Font size
WorksheetsOnregelmatige werkwoorden Mundus
Total questions: 21
Worksheet time: 16mins
Beginnen: De juf (a) gisteren de les met een kort rondje.
Beginnen: De metro was kapot en daarom ______________ de lessen later.
Beginden
Begonen
Begonnen
Begon
Doen: Hij (a) gisteren zijn sportkleren aan om te gaan voetballen.
Doen: Wij ___________ vorige les een spelletje in de klas.
deden
doen
doenden
deed
Ik __________ gisteravond een kopje thee met mijn vriendin.
drinkte
dronk
dronken
drink
Drinken: De mannen (a) vorige week heel veel bier.
Eten: Ik (a) vorige maand elke dag een appel.
Wij ____________ gisteravond pizza in een restaurant.
at
eetten
aten
aaten
Gaan: Toen ik klein was, (a) wij elke zomer naar Frankrijk.
Toen ik 18 was, _________ ik niet meer mee.
gaan
ging
gingen
gong
Hebben: Toen ik jong was, (a) we nog geen mobiele telefoon.
Hij was gevallen en ___________ een kapotte broek.
heb
hebte
had
hadden
Lezen: Toen er nog geen Netflix was, (a) mensen veel meer boeken.
Toen mijn vader vier was, _________ hij alleen naar school.
loopte
liep
lop
lap
Zoeken: Hij was zijn sleutels kwijt en (a) overal.
Vorig jaar _______ wij op vakantie in Griekenland.
waren
zijn
was
wasden
Slapen: Toen ik ziek was, (a) ik de hele dag.
Toen wij jong waren, ____________ mijn vriendinnen en ik brieven aan elkaar.
schrijven
schrijfden
schreven
schreefden
Nemen: Omdat de metro niet reed, (a) wij de bus naar school.
Het regende vanmorgen heel hard, dat _________ de leerlingen niet leuk.
vinden
vonden
vindden
vindten
Kopen: De leerlingen (a) vroeger elke dag een Panini in de pauze.
