wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brugklas mavo - H4 en H6 (periode 1)

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Van de 27 leerlingen in klas 1F komen er 21 op de fiets naar school.
Hoeveel procent van de leerlingen komt op de fiets naar school?

a)

77,8 %

b)

77,7 %

c)

1,3 %

d)

6 %

2.

Dewi krijgt 15% korting op een t-shirt van 24 euro.
Hoeveel moet Dewi betalen voor het t-shirt?

a)

3,60 euro

b)

1,60 euro

c)

22,40 euro

d)

20,40 euro

3.

Max koopt een horloge van 90 euro.
Bij de kassa krijgt hij een korting van 30%.
Bereken de korting.

a)

27 euro

b)

63 euro

c)

3 euro

d)

87 euro

4.
Een paar laarzen kost 89,95 euro. Tijdens de opruiming krijg je 35% korting.
Hoeveel kosten de laarzen met korting?
a)

31,48 euro

b)

58,47 euro

c)

31,50 euro

d)

58,45 euro

5.

Een basketbalvereniging heeft 571 leden.
Hiervan is 18,6% jonger dan 12 jaar.
Hoeveel leden zijn jonger dan 12 jaar?

a)

68 leden

b)

69 leden

c)

106 leden

d)

107 leden

6.

Sander betaalt 925 euro huur per maand voor zijn woning.
De huurprijs gaat met 5,1% omhoog.
Bereken de nieuwe huurprijs.

a)

181,37 euro

b)

47,18 euro

c)

972,18 euro

d)

930,10 euro

7.

Lukas krijgt op een jas van 129,95 euro een korting van 45%.
Hoeveel moet Lukas voor de jas betalen?

a)

58,48 euro

b)

2,89 euro

c)

71,47 euro

d)

84,95 euro

8.

In een bus zitten 28 vrouwen en 17 mannen.
Hoeveel procent van de passagiers is vrouw?

a)

60,7%

b)

62,2%

c)

37,8%

d)

1,6%

9.

Hoeveel decimalen heeft het getal 10,005?

a)

3 decimalen

b)

2 decimalen

c)

5 decimalen

d)

geen decimalen

10.

Schrijf de eerste vijf veelvouden van 9 op.

a)

1, 3 en 9

b)

9, 18, 27, 36, 45

c)

5, 10, 15, 20, 25

d)

9 heeft geen veelvouden

11.

Is 34 een veelvoud van 3?

a)

Nee, want 34 is niet deelbaar door 3.

b)

Ja, want 34 zit in de tafel van 3.

12.

Schrijf alle oneven getallen tussen 29 en 43 op.

a)

29, 31, 33, 35, 37, 39, 41, 43

b)

31, 33, 35, 37, 39, 41

c)

30, 32, 34, 36, 38, 40, 42

13.

Schrijf alle delers van 12 op.

a)

1 en 12

b)

1, 2, 3, 4, 6 en 12

c)

1, 2, 3, 4, 6, 8 en 12

d)

1, 2, 6 en 12

14.

Schrijf alle delers op van 11.

a)

1 en 11

b)

1, 3 en 11

c)

11, 22, 33 en 44.

d)

11 heeft geen delers.

15.

Waar of niet waar?
1 is een deler van elk geheel getal.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Waar of niet waar?
45 is deelbaar door 9.

a)

waar

b)

niet waar

17.

waar of niet waar?
23 heeft 2 delers.

a)

waar

b)

niet waar

18.

Waar of niet waar?
9 is een deler van 61.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Welke van de volgende getallen zijn priemgetallen?
11, 17, 36 en 73

a)

Alleen 11 is priemgetal.

b)

Allemaal geen priemgetallen.

c)

Alleen 11 en 17 zijn priemgetallen.

d)

11, 17 en 73 zijn priemgetallen.

20.

Is 88 even of oneven?

a)

even

b)

oneven

21.

Is 81 even of oneven?

a)

even

b)

oneven

22.

Rond 48,596 af op een geheel getal.

a)

48

b)

49

c)

48,6

d)

48,60

23.

Rond 68,239 af op 1 decimaal.

a)

68

b)

69

c)

68,2

d)

68,24

24.

Bereken het bedrag op de bon.
Rond af op twee decimalen.

a)

4,33958 euro

b)

4,341 euro

c)

4,34 euro

d)

1,22 euro

25.

Bereken het bedrag op de bon.
Rond af op twee decimalen.

a)

1,99584 euro

b)

2,00 euro

c)

1,236 euro

d)

1,24 euro

26.

Voor het vak biologie gaan 218 brugklassers en 15 begeleiders naar de dierentuin.
In een bus kunnen 51 passagiers. Hoeveel bussen zijn er nodig?

a)

4 bussen

b)

5 bussen

c)

3 bussen

d)

6 bussen

27.

Mariska koopt een brood van 1,68 euro en een taart van 7,25 euro.
Ze betaalt contant. Hoeveel moet Mariska betalen?

a)

5,57 euro

b)

8,90 euro

c)

8,93 euro

d)

8,95 euro

28.

Faya koopt 3,5 kg aardappelen.
De aardappelen kosten 1,17 per kg.
Ze betaalt contant. Hoeveel moet Faya betalen?

a)

4,67 euro

b)

4,095 euro

c)

4,10 euro

d)

4,09 euro

29.

Musab heeft een plank van 420 cm.
Hoeveel plankjes van 50 cm kan hij hieruit zagen?

a)

7 plankjes

b)

8 plankjes

c)

9 plankjes

d)

6 plankjes

30.

Sana heeft 4,35 euro in haar portemonnee.
Hoeveel zakjes snoep van 75 cent kan ze kopen?

a)

5,8

b)

6

c)

5

d)

5,5

31.

Is de tabel een verhoudingstabel?

a)

De tabel is geen verhoudingstabel.

b)

De tabel is wel een verhoudingstabel.

32.

Is de tabel een verhoudingstabel?

a)

Ja, de tabel is een verhoudingstabel.

b)

Nee, de tabel is geen verhoudingstabel.

33.

Welke inkomstentabel is een verhoudingstabel?

a)

Alleen van Mila.

b)

Alleen van Sedef.

c)

Van Mila en Sedef.

d)

Allebei geen verhoudingstabellen.

34.

Waar zijn de fijnschrijvers in verhouding het voordeligst?

a)

Bij kantoorboekhandel 'Erasmus' zijn de fijnschrijvers het voordeligst.

b)

Bij kantoorboekhandel 'to the point' zijn de fijnschrijvers het voordeligst.

c)

Het maakt niet uit, waar je de fijnschrijvers koopt, ze zijn even duur.

35.

Voor 12 pakjes drinken betaal je 6 euro.
Hoeveel betaal je voor 7 pakjes drinken?

a)

14 euro

b)

3 euro

c)

10,29 euro

d)

3,50 euro