wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Memo 2.1 Het communisme

Total questions: 24

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wie was de belangrijkste grondlegger van het socialisme?

a)

Vladimir Lenin

b)

Karl Marx

c)

Friedrich Engels

d)

Leon Trotski

2.

Wat voorspelde Marx over de ongelijkheid tussen ondernemers en arbeiders?

a)

Het zou toenemen

b)

Het zou gelijk blijven

c)

Het zou verdwijnen

d)

Het zou afnemen

3.

Wat is de radicale stroming binnen het socialisme?

a)

Libertarisme

b)

Anarchisme

c)

Communisme

d)

Sociaaldemocratie

4.

Wat wilden sociaaldemocraten bereiken?

a)

Vreedzame oplossing

b)

Afschaffen van privébezit

c)

Oorlog met de adel

d)

Gewelddadige revolutie

5.

In welk land vond de eerste communistische revolutie plaats?

a)

Frankrijk

b)

Duitsland

c)

Rusland

d)

Groot-Brittannië

6.

Wat was de staat van Rusland rond 1900?

a)

Industrieel land

b)

Agrarisch land

c)

Welvarend land

d)

Democratisch land

7.

Wie regeerden Rusland voor 1917?

a)

De communisten

b)

De tsaren

c)

De boeren

d)

De adel

8.

Wat hield de geheime politie in Rusland in de gaten?

a)

De boeren

b)

De adel

c)

Tegenstanders van de tsaar

d)

De arbeiders

9.

Wie was de tsaar van Rusland in 1905?

a)

Tsaar Peter I

b)

Tsaar Ivan IV

c)

Tsaar Nicolaas II

d)

Tsaar Alexander III

10.

Wat eisten de demonstranten onder andere in Sint-Petersburg?

a)

Meer oorlog

b)

Minder voedsel

c)

Kortere werkdagen

d)

Meer soldaten

11.

Wat gebeurde er na de demonstratie in Sint-Petersburg?

a)

De tsaar gaf op en trad af

b)

De tsaar liet het geweld neerslaan

c)

De mensen gingen na heel lang demonstreren naar huis zonder succes

12.

Wat was een gevolg van de Eerste Wereldoorlog voor Rusland?

a)

Er was meer voedsel

b)

Er waren grote verliezen

c)

Er waren meer soldaten

d)

Er waren meer boeren

13.

Wat gebeurde er in februari 1917?

a)

De tsaar werd gekroond

b)

De boeren kregen eigen grond

c)

De tsaar trad af

d)

WOI begon

14.

Wie was de leider van de bolsjewieken?

a)

Tsaar Nicolaas II

b)

Vladimir Lenin

c)

Vladimir Putin

d)

Joseph Stalin

15.

Wat wilden de bolsjewieken met de grond?

a)

Aan de soldaten geven

b)

Aan de boeren geven

c)

Aan de arbeiders geven

d)

Aan de tsaar geven

16.

Wat was één van de eisen van Lenin?

a)

Meer parlementaire macht

b)

Minder voedsel

c)

Vrede met Duitsland

d)

Meer oorlog

17.

Wat was het belangrijkste voor de fabriekseigenaren ten tijde van de Industriële Revolutie?

a)

Het kopen van zoveel mogelijk stoommachines

b)

Het welzijn van de arbeiders

c)

De omzet en de hoeveelheid winst

d)

Het milieu en de economie

18.
Wat waren enkele economische gevolgen van de Industriële revolutie?
a)
Huisnijverheid wordt verdrongen door fabrieksarbeid, enorme toename van de productie, dalende prijzen van de producten
b)
Huisnijverheid neemt toe door fabrieksarbeid, prijzen stijgen omdat iedereen de produten uit de fabrieken wilde hebben. 
c)
Prijzen daalde en de lonen stegen. 
d)
Er waren eigenlijk niet zo heel veel economische gevolgen.
19.

Waarover gaat de sociale kwestie?

a)

Kiesrecht

b)

De slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders

c)

De verzuiling

d)

Feminisme

20.

De industriele revolutie is een ingrijpende verandering in productiemethode door mechanisatie en schaalvergroting

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Wat was een van de eerste dingen die Lenin deed?

a)

De monarchie herstellen

b)

Een oorlog beginnen met Duitsland

c)

Een wapenstilstand sluiten met Duitsland

d)

Een nieuwe grondwet maken

22.

Tegen wie vocht het rode leger?

a)

De Groenen

b)

De Witten

c)

De Blauwen

d)

De Zwarte

23.

Wat werd uitgeroepen na de burgeroorlog?

a)

De Sovjet-Unie

b)

De Tsaristische Staat

c)

De Democratische Republiek

d)

De Russische Federatie

24.

Welke partij(en) was/waren toegestaan in de nieuwe regering?

a)

De Arbeiderspartij

b)

De Communistische Partij

c)

De Socialistische Partij

d)

De Liberale Partij