wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3 Herhaling Thema 3

Total questions: 21

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir en zijn moeder. Heeft het jonge dier hetzelfde fenotype als het volwassen dier?

a)

juist

b)

onjuist

2.

Sara heeft een broertje Thijs en een zusje Anna. Hebben Sara, Thijs en Anna hetzelfde DNA?

a)

juist

b)

onjuist

3.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

4.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor dik geworden. Is er bij John het fenotype veranderd?

a)

Zeker

b)

nee, dat verandert nooit

5.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

bij de vorming van de eicel

b)

bij de bevruchting

c)

bij de geboorte

6.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

7.

Geslachtschromosomen bepalen of je man bent of vrouw. Welke combinatie is juist.

a)

XY = vrouw

b)

XY = man

8.

Hoeveel genen heb je voor een eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

9.

Als de erfelijke informatie voor een eigenschap hetzelfde is ben je

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

10.

Een dominant gen komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Geslachtschromosomen bepalen of je man of vrouw bent. Welke combinatie is juist?

a)

XY = vrouw

b)

XY = man

12.
Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Welke bewering over de jonge planten is juist?
a)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
b)
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
c)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
d)
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
13.
De Indische wandelende tak (zie de afbeelding) is een insect dat je als huisdier kunt houden. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt elke dag twee of drie eieren. De eieren hoeven niet te worden bevrucht. Uit elk eitje ontwikkelt zich een vrouwtje dat precies op de moeder lijkt.
Van welke vorm van voortplanting is hier sprake?
a)
Geslachtelijke voortplanting
b)
Ongeslachtelijke voortplanting
14.

Het lichaam van onze voorouders is veranderd door erfelijke variatie en natuurlijke selectie

a)

waar

b)

niet waar

15.

In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn. Is er in deze populatie sprake van selectie?

a)

Nee

b)

Ja, van kunstmatige selectie

c)

Ja, van seksuele selectie

d)

Ja, van natuurlijke selectie

16.
Kunnen door mutaties en geslachtelijke voortplanting organismen ontstaan met nieuwe genotypen?
a)
juist
b)
onjuist
17.
Is een albino een mutant? 
a)
juist
b)
onjuist
18.
Zijn door klimaatverandering diersoorten uitgestorven? 
a)
juist
b)
onjuist
19.

Wanneer een organisme voortplant met verschillende geslachtscellen noemen we dat

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtsgemeenschap

d)

Klonen

20.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Wat is natuurlijke selectie?

a)

De sterkste dieren overleven

b)

De dieren worden witter

c)

Een erfelijk foutje

d)

De natuur verandert