wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HF5 Natuurwetenschappen

Total questions: 47

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Wat kun je gebruiken om een beweging vast te leggen?

a)

Een potlood

b)

Een boek

c)

Een stoel

d)

Een serie foto's

2.

Hoeveel foto's maakt een videocamera meestal per seconde?

a)

10

b)

20

c)

30

d)

40

3.

Wat is een stroboscopische foto?

a)

Een foto genomen in fel licht

b)

Een foto genomen onder water

c)

Een foto genomen in een donkere kamer met lichtflitsen

d)

Een foto genomen met een smartphone

4.

Wat moet je weten voor een goede analyse van beweging?

a)

De tijd van de dag

b)

Het weer

c)

De schaal van de afbeelding

d)

De kleur van het object

5.

Wat vertelt gemiddelde snelheid ons?

a)

Hoe oud iets is

b)

Hoe zwaar iets is

c)

Hoe snel iets beweegt

d)

Hoe hoog iets is

6.

Wat is de formule voor gemiddelde snelheid?

a)

Snelheid = afstand + tijd

b)

Snelheid = afstand - tijd

c)

Snelheid = afstand / tijd

d)

Snelheid = afstand x tijd

7.

Welk type beweging heeft een toenemende snelheid?

a)

Afgenomen beweging

b)

Versnelde beweging

c)

Constante beweging

d)

Gestopte beweging

8.

Wat vertegenwoordigt een rechte lijn in een afstand-tijd grafiek?

a)

Versneld bewegen

b)

Constante snelheid

c)

Verminderde snelheid

d)

Geen beweging

9.

Wat is de afstand die een auto aflegt tijdens het remmen genoemd?

a)

Reactietijd afstand

b)

Snelheidsafstand

c)

Remafstand

d)

Totaal afstand

10.

Wat beïnvloedt de remweg van een auto?

a)

De kleur van de auto

b)

De leeftijd van de bestuurder

c)

De snelheid van de auto

d)

Het type weg

11.

Wat is de tijd tussen het zien van gevaar en reageren genoemd?

a)

Remtijd

b)

Reactietijd

c)

Rijtijd

d)

Stoptijd

12.

Wat is de totale afstand die nodig is om een auto te stoppen?

a)

Alleen de remafstand

b)

Stopafstand

c)

Snelheidsafstand

d)

Alleen de reactietijd

13.

Wat gebeurt er met de afstand tussen objecten in een stroboscopische foto van versnelde beweging?

a)

Het wordt kleiner

b)

Het blijft hetzelfde

c)

Het wordt groter

d)

Het verdwijnt

14.

Wat gebeurt er tijdens de reactietijd van een bestuurder?

a)

De auto gaat achteruit

b)

De auto versnelt

c)

De auto beweegt met de initiële snelheid

d)

De auto stopt onmiddellijk

15.

Wat is de formule voor de totale stopafstand?

a)

Stopafstand = reactietijd x remafstand

b)

Stopafstand = remafstand - reactietijd

c)

Stopafstand = reactietijd + remafstand

d)

Stopafstand = reactietijd / remafstand

16.

Wat is de formule voor versnelling?

a)

Versnelling = afstand / tijd

b)

Versnelling = snelheid / tijd

c)

Versnelling = (eind snelheid - begin snelheid) / tijd

d)

Versnelling = snelheid x tijd

17.

Wat is het effect van een grotere massa op de remweg van een voertuig?

a)

Het heeft geen effect

b)

Het remweg wordt korter

c)

Het remweg blijft hetzelfde

d)

Het remweg wordt langer

18.

Hoe noem je deze beweging?

a)

vertraagd

b)

versneld

c)

eenparig

d)

gelijk

19.

Hoe noem je deze beweging?

a)

versneld

b)

eenparig

c)

vertraagd

d)

harder

20.

Hoe noem je deze beweging

a)

tweeparig

b)

eenparig

c)

vertraagd

d)

versneld

21.

Hoe noem je deze foto?

a)

röntgenfoto

b)

stotter foto

c)

stroboscopische foto

d)

zwart-wit foto

22.

Wat is de formule voor de totale afstand tijdens een constante snelheid?

a)

Afstand = snelheid x tijd

b)

Afstand = snelheid + tijd

c)

Afstand = tijd / snelheid

d)

Afstand = snelheid - tijd

23.

Wat is de impact van gladde wegen op de remweg van een voertuig?

a)

Het remweg wordt langer

b)

Het remweg blijft hetzelfde

c)

Het remweg wordt korter

d)

Het heeft geen effect

24.

Wat is de eenheid van afstand?

a)

Meter

b)

Kilometer

c)

Centimeter

d)

Millimeter

25.

Wat gebeurt er met de snelheid van een object als het afremt?

a)

Het verdwijnt

b)

Het neemt af

c)

Het blijft constant

d)

Het neemt toe

26.

Wat is de eenheid van massa?

a)

Pound

b)

Ton

c)

Gram

d)

Kilogram

27.

Wat gebeurt er met de snelheid van een object als het versnelt?

a)

Het neemt toe

b)

Het blijft constant

c)

Het stopt

d)

Het neemt af

28.

Wat is de eenheid van kracht in het SI-systeem?

a)

Watt

b)

Joule

c)

Pound

d)

Newton

29.

Wat is de formule voor de arbeid verricht door een kracht?

a)

Arbeid = kracht x afstand

b)

Arbeid = kracht / afstand

c)

Arbeid = kracht + afstand

d)

Arbeid = kracht - afstand

30.

Wat gebeurt er met de snelheid van een object als het vertraagt?

a)

Het neemt toe

b)

Het blijft constant

c)

Het neemt af

d)

Het stopt onmiddellijk

31.

Wat is de invloed van de wegconditie op de remkracht van een voertuig?

a)

Het verlaagt de remkracht

b)

Het heeft geen invloed

c)

Het beïnvloedt alleen de snelheid

d)

Het verhoogt de remkracht

32.

Wat is de eenheid van snelheid in het SI-systeem?

a)

Milimeter per seconde

b)

Meter per seconde

c)

Centimeter per seconde

d)

Kilometer per uur

33.

Wat gebeurt er met de versnelling van een object als het afremt?

a)

Het neemt toe

b)

Het blijft constant

c)

Het neemt af

d)

Het stopt

34.

Wat is de invloed van snelheid op de remweg van een voertuig?

a)

Het remweg wordt langer

b)

Het heeft geen effect

c)

Het remweg blijft hetzelfde

d)

Het remweg wordt korter

35.

Wat geeft een afvlakkende kromme lijn aan in een afstand-tijd grafiek?

a)

Vertraagde beweging

b)

Geen beweging

c)

Versnelling

d)

Constante snelheid

36.

Wat is de eenheid van versnelling in het SI-systeem?

a)

Meter per seconde

b)

Meter per seconde in het kwadraat

c)

Kilometer per uur

d)

Centimeter per seconde

37.

Wat is de formule voor versnelling?

a)

Versnelling = verandering in snelheid / tijd

b)

Versnelling = snelheid x tijd

c)

Versnelling = afstand / tijd

d)

Versnelling = snelheid / tijd

38.

Wat geeft een rechte lijn aan in een snelheid-tijd grafiek?

a)

Constante snelheid

b)

Versnelling

c)

Vertraagde beweging

d)

Constante versnelling

39.

Wat is de invloed van massa op de versnelling van een object?

a)

Het maakt de versnelling constant

b)

Het heeft geen invloed

c)

Het verhoogt de versnelling

d)

Het verlaagt de versnelling

40.

Wat is de relatie tussen kracht en versnelling volgens de tweede wet van Newton?

a)

Kracht = massa - versnelling

b)

Kracht = massa x versnelling

c)

Kracht = massa + versnelling

d)

Kracht = versnelling / massa

41.

Wat is de eenheid van arbeid in het SI-systeem?

a)

Watt

b)

Newton

c)

Pascal

d)

Joule

42.

Wat is de invloed van de snelheid van een voertuig op de remweg?

a)

Het remweg wordt langer

b)

Het remweg blijft hetzelfde

c)

Het remweg wordt korter

d)

Het heeft geen effect

43.

Wat is de eenheid van kracht in het SI-systeem?

a)

Pascal

b)

Joule

c)

Newton

d)

Watt

44.

Wat is de invloed van snelheid op de remweg van een voertuig?

a)

Het verlaagt de remweg

b)

Het maakt de remweg constant

c)

Het verhoogt de remweg

d)

Het heeft geen invloed

45.

Wat is de eenheid van druk in het SI-systeem?

a)

Bar

b)

Pascal

c)

Newton

d)

Joule

46.

Wat is de eenheid van arbeid in het SI-systeem?

a)

Watt

b)

Pascal

c)

Newton

d)

Joule

47.

Wat geeft een rechte lijn aan in een afstand-tijd grafiek?

a)

Constante snelheid

b)

Versnelling

c)

Vertraagde beweging

d)

Geen beweging