WorksheetsKracht Quiz
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Wat gebeurt er als een voertuig remt?
Het voertuig versnelt.
Het voertuig verandert van richting.
Het voertuig vertraagt.
Het voertuig blijft stil.
Wat is een gevolg van een kracht die op een bewegend voorwerp wordt uitgeoefend?
Het voorwerp blijft met dezelfde snelheid bewegen.
Het voorwerp stopt onmiddellijk.
Het voorwerp verandert van richting.
Het voorwerp wordt zwaarder.
Wat gebeurt er met een voorwerp als er geen kracht op wordt uitgeoefend?
Het voorwerp blijft in beweging of blijft stil.
Het voorwerp verandert van vorm.
Het voorwerp valt naar beneden.
Het voorwerp versnelt altijd.
Wat is een voorbeeld van een kracht die je niet kunt zien?
Zwaartekracht
Spierkracht
Wrijvingskracht
Een duwende hand
Wat is een voorbeeld van een kracht die je gebruikt om te lopen?
Zwaartekracht
Spierkracht
Wrijvingskracht
Elektromagnetische kracht
Wat gebeurt er met een voorwerp dat onder invloed van een kracht staat?
Het voorwerp blijft altijd stil.
Het voorwerp kan van bewegingstoestand veranderen.
Het voorwerp kan niet meer bewegen.
Het voorwerp kan alleen maar sneller worden.
Wat is een voorbeeld van elektromagnetische kracht?
Een persoon die een fiets duwt.
Een elektromotor die draait.
Een bal die van een heuvel rolt.
Een boek dat op een tafel ligt.
Wat gebeurt er als je een kracht op een stilstaand voorwerp uitoefent?
Het voorwerp blijft stil.
Het voorwerp gaat bewegen.
Het voorwerp verandert van kleur.
Het voorwerp wordt zwaarder.
Welke kracht zorgt ervoor dat een voorwerp naar beneden valt?
Wrijvingskracht
Spierkracht
Zwaartekracht
Elektromagnetische kracht
Wat kan een kracht met de vorm van een voorwerp doen?
Het voorwerp kan alleen maar groter worden.
Het voorwerp kan vervormen.
Het voorwerp kan verdwijnen.
Het voorwerp kan alleen maar kleiner worden.
Wat is een effect van een kracht op een voorwerp?
Het voorwerp kan alleen maar groter worden.
Het voorwerp kan van richting veranderen.
Het voorwerp kan niet meer bewegen.
Het voorwerp kan alleen maar kleiner worden.
Wat gebeurt er met een voorwerp dat vervormd is door een kracht?
Het voorwerp blijft altijd vervormd.
Het voorwerp kan terugkeren naar zijn oorspronkelijke vorm.
Het voorwerp kan niet meer bewegen.
Het voorwerp wordt altijd zwaarder.
Wat gebeurt er als je een kracht uitoefent op een voorwerp dat al beweegt?
Het voorwerp stopt altijd.
Het voorwerp kan versnellen of van richting veranderen.
Het voorwerp blijft met dezelfde snelheid bewegen.
Het voorwerp wordt altijd zwaarder.
Wat is een voorbeeld van spierkracht?
Een auto die rijdt.
Iemand die een boek optilt.
Een lamp die brandt.
Een bal die rolt.
Wat is de functie van wrijvingskracht?
Het helpt een voorwerp te versnellen.
Het helpt een voorwerp te remmen.
Het zorgt ervoor dat een voorwerp stijgt.
Het zorgt ervoor dat een voorwerp draait.
