Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 4

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Van wanneer tot wanneer was de 'Tijd van steden en staten'?

a)

500 - 1000

b)

1000 - 1500

c)

500 - 1500

d)

0 - 1000

2.

Welk begrip wordt hier beschreven?

"Het land werd verdeeld in drie stukken. Het eerste stuk werd bezaaid voor oogst in de lente. Het tweede stuk werd bezaaid voor oogst in de herfst. Het derde stuk land kreeg een jaar om te rusten. "

a)

jaarmarkt

b)

keerploeg

c)

drieslagstelsel

d)

domeinstelsel

3.

Op welke DRIE plekken ontstonden vooral steden?

a)

Bij een kruispunt

b)

In de bergen

c)

Bij een rivier

d)

Bij een bos

e)

Bij een burcht (kasteel)

4.

In de Middeleeuwse steden woonden veel mensen die niet van adel of geestelijk waren, hen noemen we:

(a)  

5.

Waar en wanneer ontstonden de gilden?

a)

In het begin van de middeleeuwen, op het platteland

b)

In het begin van de middeleeuwen, op zee

c)

Op het einde van de middeleeuwen, op het platteland

d)

In het begin van de middeleeuwen, in de stad

e)

Op het einde van de middeleeuwen, in de stad

6.

Wat was een gilde?

a)

Een club van vooraanstaande mensen

b)

Een beroepsvereniging (soort vakbond)

c)

Het bestuur van een stad

d)

De verzekering van mensen in de middeleeuwen

7.

Welk begrip wordt omschreven?

"Vereniging van samenwerkende Noordwest-Europese handelssteden, die in de 14e en 15e eeuw op zijn machtigst waren."

a)

bedevaart

b)

centraal bestuur

c)

Hanze

d)

kruistocht

8.

Welk begrip wordt hier omschreven?

"Een poging van christelijke legers (van 1096 tot 1270) om Jeruzalem in Palestina in bezit te krijgen."

a)

bedevaart

b)

centraal bestuur

c)

Hanze

d)

kruistocht

9.

Tijdens de late middeleeuwen start de ruzie tussen de paus en de vorsten (de investituurstrijd).

Over de benoeming van welke baan start deze ruzie?

(één woord)

(a)  

10.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

Ibn al-Athir (1160-1233), historicus

'Van de twee mobiele torens die de Franken hadden gebouwd stond er één in het zuiden van de kant van Sion, en één aan de andere kant in het noorden.

De moslims slaagden erin de eerste in brand te steken en iedereen die zich hierin bevond te doden. Nauwelijks was de vernieuwing van deze toren echter voltooid of daar kwam een boodschapper die om hulp riep, omdat de stad aan de andere kant was overmeesterd.'

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

12.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

Oorkonde van het stadsrecht van Utrecht

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

13.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

14.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

urbanisatie

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

15.

Wat wordt er bedoeld met Oosters schisma?

a)

De scheiding tussen katholieken en prostestanten

b)

Het uiteenvallen van de kerk tussen katholieken en islam

c)

het uiteenvallen van de kerk tussen katholieken en oosters-orthodoxen

d)

De scheiding tussen katholieken en heidenen

16.

Wat is een reden van de steeds meer stijgende opbrengst van de landbouw.

a)

Ze kregen een tractor

b)

Meer mensen gingen in de landbouw werken

c)

Het klimaat koelde af

d)

Betere landbouwtechnieken

17.

Bij welke kenmerkend aspect hoort deze bron?

Een Spaanse kroniek uit de dertiende eeuw:

'Het moet bekend zijn dat een van de grootste daden die sinds het ontstaan van de wereld tot heden gebeurd zijn, de veldslag is die onze hoogedele koning Alfons van Castilië gewonnen heeft bij Las Navas de Tolosa. Naar schatting hebben de onzen bijna 200.000 Moren gedood. Aan onze kant zijn nauwelijks 25 soldaten gesneuveld.'

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

18.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

De reis naar Cannossa van keizer Hendrik IV (naar de paus)

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

19.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

primaat

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

20.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

concilie

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

21.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

reconquista

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

22.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

schutterij

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

23.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

keurvorsten

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie

24.

Bij welk kenmerkend aspect hoort dit begrip?

wisselbrief

a)

de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving .

b)

de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.

c)

het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.

d)

de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten.

e)

het begin van staatsvorming en centralisatie.

25.

Welk gevolg had dit stelsel voor de landbouwopbrengsten?

a)

die namen af door verdeling van het land

b)

die namen toe door de inzet van meer mensen

c)

die namen af door de wisseling van gewassen

d)

die namen toe door de wisseling van gewassen

26.

Wat wordt er bedoeld met stedelijke specialisatie?

a)

Het ontstaan van ambachten + handel in steden

b)

het ontstaan van een eigen rol van steden

c)

het verdwijnen van stedelijke netwerken

d)

het verdwijnen van ambachten + handel in steden

27.

Welk gevolg had de urbanisatie voor de domeinen?

a)

de herendiensten werden uitgebreid

b)

de herendiensten werden verminderd

c)

de domeinen groeiden

d)

de domeinen verdwenen

28.

De koning van Frankrijk stichtte kroondomeinen om:

a)

aan eigen inkomsten te komen

b)

aan eigen land te komen

c)

aan eigen onderdanen te komen

d)

aan eigen grondstoffen te komen

29.

Het aanstellen van ambtenaren zijn een voorbeeld van centralisatie omdat:

a)

ambtenaren onderdanen zijn

b)

ambtenaren beter worden betaald

c)

ambtenaren een leen beter besturen

d)

ambtenaren beter opgeleid zijn

30.

Privileges zijn een voorbeeld van:

a)

Verzet tegen centralisatie

b)

uniformering

c)

centralisatie

d)

verzet tegen particularisme

31.

De inquisitie vervolgde (meerdere antwoorden):

a)

Ketters

b)

Leken

c)

Heksen

d)

Schepenen

e)

Gilde

32.

In welke plaats ontstond in de late middeleeuwen een bloeiende lakenindustrie?

a)

Baltische staten

b)

Vlaanderen

c)

Wallonië

d)

Noord-Italië

e)

Zuid-Italië

33.

In welke plaats kwamen in de late middeleeuwen de eerste banken op die geld uitleenden, wisselden en bewaarden?

a)

Baltische staten

b)

Vlaanderen

c)

Wallonië

d)

Noord-Italië

e)

Zuid-Italië