NEW
Font size
WorksheetsSchoolpoortquiz Altena
Total questions: 16
Worksheet time: 16mins
Dit is het begin van een fietsstraat.
Welke regel geldt hier?
A Als autobestuurder mag ik hier geen fietsers inhalen.
B In deze straat mogen alleen fietsers rijden.
Wie moet hier wachten en voorrang verlenen?
A De voetganger moet voorrang geven aan de fietser.
B De fietser moet voorrang verlenen aan de voetganger.
Welk onderdeel is verplicht op de fiets?
A De fietsbel.
B Versnellingen.
Je komt met de fiets aan een zebrapad waar een gemachtigde opzichter helpt bij het oversteken. Je wil zelf ook oversteken. Wat kan je het best doen?
A Ik fiets over als ik vind dat dat veilig kan.
B Ik stap af en steek over met de fiets aan de hand als de gemachtigde opzichter een teken geeft.
Mag je achterin de auto alleen de heupriem van de gordel dragen?
A Ja, een heupriem volstaat.
B Neen, ik ben verplicht om ook de schouderriem om te doen.
Je kind is 1m28 groot. Moet zij op een verhogingskussen zitten in de auto?
A Ja, dat is verplicht tot zij 1m35 groot is.
B Neen, maar het mag nog wel.
Mag je meerijden achterop het bagagerek?
A Ja, maar alleen als er voetsteuntjes voorzien zijn op de fiets.
B Neen, dat mag niet.
Je krijgt telefoon terwijl je aan het fietsen bent. Wat doe je?
A Ik neem op, sms'en mag niet maar bellen wel.
B Ik neem niet op, zowel bellen als sms'en zijn verboden.
Wanneer is een fietshelm aan vervanging toe?
A Als je ziet dat de fietshelm beschadigd is.
B Een fietshelm kan je het best vervangen na elke val.
Je komt aangereden met je fiets en ziet een vrachtwagen staan voor het rode licht. Vóór de vrachtwagen is er een opstelvak voor fietsers. Wat is de veiligste plaats om te wachten tot het licht op groen springt?
A Ik vertraag en stop rechts achter de vrachtwagen.
B Ik ga in het opstelvak voor fietsers staan, voor de vrachtwagen.
Wanneer mag je kind alleen naar school fietsen?
A Vanaf 11 jaar.
B Wanneer je als ouder vindt dat je kind er klaar voor is.
Je wil als fietser oversteken aan deze fietsoversteekplaats. Welke stelling is juist?
A De aankomende bestuurders moeten voorrang verlenen aan jou.
B Je moet voorrang verlenen aan het aankomend verkeer.
Wanneer ben je als voetganger verplicht om het zebrapad te gebruiken om over te steken?
A Als het zebrapad zich op minder dan 20 meter bevindt.
B Nooit, maar als je het niet gebruikt, moet je voorrang verlenen aan het andere verkeer.
Mogen je kinderen op het voetpad fietsen?
A Neen, niemand mag fietsen op het voetpad, ook kinderen niet.
B Ja, tot 10 jaar.
Staat de auto op de foto correct geparkeerd?
A Neen, voor én voorbij een zebrapad moet je minstens 5 meter ruimte laten.
B Ja, de verplichte afstand van 5 meter geldt alleen voor het zebrapad, niet erachter.
Mag je even stilstaan op het voetpad om je kind te laten uitstappen?
A Ja.
B Neen.
