wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

franse revo

Total questions: 27

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welke eeuw noemen we de tijd van pruiken en revoluties?

a)

15e eeuw

b)

16e eeuw

c)

17e eeuw

d)

18e eeuw

2.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

3.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

4.

Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde:

A) De Nationale Vergadering gaat naar de Kaatsbaan

B) Verklaring van de Rechten van Mens en Burger wordt aangenomen

C) De bestorming van de Bastille

D) De grondwet is klaar

a)

A-B-D-C

b)

A-C-B-D

c)

B-A-D-C

d)

C-A-B-D

5.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
6.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
7.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
8.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

9.

Waarmee begon de Franse Revolutie?

a)

Met de Bestorming van de Bastille

b)

Met het koningschap van Lodewijk XVI

c)

Met de ondertekening van de Franse grondwet

d)

Met de onthoofding van Lodewijk XVI

10.

In welk tijdvak speelt de Franse Revolutie zich af?

a)

Tijd van pruiken en revoluties

b)

Tijd van regenten en revoluties

c)

Tijd van vorsten en revoluties

d)

Tijd van burgers en revoluties

11.

Wat was géén oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

De hoge belastingen voor de burgers

b)

Honger en armoede onder de boeren

c)

De absolute macht van de koning

d)

De onthoofding van Lodewijk XVI

12.

Heeft Nederland ook een grondwet?

a)

Nee, wij hebben een koning

b)

Ja, daarin staat ook dat iedereen gelijk is

13.

Waarom verklaarde Oostenrijk de oorlog aan Frankrijk in 1792?

a)

Oostenrijk was bang dat er ook een revolutie in hun land zou komen

b)

De keizer van Oostenrijk was de broer van Lodewijk XVI

c)

De keizer van Oostenrijk wilde ook een grondwet voor zijn land

d)

Oostenrijk wilde het recept van de lekkere croissantjes stelen

14.

Wat veranderde er voor Frankrijk toen Lodewijk XVI afgezet was als koning?

a)

Frankrijk werd nu een republiek

b)

Frankrijk kreeg nu een grondwet

c)

De Franse Revolutie begon

d)

De Franse Revolutie was afgelopen

15.

Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?

a)

adel - geestelijkheid - Derde Stand

b)

geestelijkheid - adel - Derde Stand

c)

adel - boeren - burgers

d)

geestelijkheid - boeren - burgers

16.

Welk idee past bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

17.

Wat is de Trias Politica?

a)

De scheiding der machten. De macht wordt verdeeld onder de koning, de regering en de bevolking.

b)

De scheiding der machten, staat voor de wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtgevende macht.

c)

Voorloper van de constitutionele monarchie.

d)

De politiek van een land verdeeld onder de hoogste macht, wetgevende macht en rechtelijke macht

18.

Welke privileges hadden de 1e en 2e stand?

a)

Zij konden meebeslissen met de koning en dat mocht de 3e stand niet

b)

Zij hoefden niet mee te regeren in het bestuur

c)

Zij hoefden geen belasting te betalen

19.
Welke stand kwam bijeen op de Kaatsbaan?
a)
de eerste stand
b)
de eerste en tweede stand
c)
de tweede en derde stand
d)
alleen de derde stand
20.

Wat zijn oorzaken van de Franse Revolutie? (Drie antwoorden zijn goed).

a)

Er was veel sprake van ongelijkheid in Frankrijk.

b)

Frankrijk had een lege staatskist.

c)

Lodewijk XVI had geen opvolger.

d)

Er was veel sprake van corruptie.

e)

Lodewijk XVI werd gezien als landverrader omdat zijn vrouw van Oostenrijkse afkomst was.

21.

Wat is de directe aanleiding voor de Franse revolutie?

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

De misoogst van 1788.

c)

Een groep vrouwen protesteert bij de poorten van Versailles. De koning moet voortaan in Parijs wonen.

d)

De Verklaring van de rechten van de Mens en Burger wordt opgesteld.

22.

In welk jaar begon de Franse revolutie?

(a)  

23.

Wie was de koning van Frankrijk tijdens de Franse revolutie?

a)

Lodewijk XV

b)

Lodewijk XVII

c)

Lodewijk XVI

d)

Lodewijk XIV

24.

Waarmee begon de Franse Revolutie?

a)

Met de Bestorming van de Bastille

b)

Met het koningschap van Lodewijk XVI

c)

Met de ondertekening van de Franse grondwet

d)

Met de onthoofding van Lodewijk XVI

25.

Lodewijk XVI, dat is dus......

a)

de 16e

b)

de 14e

c)

de 15e

d)

de 18e

26.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
27.

Wat zijn oorzaken van de Franse Revolutie? (Drie antwoorden zijn goed).

a)

Er was veel sprake van ongelijkheid in Frankrijk.

b)

Frankrijk had een lege staatskist.

c)

Lodewijk XVI had geen opvolger.

d)

Er was veel sprake van corruptie.

e)

Lodewijk XVI werd gezien als landverrader omdat zijn vrouw van Oostenrijkse afkomst was.