WorksheetsZinsontleding
Total questions: 15
Worksheet time: 9mins
zij loopt naar het station om de trein te halen.
wat is -LOOPT-
Het onderwerp
De persoonsvorm
Het lijdend voorwerp
De hond rent door de tuin.
Wat is -DE HOND-
De persoonsvorm
Het meewerkend voorwerp
Het onderwerp
De leraar legde de leerlingen de opdracht uit.
Wat is -DE LEERLINGEN-
Meewerkend voorwerp
De persoonsvorm
Het onderwerp
Lijdend voorwerp
Zij loopt elke ochtend naar school.
Wat is -LOOPT-
De persoonsvorm
Lijdend voorwerp
Werkwoord
Ik stuur mijn broer een verjaardagskaart.
Wat is -MIJN BROER-
Meewerkend voorwerp
Het onderwerp
Werkwoord
De mooie bloemen staan in de tuin.
wat is -DE MOOIE-
De persoonsvorm
Bijvoeglijk naamwoord
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
De leraar vertelde de klas een interessant verhaal
Wat is -DE KLAS-
Meewerkend voorwerp
Werkwoord
Onderwerpp
De auto start niet meer.
wat is -START-
Meewerkend voorwerp
Zelfstandig naamwoord
Werkwoord
Wat kan je vervoegen in de verleden, tegenwoordige en toekomstige tijd ?
Werkwoord
Meewerkend voorwerp
Lijdend voorwerp
Onderwerp
Hij speelt voetbal met zijn vrienden.
Wat is -HIJ-
Persoonsvorm
Onderwerp
Meewerkend voorwerp
Hij leende zijn vriend wat geld.
Wat is -ZIJN VRIEND-
Meewerkend voorwerp
Lijdend voorwerp
Onderwerp
Wat valt niet onder zinsontleding?
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Grammatica
Meewerkend voorwerp
Ik hoor de muziek in de verte.
Wat is -DE MUZIEK-
Persoonsvorm
Onderwerp
lijdend voorwerp
Mijn vrienden komen vanavond op bezoek
Wat is -MIJN VRIENDEN-
Onderwerp
Persoonsvorm
Lijdend voorwerp
Een zelfstandig naamwoord is meestal ook het ... in de zin...
Persoonsvorm
Lijdend voorwerp
Werkwoord
Onderwerp
