wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Campus 1A - deel 2

Total questions: 40

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

Om problemen te ... houd je best rekening met deze tips.

a)

appreciëren

b)

vermijden

c)

beschrijven

d)

observeren

e)

akkoord gaan met

2.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

Het is belangrijk om duidelijke en respectvolle ... te geven na een spreekbeurt.

a)

feedback

b)

concrete

c)

beschrijving

d)

ordening

e)

fragment

3.

Duid het passende synoniem aan: appreciëren.

a)

waarderen

b)

instemmen

c)

ontwijken

d)

bekijken

e)

ordenen

4.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

Vind jij die definitie ook zo ...? Ik kan hem echt niet onthouden.

(a)  

5.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

De leerlingen vullen een ... in over de vergroening van de speelplaats: ze kunnen hun mening en ideeën geven.

(a)  

6.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

Die jongen is laatst gezien in dat café. Kan je eens een ... van zijn uiterlijk geven?

(a)  

7.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

De leerkracht zal alle leerlingen tijdens de oefeningen ... of gadeslaan.

(a)  

8.

Vul de zin aan met een passend schooltaalwoord.

De leerkracht zal alle leerlingen tijdens de oefeningen ... of gadeslaan.

(a)  

9.

Geef een synoniem voor: wellicht, waarschijnlijk.

(a)  

10.

Geef een synoniem voor: altijd, elke keer.

(a)  

11.

Geef een synoniem voor: duidelijk.

(a)  

12.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

Ik voel me afgepeigerd.

(a)  

13.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

De leerkracht was furieus.

(a)  

14.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

De directeur zal jou straffen.

(a)  

15.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

Ga jij ook naar de tentoonstelling?

(a)  

16.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

Wil je dat eens herhalen?

(a)  

17.

Geef een synoniem voor het onderstreepte woord.

In de winkel kregen we een mooie korting.

(a)  

18.

Welke woorden in de zin zijn zelfstandige naamwoorden?

Tijdens het studeren moet je de leerstof telkens herhalen.

a)

studeren, leerstof

b)

moet, studeren, herhalen

c)

leerstof

d)

studeren

19.

Welke woorden zijn eigennamen?

In Brussel, de hoofdstad van België, kan je een chocolademuseum bezoeken.

a)

chocolademuseum

b)

Brussel

c)

Brussel, België

d)

Brussel, België, chocolademuseum

20.

Welke woorden in de zin zijn bijvoeglijke naamwoorden?

In het prachtige museum kan je lekkere pralines proeven.

a)

prachtige, lekkere

b)

prachtige

c)

lekkere

d)

pralines, museum

21.

Wat zijn de bijvoeglijk naamwoorden?

Die heel boze buurman draait altijd harde muziek.

a)

heel, boze

b)

heel, boze, harde

c)

heel, harde

d)

boze, harde

22.

Wat zijn de zelfstandig naamwoorden in de zin? Meerdere antwoorden zijn correct.

Nina en Lotte lezen veel leuke boeken.

a)

Nina

b)

Lotte

c)

boeken

d)

lezen

e)

veel

23.

Vervang het onderstreepte woord door een verwijswoord.

Het gordijn, ... is dicht.

a)

hij

b)

ze

c)

het

24.

Vervang het onderstreepte woord door een verwijswoord.

De lerares, ... gaf me extra oefeningen.

a)

hij

b)

ze

c)

het

25.

Vervang het onderstreepte woord door een verwijswoord.

De schrijver, ... brengt maandag zijn nieuwste boek uit.

a)

hij

b)

ze

c)

het

d)

zijn

e)

haar

26.

Welke woordsoort is onderstreept?

ESA telt op dit moment veertien astronauten uit acht landen.

a)

zelfstandig naamwoord: soortnaam

b)

zelfstandig naamwoord: eigennaam

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

27.

Welke woordsoort is onderstreept?

Astronauten kunnen spannende missies uitvoeren.

a)

zelfstandig naamwoord: soortnaam

b)

zelfstandig naamwoord: eigennaam

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

28.

Welke woordsoort is onderstreept?

Astronautentrainingen en ruimtevluchten zijn vermoeiend.

a)

zelfstandig naamwoord: soortnaam

b)

zelfstandig naamwoord: eigennaam

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

29.

Duid het onbepaald lidwoord aan.

a)

de

b)

het

c)

een

d)

geen

30.

Welke woordsoort is onderstreept?

De astronaut voelt graag de spanning van een lancering.

a)

werkwoord

b)

zelfstandig naamwoord: soortnaam

c)

zelfstandig naamwoord: eigennaam

d)

bijvoeglijk naamwoord

31.

Welke bijvoeglijke naamwoorden vind je in de zin? Meerdere antwoorden zijn correct.

Levende standbeelden met prachtige kostuums en een hoed vind je in elke stad.

a)

levende

b)

standbeelden

c)

prachtige

d)

elke

e)

stad

32.

Een woord met 'het' als lidwoord, is altijd ...

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

33.

Noteer de overtreffende trap van 'groot'.

(a)  

34.

Noteer de overtreffende trap van 'lekker'.

(a)  

35.

Noteer de vergrotende trap van 'gevaarlijk'.

(a)  

36.

Noteer de vergrotende trap van 'saai'.

(a)  

37.

Noteer het ontkennend lidwoord.

(a)  

38.

Noteer het onbepaald lidwoord.

(a)  

39.

Duid alle zelfstandige naamwoorden aan.

In het Ithaa Undersea Restaurant op de Malediven dineer je op vijf meter onder water.

a)

Ithaa Undersea Restaurant

b)

Malediven

c)

op

d)

dineer

e)

water

40.

Duid alle bijvoeglijke naamwoorden aan.

Je hebt een geweldig uitzicht op kleurrijke vissen en het adembenemende koraalrif.

a)

je

b)

geweldig

c)

koraalrif

d)

kleurrijke

e)

adembenemende