wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MEMO 2.1 Handel en nijverheid in de Repbliek

Total questions: 25

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Een vorm van economie waarin het meeste geld wordt verdiend in handel

(a)  

2.

Plaats waar ingekochte producten worden opgeslagen om van daaruit weer te worden verhandeld.

(a)  

3.

Handelsmaatschappij die in de republiek ( Nederland ) als enige met Azië mocht handelen

(a)  

4.

Handelsmaatschappij die in de republiek ( Nederland ) als enige met America en west Africa mocht handelen

(a)  

5.

Welk probleem was lastig voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden?

a)

De invoering van de Oostzeevaart.

b)

De oprichting van de VOC.

c)

De ligging van de Republiek.

d)

De Opstand tegen Spanje.

6.

Wat was GEEN recht voor de VOC?

a)

VOC mocht uit naam van de Republiek verdragen sluiten.

b)

VOC mocht uit naam van de Republiek oorlogen voeren

c)

VOC mocht uit naam van de Republiek als enige handelen met Indië

d)

VOC mocht uit naam van de Republiek een nieuwe regering opzetten.

7.

Wat is het grootste verschil tussen de VOC en WIC?

a)

De WIC had een monopolie op de handel in Azië

b)

De VOC handelt in slaven en de WIC in specerijen.

c)

De WIC had een monopolie op de handel tussen Zuid-Afrika en Zuid-Amerika.

d)

De VOC handelde in goud, zilver, wapens.

8.

Wanneer vond de 80-jarige oorlog plaats?

a)

1566-1646

b)

1588-1648

c)

1568-1648

d)

1566-1626

9.
Een voorbeeld van een specerij is
a)
hout
b)
wol
c)
slaven
d)
kruidnagel
10.
De VOC en WIC waren beide succesvolle ondernemingen.
a)
Ja, maar de VOC was succesvoller dan de WIC
b)
Ja, maar de WIC was succesvoller dan de VOC
c)
Nee, alleen de WIC was succesvol
d)
Nee, alleen de VOC was succesvol
11.
De Gouden Eeuw was de....
a)
15e eeuw
b)
16e eeuw
c)
17e eeuw
d)
18e eeuw
12.

Welke omschrijving past het beste bij de Moedernegotie?

a)

De handel met de Oostzee gebieden om hier graan en hout weg te halen. Deze handel zorgde ervoor dat de Nederlanders zich konden specialiseren en (bijna) alleen aan veeteelt deden.

b)

De handel met Zweden waar voornamelijk graan werd gekocht door de Nederlandse Hanze steden.

c)

De handel met Zweden waar vooral graan, gedroogd vlees en tin vandaan werd gehaald om vervolgens te verhandelen in de Republiek.

13.

Wat is een oorzaak van het ontstaan van de Oostzeehandel?

a)

Steden groeiden, boeren konden niet genoeg graan produceren voor iedereen en daarom werd het uit het Oostzeegebied gehaald

b)

De Republiek wilde meer verdienen met het verhandelen van graan en hout en daarom haalden ze een overschot uit het Oostzeegebied

c)

Oogsten in de Republiek waren mislukt, daardoor was er niet genoeg voedsel en moest het uit het Oostzeegebied worden gehaald

14.

De VOC had een handelsmonopolie in Azië. Dit hield in dat zij het alleenrecht hadden om handel te drijven in dat gebied.

a)

juist

b)

onjuist

15.

De VOC mocht zonder toestemming van de bestuurders in de Republiek oorlog voeren in Azië

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

In welke producten handelde de WIC?

a)

Slaven en producten van plantages (katoen, specerijen)

b)

Specerijen en slaven

c)

Slaven en producten van plantages (katoen, tabak, suikerriet)

d)

Zijde, Porselein en producten van plantages (katoen, tabak, suikerriet)

17.

Stelling: in de 17e eeuw is een wereldeconomie ontstaan waar wij nu ook nog veel van terug zien.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Waarom wordt de 17e eeuw ook wel de Gouden Eeuw genoemd?

a)

Nederland had in de 17e eeuw veel succes en werd rijk door de handel over zee. Door de rijkdom werd Nederland een machtig land.

b)

De Nederlandse schepen namen veel goudschatten mee terug naar Europa na hun reis over de wereld.

19.

Waarom werd de WIC juist in 1621 opgericht?

a)

toen werd de oorlog tegen Spanje hervat

b)

toen veroverde Spanje Nederlandse forten in West Afrika

c)

toen was het vrede met Spanje

d)

toen was de VOC afgeschaft

20.

Twee uitspraken:

1.In de Gouden Eeuw was iedereen rijk.

2.De Gouden Eeuw begon tijdens de Opstand.

a)

1 is waar en 2 is niet waar.

b)

1 is niet waar en 2 is waar.

c)

beide zijn waar.

d)

beide zijn niet waar.

21.
Geef drie voorbeelden van  producten die in de Gouden Eeuw uit 'de West' werden gehaald.
a)
Peper, Kruidnagel, Noodmuskaat
b)
Tabak, Koffie, Katoen
c)
Zout, Groenten,Hout
d)
Kaas, boter en meel
22.
Wat is de 'driehoekshandel' ?
a)
De handel tussen De Republiek, West Afrika en Amerika
b)
De handel tussen de Oostzee-landen, De Republiek en Amerika
c)
De handel tussen Afrika, Midden Amerika en Zuid Amerika
23.
Wat is 'kaapvaart'
a)
Het kapen van de lading van andere schepen op zee met toestemming van de regering
b)
Het varen op de kaap De Goede Hoop
c)
Het verhandelen van negerslaven aan een Spaans schip op zee
24.
Welk begrip  hoort bij deze afbeelding?
a)
Atlantische handel
b)
Trans-Atlantische handel
c)
Slavenhandel
d)
Driehoekshandel
25.
Waarom gebruikten de Spanjaarden eerst indianen en later zwarte Afrikanen als slaven voor hun kolonies?
a)
Zwarte slaven konden het werk beter aan dan indianen
b)
Er waren meer zwarte slaven
c)
Spanjaarden wilden de indianen het zware werk besparen