wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

krachten 3 havo

Total questions: 19

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Krachten kunnen

a)

De vorm van een voorwerp veranderen

b)

De temperatuur van een voorwerp veranderen

c)

De snelheid van een voorwerp veranderen

d)

De richting van een voorwerp veranderen

2.

De eenheid van kracht is

a)
Newton
b)
Joule
c)
Kelvin
d)
Tesla
3.

Een kracht teken je met een pijl.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Welke kracht wilt men tijdens het tijdrijden zo klein mogelijk houden?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Zwaartekracht

d)

Wrijvingskracht

5.

Welke kracht zorgt ervoor dat een parachute de val vertraagt?

a)

Duwkracht

b)

Zwaartekracht

c)

Wrijvingskracht

d)

Trekkracht

6.

Welke soort kracht brengt de man over als hij vooruit beweegt met de winkelkar?

a)

Duwkracht

b)

Trekkracht

c)

Wrijvingskracht

d)

zwaartekracht

7.
Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 754N de massa van het voorwerp is
a)
75,4 kg
b)
74,5 kg
c)
54,7 kg
d)
57,4 kg
8.

Hoe groot is de resulterende kracht op de fiets?

a)

30N

b)

900N

c)

0N

d)

60N

9.

De fietser heeft een ....... snelheid

a)

afnemende

b)

toenemende

c)

constante

10.

Hoe groot is de resulterende kracht op de fiets?

a)

-30N

b)

70N

c)

-20N

d)

30N

11.

Eenparige beweging in een vt-diagram heeft de vorm:

a)

horizontale (rechte) lijn

b)

schuine rechte lijn

c)

kromme lijn (parabool)

d)

verticale (rechte) lijn

12.

13,9 m/s is omgerekend : .... km/h

a)

10,50 km/h

b)

50,04 km/h

c)

38,66 km/h

13.

Wat is zwaartekracht?

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De kracht die je voelt als je een bocht maakt

c)

De kracht die mensen en dieren gebruiken

d)

De afremmende kracht of wrijving

14.

Een persoon duwt een blok met een massa van 30 kg. Als gevolg versnelt het blok met 1 m/s2.

De wrijvingskracht die op het blok werkt was tijdens de versnelling gelijk aan 15 N. Bereken hiermee de spierkracht van de persoon. TIP: maak schets

(a)  

15.

Een persoon duwt een blok met een massa van 30 kg. Als gevolg versnelt het blok met 0,60 m/s2.

Bereken de resulterende kracht die op het blok werkt.

(a)  

16.

welke veer is stugger (Veren met een grote veerconstante noemen we “stugge” veren)

a)

c

b)

d

c)

De veren zijn allebei even stug

17.

Welke kracht werkt er in de kabels van de hijskraan?

a)

hijskracht

b)

veerkracht

c)

trekkracht

d)

spankracht

18.

Welke kracht wordt uitgeoefend door een oppervlak op een voorwerp dat erop rust?

a)

Schuifwrijvingskracht

b)

Zwaartekracht

c)

Veerkracht

d)

Normaalkracht

19.

Wat is de eenheid van veerconstante?

a)

N/m

b)

kg/s^2

c)

m/s^2

d)

Joule