wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taaldenken Thema 2

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de lidwoorden in de volgende zin?

Op de grond ligt een druppel.

a)

een

het

b)

de

het

c)

de

een

d)

de

de

2.

Welk woord is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin?

Jij hebt een paar dozen.

a)

jij

b)

hebt

c)

een

d)

dozen

3.

Welke woorden zijn de zelfstandige naamwoorden in de volgende zin?

Drinkt papa appelsap.

a)

papa

appelsap

b)

drinkt

appelsap

c)

papa

drinkt

d)

appelsap

4.

Welk zelfstandige naamwoord staat in het meervoud in de volgende zin?

De das heeft strepen op zijn hoofd.

a)

das

b)

strepen

c)

hoofd

d)

heeft

5.

Welk zelfstandig naamwoord staat in het enkelvoud in de volgende zin?

De eekhoorn heeft grote ogen.

a)

ogen

b)

grote

c)

eekhoorn

d)

de

6.

Welke woorden zijn eigennamen in de volgende zin?

Kobe en Linne knutselen een dierentuin.

a)

Kobe

b)

knutselen

c)

dierentuin

d)

Linne

7.

Waarom gebruik je hier een verkleinwoord?

Mijn hond is een knuffelbeertje!

Ik wil vertellen dat:

a)

mijn hond lief is.

b)

mijn hond klein is.

c)

mijn hond niet belangrijk is.

d)

mijn hond niet leuk is.

8.

Waarom gebruik je hier een verkleinwoord?

Je hond at je huiswerk niet op, mevrouwtje!

Ik wil vertellen dat:

a)

de mevrouw lief is.

b)

de mevrouw klein is.

c)

de mevrouw niet belangrijk is.

d)

de mevrouw iets doet wat ik niet leuk vind.

9.

Waarom gebruik je hier een verkleinwoord?

Niet boos zijn op de hond, het is maar een plasje.

Ik wil vertellen dat:

a)

de plas lief is.

b)

de plas klein is.

c)

de plas niet belangrijk is.

d)

de plas niet leuk is.

10.

Waarom gebruik je hier een verkleinwoord?

Dat is een mooi hondje.

Ik wil vertellen dat:

a)

de hond lief is.

b)

de hond klein is.

c)

de hond niet belangrijk is.

d)

de hond niet leuk is.

11.

Welk woord betekent hetzelfde als het onderstreepte woord?

Mo is stil aan het hoesten.

a)

de eeuw

b)

opsporen

c)

het sleutelwoord

d)

kuchen

12.

Welk woord betekent hetzelfde als het onderstreepte woord?

Ken je een waterdier dat meer dan honderd jaar oud wordt?

a)

de eeuw

b)

opsporen

c)

het sleutelwoord

d)

kuchen

13.

Welk woord betekent hetzelfde als het onderstreepte woord?

De boswachter zoekt en vindt de wolf achter de boom.

a)

de eeuw

b)

opsporen

c)

het sleutelwoord

d)

kuchen

14.

Welk woord betekent hetzelfde als het onderstreepte woord?

Dat is het belangrijkste woord uit de tekst over de wolf.

a)

de eeuw

b)

opsporen

c)

het sleutelwoord

d)

kuchen

15.

Geef het tegengestelde van het volgende woord:

het briesje

a)

de prooi

b)

normaal

c)

behaard

d)

de harde wind

16.

Geef het tegengestelde van het volgende woord:

wonderlijk

a)

de prooi

b)

normaal

c)

behaard

d)

de harde wind

17.

Geef het tegengestelde van het volgende woord:

naakt

a)

de prooi

b)

normaal

c)

behaard

d)

de harde wind

18.

Geef het tegengestelde van het volgende woord:

het roofdier

a)

de prooi

b)

normaal

c)

behaard

d)

de harde wind

19.

Vul het juiste woord in.

De hyena’s zijn hun prooi aan het.....

a)

bedreigd

b)

de ontmoeting

c)

onvermoeibaar

d)

oppeuzelen

20.

Vul het juiste woord in.

Het jachtluipaard blijft maar lopen, het is.......

a)

bedreigd

b)

de ontmoeting

c)

onvermoeibaar

d)

oppeuzelen

21.

Vul het juiste woord in.

Er zijn nog maar weinig wolven in België, ze zijn........

a)

bedreigd

b)

de ontmoeting

c)

onvermoeibaar

d)

oppeuzelen

22.

Vul het juiste woord in.

De .................................... tussen de twee tijgers was heftig.

a)

bedreigd

b)

de ontmoeting

c)

onvermoeibaar

d)

oppeuzelen

23.

Als je je iets niet aantrekt, dan:

a)

wil je geen jas aandoen.

b)

pas je niet meer in je broek of trui.

c)

maak je je er niet druk in.

d)

trek je niet aan de touwen van je jas.

24.

Wat hoort bij de zin?

Tijdens de turnwedstrijd doet Lara er alles aan om een mooie salto te maken.

a)

opsporen

b)

de ontmoeting

c)

je uiterste best doen

d)

het je niet aantrekken

25.

Welke dieren zijn roofdieren?

a)

b)

c)

d)