wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

grammatica unit 2

Total questions: 38

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Vul een vorm van have got in: we........................a cat.

a)

have got

b)

has got

2.

Vul een vorm van have got in: My sister..........................a dog.

a)

have got

b)

has got

3.

Vul een vorm van have got in: Emma .........................a nice garden.

a)

have got

b)

has got

4.

Vul een vorm van have got in: They..........................a problem with their car.

a)

have got

b)

has got

5.

Vul een vorm van have got in: They..........................two bicycles.

a)

have got

b)

has got

6.

Vul een vorm van have got in: He..........................a new job.

a)

have got

b)

has got

7.

Vul een vorm van have got in: We..........................a lot of homework.

a)

have got

b)

has got

8.

kies uit a of an: ....................apple

a)

a

b)

an

9.

Kies uit a/ an: ..................house

a)

a

b)

an

10.

Kies uit a/ an: .................hour

a)

a

b)

an

11.

Kies uit a/ an: .................university

a)

a

b)

an

12.

Kies uit a/ an: .................computer

a)

a

b)

an

13.

Kies uit a/ an: .................monkey

a)

a

b)

an

14.

Kies uit a/ an: .................unicorn

a)

a

b)

an

15.

zet in het meervoud: box

(a)  

16.

zet in het meervoud: bag

(a)  

17.

zet in het meervoud: table

(a)  

18.

zet in het meervoud: Christmas tree

(a)  

19.

zet in het meervoud: teacher

(a)  

20.

zet in het meervoud: glass

(a)  

21.

Zet in het meervoud: holiday

(a)  

22.

zet in het meervoud: dress

(a)  

23.

zet in het meervoud: flower

(a)  

24.

Maak een vraagzin: We have got a nice class. (denk aan hoofdletters en vraagtekens)

(a)  

25.

Maak een vraagzin: She has got a new bike. Denk aan hoofdletters en vraagtekens.

(a)  

26.

Maak een vraagzin: My sisters have got a nice house. Denk aan hoofdletters en vraagteken.

(a)  

27.

Maak een vraagzin: I have got two sisters Denk aan hoofdletters en vraagteken.

(a)  

28.

Maak een vraagzin: The children have got a new playground. Denk aan hoofdletters en vraagteken.

(a)  

29.

Maak een ontkennende zin. You have got a lot of books.

(a)  

30.

Maak een ontkennende zin: They have got a nice Christmas tree.

(a)  

31.

Maak een ontkenning: She has got blond hair.

(a)  

32.

I see you. Can you see

a)

me

b)

you

c)

him

d)

her

33.

He is so nice. I love......................

a)

you

b)

her

c)

him

d)

it

34.

They are over there. I can see ................

a)

you

b)

me

c)

her

d)

them

35.

Are you ready or can we help....................

a)

you

b)

me

c)

him

d)

her

36.

Look at that girl. I like..............

a)

me

b)

her

c)

him

d)

it

37.

The dog is playing outside. Can you see .

a)

him

b)

het

c)

it

d)

me

38.

We are over here. Can you see ......................

a)

me

b)

you

c)

us

d)

them