wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Griekse alfabet en woordjes

Total questions: 53

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.

Welke letter volgt er na deze?

a)

β

b)

γ

c)

δ

d)

ι

2.

De letter "h" aan het begin van een woord geeft het Grieks weer met:

a)

h

b)

c)

ρ

d)

θ

3.

Welke letter volgt er na de psi?

a)

chi

b)

phi

c)

omega

d)

ksi

4.

Welke letter is dit?

a)

delta

b)

labda

c)

kappa

d)

beta

5.

Welke letter ontbreekt hier? ι κ λ ... ν ξ

a)

ο

b)

π

c)

σ

d)

μ

6.

Wat staat hier? ἱστορια

a)

historie

b)

iotopia

c)

historia

d)

hiotopia

7.

Wat is de zevende letter van het Griekse alfabet?

a)

eta

b)

dzeta

c)

iota

d)

theta

8.

Welke letter staat hier?

a)

delta

b)

pi

c)

rho

d)

sigma

9.

Deze letter komt alleen aan het eind van een woord voor. Waar of niet waar?

a)

waar

b)

niet waar

10.

Het Griekse alfabet heeft .... letters.

a)

20

b)

22

c)

24

d)

26

11.

Welke bewering(en) is/zijn WAΑR ?

a)

Het Nederlandse alfabet telt 26 letters

b)

Het 'Klassiek' Latijnse alfabet telt 23 letters

c)

Het Griekse alfabet telt 24 letters

d)

Het alfabet dat wij gebruiken, het Latijnse, is afgeleid van het Griekse

12.

Wat is hiervan de kleine letter ?

a)

b)

c)

d)

13.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

thèta

b)

èta

c)

rho

d)

epsilon

14.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

15.

Wat is de naam van deze kleine letter ?

a)

chi

b)

psi

c)

dzèta

d)

xi

16.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

pi

b)

rho

c)

phi

d)

psi

17.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

18.

Wat is de naam van deze hoofdletter ?

a)

xi

b)

chi

c)

psi

d)

phi

19.

Wat is hiervan de hoofdletter ?

a)

b)

c)

d)

20.

Wat is de naam van deze kleine letter ?

a)

sigma

b)

alfa

c)

slot-sigma

d)

iota subscriptum

21.

Griekse accenten gaven ...

a)

de klemtoon aan

b)

de toonhoogte aan

22.

Welke bewering(en) is/zijn NIET WAAR ?

a)

Officiële Griekse teksten werden in steen gebeiteld

b)

Op steen gebeitelde teksten noem je inscripties

c)

Voor inscripties gebruikten de Grieken enkel kleine letters

d)

In inscripties ontbreken meestal leestekens en spaties

23.

Welke bewering(en) is/zijn WAAR ?

a)

Griekse getallen werden aangegeven door letters met een horizontale streep erboven

b)

De Griekse letter Υ/υ wordt in het Nederlands weer de i-grec/Griekse ij genoemd

c)

Het Grieks kent korte klinkers, lange klinkers en klinkers die kort of lang uitgesproken kunnen worden

d)

Tweeklanken bestaan uit 2 medeklinkers die samen een nieuwe klank vormen

24.

Vul de naam van een Griekse letter in:

Ik snap er geen ... van.

a)

alfa

b)

beta

c)

iota

d)

kappa

25.

Vul de naam van twee Griekse letters in:

Wie iets van het begin tot het einde doet, doet het van ... tot ...

a)

alfa tot dzèta

b)

alfa tot beta

c)

alfa tot omega

d)

omikron tot omega

26.

Welke bewering(en) is/zijn NIET WAAR ?

a)

αι

ει

οι

αυ

ευ

ου

zijn tweeklanken met een korte klinker

b)

Bij tweeklanken met een lange klinker schrijf je de iota onder die klinker, de zogenaamde iota subscriptum

c)

Als een woord begint met een klinker,

een tweeklank

of de letter rho,

staat er een spiritus bovenop

d)

27.

Het vierde woord in deze tekst spreek je uit als ...

a)

mausa

b)

moesa

c)

moisa

d)

muisa

28.

Welke bewering(en) is/zijn WAAR ?

a)

γγ

γκ

γχ

γξ

zijn moeilijk uitspreekbare medeklinkergroepen

b)

Leestekens in het Grieks en het Nederlands zijn exact hetzelfde

c)

De spiritus lenis levert in de uitspraak de h-klank op

d)

Dit alles is de

βαςισ

van het Griekse Alfabet!

29.

Wat is de naam van deze letter ζ?

(a)  

30.

Wat is de naam van deze letter Θ?

(a)  

31.

Wat is de naam van deze letter Ρ?

(a)  

32.

Wat is de naam van de letter die volgt op φ?

(a)  

33.

Deze letter σ staat alleen aan het einde van een woord.

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

De Ν staat voor de Ζ in het Griekse alfabet.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

35.

Wat is de naam van deze letter η?

(a)  

36.

Wat is de naam van deze letter Λ?

(a)  

37.

Wat is de naam van de letter die volgt op θ?

(a)  

38.

Wat is de naam van deze letter Γ?

(a)  

39.

Wat is de naam van de letter die op de puntjes moet staan ν ξ ... π ρ?

(a)  

40.

Wat is de naam van deze letter Χ?

(a)  

41.

Wat is de naam van deze letter μ?

(a)  

42.

Wat is de naam van deze letter ω?

(a)  

43.

Staat de volgende letters in alfabetische volgorde? δ κ ξ ς

a)

Ja

b)

Nee

44.

Wat is de correcte vertaling van dit woord: θεοι ?

(a)  

45.

Van welke 2 Griekse woorden in 'geografie' afgeleid?

a)

φερειν

b)

ἡ γη

c)

ἡ τιμη

d)

γραφειν

46.

Van welk Grieks woord is 'filosofie' afgeleid?

a)

ἡ σοφια

b)

ὁ χρονος

c)

ἡ ἰδεα

d)

ἡ χωρα

47.

Welk Grieks woord zie je op de afbeelding?

a)

ἡ τιμη

b)

ὁ δουλος

c)

ἡ θυρα

d)

το δωρον

48.

Welke actie is hier aan het gebeuren?

a)

γραφειν

b)

ἀποκτεινειν

c)

οἰκειν

d)

εὑρισκειν

49.

Welk woord zie je op deze afbeelding?

a)

ὁ χρονος

b)

ὁ θεος

c)

το δωρον

d)

το δενδρον

50.

Wat is de correcte vertaling van dit woord: ψυχαι ?

(a)  

51.

Welk werkwoord wordt hier uitgebeeld?

a)

πεμπειν

b)

βαινειν

c)

πινειν

d)

ἐσθιειν

52.

Welk werkwoord wordt hier uitgebeeld?

a)

φευγειν

b)

λεγειν

c)

ἀκουειν

d)

φερειν

53.

Waarom lijken de talen in Zuid-Europa op elkaar?

a)

Omdat deze talen zijn ontstaan uit het Latijn.

b)

Omdat deze talen zijn ontstaan uit het Grieks.

c)

Omdat alle talen in de wereld hetzelfde alfabet hebben.