wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

voc trajet 2: les fêtes

Total questions: 95

Worksheet time: 2hrs 35mins

Name
Class
Date
1.

de (huwelijks)verjaardag

(a)  

2.

de fuif

(a)  

3.

de begrafenis, de uitvaart

(a)  

4.

het verjaardagsfeestje

(a)  

5.

Moederdag

(a)  

6.

Vaderdag

(a)  

7.

de kermis

(a)  

8.

de geboorte

(a)  

9.

het huwelijk, het trouwfeest

(a)  

10.

de dood

(a)  

11.

Nieuwjaar

(a)  

12.

de receptie

(a)  

13.

Sinterklaas

(a)  

14.

Oudejaarsavond

(a)  

15.

Valentijnsdag

(a)  

16.

het feest, de fuif

(a)  

17.

de karaokeavond

(a)  

18.

het uitje

(a)  

19.

uit eten gaan

(a)  

20.

vieren

(a)  

21.

(met z'n vieren) zijn

(a)  

22.

feesten, fuiven

(a)  

23.

feesten, fuiven

(a)  

24.

vieren, uit de bol gaan

(a)  

25.

zich (als fee) verkleden

(a)  

26.

trouwen (met)

(a)  

27.

zich vervelen

(a)  

28.

wensen

(a)  

29.

Beste wensen!

(a)  

30.

de sfeer

(a)  

31.

de kaars

(a)  

32.

de (e-)kaart

(a)  

33.

de bestelling

(a)  

34.

de contactgegevens

(a)  

35.

de dj

(a)  

36.

de geschenkverpakking

(a)  

37.

het bruiswater

(a)  

38.

het plat water

(a)  

39.

het gebak(je)

(a)  

40.

de slinger

(a)  

41.

de uitnodiging

(a)  

42.

de genodigde

(a)  

43.

de boodschappenlijst

(a)  

44.

het (papieren) tafelkleed

(a)  

45.

de gelegenheid

(a)  

46.

de fotocabine, de photobooth

(a)  

47.

de dansvloer

(a)  

48.

de afspraak

(a)  

49.

het feestmaal

(a)  

50.

de feestzaal

(a)  

51.

de kerstboom

(a)  

52.

de ster van de dag

(a)  

53.

de verrassing

(a)  

54.

de ijsthee

(a)  

55.

de vj

(a)  

56.

betaalbaar

(a)  

57.

aangenaam, gezellig

(a)  

58.

leuk, plezierig

(a)  

59.

druk, geanimeerd

(a)  

60.

duur

(a)  

61.

verkleed, vermomd

(a)  

62.

vervelend, saai

(a)  

63.

uitstekend

(a)  

64.

fantastisch

(a)  

65.

gelukkig

(a)  

66.

onvergetelijk

(a)  

67.

vrolijk (Kerstmis)

(a)  

68.

prima, super

(a)  

69.

niet slecht, goed

(a)  

70.

niet zo goed

(a)  

71.

verrassend

(a)  

72.

verrast

(a)  

73.

aanvaarden, instemmen

(a)  

74.

meegaan (met), vergezellen

(a)  

75.

aankondigen, melden

(a)  

76.

iemand opbellen

(a)  

77.

appreciëren, waarderen

(a)  

78.

(een huwelijk) bijwonen

(a)  

79.

bestellen

(a)  

80.

beginnen met

(a)  

81.

duur zijn, veel kosten

(a)  

82.

de tafel afruimen

(a)  

83.

uitgeven

(a)  

84.

iemand een handje helpen

(a)  

85.

inpakken, verpakken

(a)  

86.

versturen, verzenden

(a)  

87.

op zoek zijn naar

(a)  

88.

een afspraak maken (met)

(a)  

89.

de tafel dekken

(a)  

90.

ontvangen, krijgen

(a)  

91.

ervan dromen te (trouwen)

(a)  

92.

zich klaarmaken

(a)  

93.

bedienen, opdienen

(a)  

94.

(de kaarsen) uitblazen

(a)  

95.

ter gelegenheid van

(a)