Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VBTL1: GL H1+2, MK H1+2

Total questions: 65

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Kies het best passende antwoord: −7 ∈ …-7\ \in\ \ldots

a)

ℕ

b)

ℤ

c)

ℚ

d)

Geen enkele van deze antwoorden is juist.

2.

Kies het best passende antwoord: 63 ∈ …\frac{6}{3}\ \in\ \ldots

a)

ℕ

b)

ℤ

c)

ℚ

d)

Geen enkele van deze antwoorden is juist.

3.

Kies het best passende antwoord: 3,522... ∈ …3,522...\ \in\ \ldots

a)

ℕ

b)

ℤ

c)

ℚ

d)

Geen enkele van deze antwoorden is juist.

4.

Kies het best passende antwoord: 6,5432... ∈ …6,5432...\ \in\ \ldots

a)

ℕ

b)

ℤ

c)

ℚ

d)

Geen enkele van deze antwoorden is juist.

5.

Een ... is het resultaat van een telling van een eindig aantal dingen.

a)

opsomming

b)

geheel getal

c)

natuurlijk getal

6.

Bepaal uit het hoofd de rest van de deling 25 : 325\ :\ 3

(a)  

7.

Bepaal uit het hoofd de rest van de deling 36 : 836\ :\ 8

(a)  

8.

Bepaal uit het hoofd de rest van de deling 13 : 1813\ :\ 18

(a)  

9.

Is het getal 2048 deelbaar door 4?

a)

Ja

b)

Nee

10.

Kan je 1263 delen door 3?

a)

Ja

b)

Nee

11.

17 en 97 \frac{1}{7}\ en\ \frac{9}{7}\ zijn ...

a)

Gelijkwaardige breuken

b)

Gelijknamige breuken

c)

Gelijke breuken

d)

Geen breuken

12.

Noteer de breuk met een / en zonder spaties.
Zet om naar een breuk: 1,8

(a)  

13.

Noteer de breuk met een / en zonder spaties.
Vereenvoudig de breuk: 1734\frac{17}{34}

(a)  

14.

Vul het ? in zodat de breuken gelijkwaardig zijn: 49 en ?36\frac{4}{9}\ en\ \frac{?}{36}

(a)  

15.

Bereken 15% van 300.

(a)  

16.

Mevrouw Cuyckens is toe aan een nieuwe telefoon. De telefoon kost normaal €500.
Dankzij Black Friday krijgt ze 25% korting. Hoeveel € betaalt ze nog voor haar telefoon? (typ het €-teken vooraan, zonder spaties.)

(a)  

17.

Het punt C ligt in kwadrant

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

18.

Geef de x-coördinaat van het punt B

a)

3

b)

-1

c)

-2

d)

1

19.

Geef de y-coördinaat van het punt B

a)

3

b)

-1

c)

0

d)

-2

20.

In 23=82^3=8 noem je 3 de ...

(a)  

21.

In  49=7\sqrt{\ 49}=7 noem je 49 het

(a)  

22.

In -28 - 5 = -33 noem je 5

a)

De aftrekker

b)

Het aftrektal

c)

Het verschil

d)

onbekend

23.

−48−(−24)=-48-\left(-24\right)=

(a)  

24.

12+(−17)=12+\left(-17\right)=

(a)  

25.

−12−(+38)=-12-\left(+38\right)=

(a)  

26.

−55+85=-55+85=

(a)  

27.

−3 ⋅ 8=-3\ \cdot\ 8=

(a)  

28.

−36 : (−6)=-36\ :\ \left(-6\right)=

(a)  

29.

 169=\sqrt{\ 169}=

(a)  

30.

− 81=-\sqrt{\ 81}=

(a)  

31.

 −81=\sqrt{\ -81}=

(a)  

32.

34=3^4=

(a)  

33.

(−2)3=\left(-2\right)^3=

(a)  

34.

(−4)2=\left(-4\right)^2=

(a)  

35.

−42=-4^2=

(a)  

36.

Welke eigenschap herken je?

−4 ⋅ 5 ⋅ (−2) = 5 ⋅ (−2) ⋅ (−4)-4\ \cdot\ 5\ \cdot\ \left(-2\right)\ =\ 5\ \cdot\ \left(-2\right)\ \cdot\ \left(-4\right)

a)

De optelling is associatief.

b)

De vermenigvuldiging is associatief.

c)

De vermenigvuldiging is distributief.

d)

De vermenigvuldiging is commutatief.

37.

Los op: (−6−10)+12 : 2=\left(-6-10\right)+12\ :\ 2=

(a)  

38.

Dit is een

(a)  

39.

Dit gebouw heeft de vorm van een

(a)  

40.

Welke vlakke figuur herken je?

(a)  

41.

Welke vlakke figuur herken je in dit bord? Een ...

(a)  

42.

Welke soort hoek is dit?

a)

Volle hoek

b)

Inspringende hoek

c)

Stompe hoek

d)

Gestrekte hoek

43.

Welke soort hoek is dit?

a)

Volle hoek

b)

Inspringende hoek

c)

Stompe hoek

d)

Nulhoek

44.

Welke soort hoek is dit?

a)

Volle hoek

b)

Scherpe hoek

c)

Stompe hoek

d)

Gestrekte hoek

45.

Schets een inspringende hoek Ô

46.

[AB is een

a)

rechte

b)

lijnstuk

c)

halfrechte

d)

vlak

47.

d is een

a)

rechte

b)

lijnstuk

c)

halfrechte

d)

vlak

48.

Geef de onderlinge ligging.

a)

evenwijdig

b)

snijdend

c)

loodrecht snijdend

d)

kruisend

e)

loodrecht kruisend

49.

Geef de onderlinge ligging.

a)

evenwijdig

b)

snijdend

c)

loodrecht snijdend

d)

kruisend

e)

loodrecht kruisend

50.

Geef de onderlinge ligging.

a)

evenwijdig

b)

snijdend

c)

loodrecht snijdend

d)

kruisend

e)

loodrecht kruisend

51.

Geef de onderlinge ligging.

a)

evenwijdig

b)

snijdend

c)

loodrecht snijdend

d)

kruisend

e)

loodrecht kruisend

52.

Dit is een ...

a)

Middelloodlijn

b)

Hoeklijn

c)

Deellijn

d)

Middellijn

53.



(a)  

54.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

55.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

56.

Welk deel van de figuur is groen gekleurd? Antwoord met een breuk.
Schrijf je breuk met een /, zonder spaties.

(a)  

57.

In 4 overlappende ringen liggen 7 kaarten genummerd van 1 tot 7. De som van de getallen in elke ring is 10. Welk getal staat er op de kaart met het vraagteken?

(a)  

58.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

59.

−7 <x≤7-7\ <x\le7
Geef alle getallen die op de plaats van x mogen staan.
Zonder spaties, zonder accolades, bv: -2,-1,0,1,2

(a)  

60.
a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

61.

(−2+4) : 2 − 14 : 7 ⋅ (−2) =\left(-2+4\right)\ :\ 2\ -\ 14\ :\ 7\ \cdot\ \left(-2\right)\ =

(a)  

62.

Een LEGO-spin is 28 cm lang. De echte lengte van de spin is 4 cm.
Op welke schaal is de spin gebouwd?
(Antwoord in een breuk met /, geen spaties)

(a)  

63.

Hoeveel natuurlijke getallen liggen er tussen 11,98 en 20,16?

(a)  

64.

Als a ⊥\perp b en b // c en c ⊥\perp d DAN a ... d

a)

//

b)

⊥\perp

c)

>>

d)

==

65.



(a)