NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsUnit 2 New interface vocab 2.1
Total questions: 14
Worksheet time: 28mins
Name
Class
Date
1.
Awesome
a)
Goed
b)
Leuk
c)
Geweldig
d)
Verschrikkelijk
2.
(to) choose
a)
uitslapen
b)
kiezen
c)
rijden
d)
koos
3.
Example
a)
Examen
b)
Voorbeeld
c)
Een sample
d)
Extra
4.
Guest
a)
Een missie
b)
Gokken
c)
Raden
d)
Gast
5.
Holidays
a)
Vakantie
b)
Fijne dagen
c)
Vrij
d)
Een weekje weg
6.
Important
a)
Importeren
b)
Geïmporteerd
c)
Belangrijk
d)
Niet belangrijk
7.
(to) learn
a)
leunen
b)
legen
c)
laden
d)
leren
8.
(to) Listen to
a)
luisteren
b)
luisteren naar
c)
luisteren tot
d)
luisteren voor
9.
People
a)
Mensen
b)
Personen
c)
Gasten
d)
Kinderen
10.
(to) practise
a)
trainen
b)
oefenen
c)
leren
d)
spelen
11.
price
a)
geld
b)
trofee
c)
prins
d)
prijs
12.
(to) use
a)
verbruiken
b)
verspillen
c)
verlenen
d)
gebruiken
13.
way
a)
weg
b)
manier
c)
waarom
d)
zwaaien
14.
young
a)
gym
b)
jong
c)
zingen
d)
jongeren
Reset
