wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands A2

Total questions: 23

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Maandag is de eerste dag van de week.

Donderdag is de ___ dag van de week.

a)

tweede

b)

derde

c)

vierde

d)

vijfde

2.

Maandag is de eerste dag van de week.

Wat is de laatste dag van de week?

a)

Dinsdag

b)

Donderdag

c)

Zaterdag

d)

Zondag

3.

Nederland heeft vier seizoenen.

In ___ is er meer zon dan in ___.

a)

de winter, het najaar

b)

het voorjaar, de zomer

c)

de zomer, de herfst

d)

de lente, de zomer

4.

Wat is de vijfde maand van het jaar?

a)

februari

b)

april

c)

mei

d)

augustus

5.

wijn

a)

de

b)

het

6.

verjaardag

a)

de

b)

het

7.

glas

a)

de

b)

het

8.

film

a)

de

b)

het

9.

volgende = ___

a)

previous

b)

first

c)

last

d)

next

10.

thuis = ___

a)

house

b)

home

c)

at home

d)

housing

11.

Welk antwoord is NIET correct?


"Heb je zin om te fietsen?"

a)

Ja, ik heb geen zin.

b)

Ja, leuk.

c)

Nee, ik kan niet.

d)

Nee, dat vind ik niet zo leuk.

12.

Welk antwoord is NIET correct?


"Zullen we voor donderdag een afspraak maken?"

a)

Ja, dat lukt niet.

b)

Ja, dat kan.

c)

Ja, dat is goed.

d)

Ja, goed idee.

13.

Ik woon hier al twintig ___.

a)

jaar

b)

jaren

c)

dag

d)

maand

14.

Adjectief, met of zonder -e?

VOORBEELDEN:

  1. 1. Een prettige vakantie / Een goed idee

  2. 2. Prettige vakantie / Goed idee
    3. De prettige vakantie / Het goede idee

  3. 4. De vakantie is prettig / Het idee is goed

    VRAAG:
    When does the adjective not get the extra -e?

a)
  1. 1. Het-word, indefinite noun

    2. The adjective is behind the noun

b)
  1. 1. Het-word, definite noun

    2. The adjective is behind the noun

c)
  1. 1. De-word, indefinite noun

    2. The adjective is behind the noun

d)
  1. 1. De-word, definite noun

    2. The adjective is behind the noun

15.

Waarom gebruiken we "maar" in de zin "Ga maar zitten."?

a)

Om het vriendelijker te maken.

b)

Om een vraag te stellen.

c)

Om een bevel te geven.

d)

'Maar' is een synoniem voor 'en'.

16.

Welk woord past niet?

Het restaurant, de winkel, de bioscoop, de krant, de kledingzaak, het café

(a)  

17.

Wat is "de man" in het meervoud?




(a)  

18.

Imperatief

Welke is onjuist?

a)

Kijk

b)

Kijk maar even

c)

Kijk even

d)

Kijk even maar

19.

Wat is het voltooid deelwoord van "geven"?

(a)  

20.

Wat is de verleden tijd van "Ik geef"? (imperfectum)

(a)  

21.

Wat is het voltooid deelwoord van "vragen"?

(a)  

22.

Wat is de verleden tijd van "wij vragen"? (imperfectum)

(a)  

23.

Welk woord is GEEN vraagwoord?

a)

waarom

b)

wie

c)

want

d)

waar