4 Verzekeringen Quiz

Total questions: 82

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het doel van een verzekering?

a)

Het genereren van winst

b)

Het beschermen tegen onzekerheid

c)

Het verhogen van belasting

d)

Het stimuleren van consumptie

2.

Wat is een schadeverzekering?

a)

Een verzekering die uitkeert bij overlijden

b)

Een verzekering afhankelijk van de geleden schade

c)

Een verzekering voor onroerend goed

d)

Een verzekering voor reisannulering

3.

Wat is een sommenverzekering?

a)

Een verzekering die alleen uitkeert bij schade

b)

Een verzekering die uitkeert bij overlijden

c)

Een verzekering die uitkeert bij schade aan goederen

d)

Een verzekering die uitkeert bij verlies van inkomen

4.

Wat wordt onder 'verzekerde som' verstaan?

a)

Het bedrag dat je moet betalen voor de verzekering

b)

Het maximumbedrag dat de verzekeraar uitkeert

c)

De totale schade van een gebeurtenis

d)

Het bedrag dat door de overheid wordt vergoed

5.

Welke verzekering dekt schade door brand?

a)

Transportverzekering

b)

Bedrijfsschadeverzekering

c)

Brandverzekering

d)

Lijfrenteverzekering

6.

Wat dekt een kredietverzekering?

a)

Schade door inbraak

b)

Het niet kunnen innen van uitstaande vorderingen

c)

Schade door storm

d)

Persoonlijke aansprakelijkheid

7.

Wat is een exportkredietverzekering?

a)

Dekt schade door brand bij exportbedrijven

b)

Dekt het niet kunnen innen van vorderingen bij buitenlandse klanten

c)

Dekt schade aan goederen tijdens transport

d)

Dekt juridische kosten bij exportgeschillen

8.

Wat is het verschil tussen commercieel en politiek risico in een exportkredietverzekering?

a)

Commercieel risico is gerelateerd aan de overheid

b)

Politiek risico is gerelateerd aan de klant

c)

Commercieel risico is het risico dat de klant niet betaalt

d)

Politiek risico is het risico van verlies door concurrentie

9.

Wat is herverzekering?

a)

Het beëindigen van een verzekering

b)

Het opnieuw verzekeren van een risico

c)

Het verhogen van de verzekeringspremie

d)

Het uitsluiten van bepaalde schade

10.

Wat dekt een productaansprakelijkheidsverzekering?

a)

Schade aan de verzekeraar

b)

Schade door een defect product

c)

Verlies van inkomen

d)

Schade aan onroerend goed

11.

Wat dekt een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering?

a)

Schade aan je eigen eigendommen

b)

Schade die je aan anderen toebrengt

c)

Schade door ongevallen

d)

Schade door natuurrampen

12.

Wat is een rechtsbijstandverzekering?

a)

Dekt schade aan auto's

b)

Biedt juridische ondersteuning

c)

Dekt medische kosten

d)

Dekt schade aan woningen

13.

Wat is een verzekeringsbreuk?

a)

De verhouding tussen de verzekerde som en de werkelijke waarde

b)

Het totaal aan schade dat wordt vergoed

c)

De hoogte van de premie

d)

De looptijd van de verzekering

14.

Wat is het gevolg van oververzekering?

a)

Geen schadevergoeding ontvangen

b)

Hogere premies betalen

c)

De verzekeraar keert meer uit dan de werkelijke schade

d)

Lagere premies betalen

15.

Wat is een lijfrenteverzekering?

a)

Een verzekering die uitkeert bij overlijden

b)

Een verzekering met periodieke uitkeringen

c)

Een verzekering voor schade aan voertuigen

d)

Een verzekering voor medische kosten

16.

Wat is een koopsom in de context van levensverzekeringen?

a)

Periodieke betalingen

b)

Een eenmalige betaling

c)

Een maandelijkse premie

d)

Een belastingvoordeel

17.

Wat is een compagnonsverzekering?

a)

Een verzekering voor ondernemers

b)

Een verzekering voor werknemers

c)

Een verzekering voor vennoten in een bedrijf

d)

Een verzekering voor zelfstandigen

18.

Wat houdt permanente educatie in?

a)

Het volgen van vakantiecursussen

b)

Het leren van nieuwe technieken en methoden

c)

Het behalen van een diploma

d)

Het veranderen van beroep

19.

Wat betekent sparen?

a)

Geld uitgeven aan consumptie

b)

Geld reserveren voor de toekomst

c)

Geld investeren in aandelen

d)

Geld lenen van de b

20.

Wat betekent sparen?

a)

Geld uitgeven aan consumptie

b)

Geld reserveren voor de toekomst

c)

Geld investeren in aandelen

d)

Geld lenen van de bank

21.

Wat is een risico van sparen?

a)

Vermindering van de rente

b)

Faillissement van de bank

c)

Hogere belasting

d)

Verlies van werk

22.

Wat is AOW?

a)

Een verzekering voor zelfstandigen

b)

Een sociale uitkering voor ouderen

c)

Een type levensverzekering

d)

Een pensioenregeling voor werknemers

23.

Wat is verplicht sparen?

a)

Sparen zonder rente

b)

Sparen via een pensioenfonds

c)

Sparen zonder dat het verplicht is

d)

Sparen voor een huis

24.

Wat is een deposito?

a)

Geld dat je direct kunt opnemen

b)

Geld dat voor een bepaalde periode vaststaat

c)

Geld dat je kunt investeren in aandelen

d)

Geld dat je kunt lenen

25.

Wat zijn financieringskosten?

a)

Kosten voor het sparen

b)

Kosten voor het lenen van geld

c)

Kosten voor het investeren

d)

Kosten voor het verzekeren

26.

Wat is een doorlopend krediet?

a)

Een lening die in één keer moet worden terugbetaald

b)

Een lening met een maximaal opneembaar bedrag

c)

Een lening voor onroerend goed

d)

Een lening zonder rente

27.

Wat is een persoonlijke lening?

a)

Een lening die je in termijnen terugbetaalt

b)

Een lening die je in één keer opneemt

c)

Een lening met variabele rente

d)

Een lening die nooit hoeft te worden terugbetaald

28.

Wat is koop en verkoop op afbetaling?

a)

Directe betaling bij aankoop

b)

Betaling in termijnen met eigendomsoverdracht bij levering

c)

Betaling na levering

d)

Geen betaling vereist

29.

Wat is huurkoop?

a)

Betaling in één keer

b)

Eigendomsoverdracht na laatste termijnbetaling

c)

Directe eigendomsoverdracht

d)

Geen betaling vereist

30.

Wat is private lease?

a)

Maandelijks betalen voor gebruik zonder eigendom

b)

Een lening voor de aankoop van een auto

c)

Betaling in termijnen met eigendomsoverdracht

d)

Geen maandlasten

31.

Wat betekent rood staan?

a)

Geld lenen bij de bank

b)

Geld sparen voor later

c)

Een negatieve balans op je rekening

d)

Investeren in aandelen

32.

Wat is een kredietvorm voor duurzame consumptiegoederen?

a)

Doorlopend krediet

b)

Persoonlijke lening

c)

Huurkoop

d)

Alle bovenstaande

33.

Wat is het doel van een levensverzekering?

a)

Financiële ondersteuning bij schade

b)

Uitkering bij overlijden of leven

c)

Dekking van bedrijfsschade

d)

Dekkingen bij schade aan goederen

34.

Wat is een kenmerk van een lijfrenteverzekering?

a)

Eenmalige uitkering

b)

Periodieke uitkeringen

c)

Geen uitkeringen

d)

Alleen voor ouderen

35.

Wat is het kapitaaldekkingsstelsel?

a)

Systeem voor belastingheffing

b)

Systeem voor pensioenopbouw

c)

Systeem voor kredietverlening

d)

Systeem voor sparen

36.

Wat is het gevolg van onderverzekering?

a)

Volledige schadevergoeding

b)

Geen schadevergoeding

c)

Lagere schadevergoeding

d)

Hogere premie

37.

Wat is de rol van de overheid bij AOW?

a)

Uitzetten van leningen

b)

Betalen van uitkeringen aan ouderen

c)

Beheren van pensioenfondsen

d)

Verhogen van premies

38.

Wat is een voordeel van vrijwillig pensioensparen?

a)

Fiscale faciliteiten mogelijk

b)

Geen risico op verlies

c)

Altijd gegarandeerde uitkeringen

d)

Geen premiebetalingen nodig

39.

Wat is een kenmerk van een persoonlijke lening?

a)

Terugbetaling in maandelijkse termijnen

b)

Het hele bedrag wordt in één keer opgenomen

c)

Flexibele terugbetaling

d)

Mogelijkheid tot hergebruik van afgeloste bedragen

40.

Wat is de functie van een verzekeringsovereenkomst?

a)

Bepalen van de premies

b)

Vastleggen van verplichtingen van beide partijen

c)

Beschermen tegen financiële risico's

d)

Bepalen van de looptijd

41.

Wat is het doel van een bedrijfsschadeverzekering?

a)

Dekkingen bij brand

b)

Dekkingen bij inbraak

c)

Dekkingen bij tijdelijke stilstand van h

42.

Wat is het doel van een bedrijfsschadeverzekering?

a)

Dekkingen bij brand

b)

Dekkingen bij inbraak

c)

Dekkingen bij tijdelijke stilstand van het bedrijf

d)

Dekkingen bij overlijden van de eigenaar

43.

Wat is imaginaire winst?

a)

Te verwachten winst die verloren gaat door schade

b)

Winst die is gerealiseerd

c)

Winst die niet is geboekt

d)

Winst van de vorige jaren

44.

Wat zijn de voordelen van sparen bij een bank?

a)

Hoge rentepercentages

b)

Veiligheid van het spaargeld

c)

Directe toegang tot investeringen

d)

Geen risico op inflatie

45.

Wat is de belangrijkste reden voor het sluiten van een pensioenverzekering?

a)

Dekkingen bij schade

b)

Financiële zekerheid bij ouderdom

c)

Dekkingen bij overlijden

d)

Dekkingen bij ziekte

46.

Wat is het verschil tussen een lijfrente en een koopsom?

a)

Beide zijn hetzelfde

b)

Lijfrente is periodiek, koopsom is eenmalig

c)

Koopsom is goedkoper

d)

Lijfrente biedt geen zekerheid

47.

Wat zijn de gevolgen van inflatie voor sparen?

a)

Verhoging van de rente

b)

Vermindering van de koopkracht

c)

Verhoging van de spaarpremies

d)

Verhoging van het spaarsaldo

48.

Wat is een kenmerk van een kredietlimiet?

a)

Het maximum bedrag dat je kunt lenen

b)

De rente op de lening

c)

De looptijd van de lening

d)

De premie voor de verzekering

49.

Wat is het belangrijkste risico van een doorlopend krediet?

a)

Verlies van eigendom

b)

Hoge rente bij langdurige schuld

c)

Geen terugbetalingsmogelijkheden

d)

Directe aflossing vereist

50.

Wat is een uitkering bij overlijden?

a)

Een terugbetaling van de premie

b)

Een uitkering aan de nabestaanden

c)

Een belastingvoordeel

d)

Een tijdelijke lening

51.

Wat is de functie van een schade-uitkering?

a)

Compensatie van de verzekeringspremie

b)

Compensatie voor geleden schade

c)

Verhoging van het spaarsaldo

d)

Verhoging van de rentetarieven

52.

Wat zijn de fiscale voordelen van een lijfrenteverzekering?

a)

Geen belastingbetalingen

b)

Hogere premies

c)

Fiscale aftrekken van premies

d)

Verhoogde uitkeringen

53.

Wat is de rol van de verzekeraar?

a)

Bepalen van de rente

b)

Risico's dekken en schade vergoeden

c)

Uitvoeren van juridische zaken

d)

Beheren van pensioenfondsen

54.

Wat is het effect van onderverzekering?

a)

Hogere premies

b)

Lagere uitkering bij schade

c)

Volledige vergoeding

d)

Geen dekking

55.

Wat houdt een kredietaanvraag in?

a)

Directe betaling

b)

Verzoek om een lening

c)

Verzekeren van goederen

d)

Aanvraag voor pensioen

56.

Wat is een belangrijk kenmerk van private lease?

a)

Eigendomsoverdracht bij betaling

b)

Gebruik zonder eigendom

c)

Eenmalige betaling

d)

Hogere maandlasten

57.

Wat is het risico van een kredietkaart?

a)

Geen kredietlimiet

b)

Vast bedrag per maand

c)

Hoge rente en schulden

d)

Directe betaling vereist

58.

Wat is de functie van een pensioenfonds?

a)

Sparen voor een huis

b)

Financiële zekerheid bij pensioen

c)

Dekkingen bij overlijden

d)

Dekkingen bij arbeidsongeschiktheid

59.

Wat is een verplicht pensioen?

a)

Een pensioen dat je zelf betaalt

b)

Een pensioen dat de werkgever betaalt

c)

Een pensioen dat wettelijk verplicht is

d)

Een pensioen dat je alleen krijgt bij overlijden

60.

Wat is de rol van de overheid in de AOW?

a)

Uitzetten van leningen

b)

Betalen van uitkeringen aan gepensioneerden

c)

Beheren van pensioenfondsen

d)

Verhogen van premies

61.

Wat betekent 'sparen voor later'?

a)

Geld uitgeven aan consumptie

b)

Geld reserveren voor de toekomst

c)

Investeren in aandelen

d)

Geld lenen van de bank

62.

Wat is het belangrijkste doel van een verzekering?

a)

Financiële bescherming bij schade

b)

Genereren van winst

c)

Vermijden van belasting

d)

Investeren in aandelen

63.

Wat is een belangrijk kenmerk van schadeverzekeringen?

a)

Dekkingen bij overlijden

b)

Dekkingen voor levenslange uitkeringen

c)

Dekkingen bij schade aan eigendommen

d)

Dekkingen voor inkomensverlies

64.

Wat houdt het kapitaaldekkingsstelsel in?

a)

Lenen voor de toekomst

b)

Directe betaling aan de overheid

c)

Sparen voor pensioen via beleggingen

d)

Dekkingen bij overlijden

65.

Wat is een voordeel van een persoonlijke lening?

a)

Flexibiliteit in terugbetaling

b)

Het volledige bedrag in één keer ontvangen

c)

Lagere rente

d)

Geen aflossingen nodig

66.

Wat zijn de gevolgen van faillissement van de bank?

a)

Verlies van spaargeld boven een bepaalde grens

b)

Hogere rente

c)

Verlies van eigendom

d)

Verlies van aandelen

67.

Wat is de definitie van rente?

a)

Het bedrag dat je moet terugbetalen

b)

De vergoeding voor het lenen van geld

c)

Het bedrag dat je spaart

d)

De belasting op sparen

68.

Wat is de functie van een schade-uitkering?

a)

Verhogen van het spaarsaldo

b)

Compensatie voor geleden schade

c)

Verhoging van de premies

d)

Compensatie van de verzekeringspremie

69.

Wat zijn de voordelen van een rechtsbijstandverzekering?

a)

Dekkingen bij schade

b)

Juridische ondersteuning bij geschillen

c)

Hogere uitkeringen

d)

Lagere premies

70.

Wat is een belangrijk kenmerk van een koopsom?

a)

Periodieke betalingen

b)

Eenmalige betaling bij afsluiten

c)

Geen dekking

d)

Lagere uitkeringen

71.

Wat betekent 'oververzekering'?

a)

Te weinig dekking hebben

b)

Een te hoge premie betalen

c)

Verzekerde som is hoger dan de werkelijke waarde

d)

Geen schadevergoeding ontvangen

72.

Wat is een kenmerk van een transportverzekering?

a)

Dekt schade aan gebouwen

b)

Dekt schade aan goederen tijdens transport

c)

Dekt schade door brand

d)

Dekt schade aan voertuigen

73.

Wat is de rol van een verzekeraar?

a)

Het geven van leningen

b)

Het verhogen van belasting

c)

Het dekken van financiële risico's

d)

Het beheren van vastgoed

74.

Wat is een belangrijk voordeel van vrijwillig pensioensparen?

a)

Geen risico op verlies

b)

Fiscale faciliteiten mogelijk

c)

Altijd gegarandeerde uitkeringen

d)

Geen premiebetalingen nodig

75.

Wat is een risico van een persoonlijke lening?

a)

Geen toegang tot geld

b)

Vaste aflossingen en rente

c)

Geen verzekering

d)

Geen rente

76.

Wat zijn de voordelen van een deposito?

a)

Directe toegang tot geld

b)

Veilige opslag van geld met rente

c)

Geen rente

d)

Lagere kosten

77.

Wat is een belangrijk risico van het lenen van geld?

a)

Onzekerheid over uitkeringen

b)

Verlies van controle over uitgaven

c)

Geen rente betalen

d)

Lagere maandlasten

78.

Wat zijn de gevolgen van onderverzekering?

a)

Volledige schadevergoeding

b)

Lagere schadevergoeding bij schade

c)

Hogere premie

d)

Geen dekking

79.

Wat is een belangrijk kenmerk van een rechtsbijstandverzekering?

a)

Dekkingen bij schade

b)

Juridische ondersteuning bij geschillen

c)

Lagere premies

d)

Hogere uitkeringen

80.

Wat is de rol van een pensioenfonds?

a)

Sparen voor een huis

b)

Financiële zekerheid bij pensioen

c)

Dekkingen bij overlijden

d)

Dekkingen bij arbeidsongeschiktheid

81.

Wat is de functie van een verzekeringsovereenkomst?

a)

Bepalen van de premies

b)

Vastleggen van verplichtingen van beide partijen

c)

Beschermen tegen financiële risico's

d)

Bepalen van de looptijd

82.

Wat is een belangrijk kenmerk van een lijfrenteverzekering?

a)

Eenmalige uitkering

b)

Periodieke uitkeringen tot aan overlijden

c)

Geen uitkeringen

d)

Alleen voor ouderen