wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MEMO 2.2 Cultuur en samenleving in de Republiek

Total questions: 26

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is GEEN bekende schilder uit de Gouden Eeuw?

a)

Rembrandt van Rijn

b)

Christiaan Huygens

c)

Johannes Vermeer

d)

Frans Hals

e)

Jan Steen

2.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)
wereldstad
b)
beurs
c)
multinational
d)
stapelmarkt
3.
Wie schilderde de Nachtwacht?
a)
Rembrandt van Rijn
b)
Jan Steen
c)
Rubens
d)
Frans Hals
4.
Rijke mensen gaven hun geld uit aan?
a)
Grote huizen, dure meubels, schilderijen en zilver.
b)
Lekker eten, arme mensen, schilderijen.
c)
Auto's, sieraden, kleding en porselein.
d)
Boeken, dure meubels, specerijen en sieraden. 
5.

Welke beweringen over de armenzorg zijn NIET juist?

a)

Armen konden hun kind(eren) naar het weeshuis brengen.

b)

Armen leefden buiten de stadsmuren.

c)

Armen die schuld hadden kwamen terecht in tucht- of pesthuizen.

d)

Armen die zelf schuld hadden konden rekenen op hulp van de stad.

6.

Welke bewering over kunst tijdens de Gouden Eeuw is NIET waar?

a)

Veelal gebruikte thema's waren stillevens, zeegezichten of alledaagse taferelen.

b)

Zelfs de middenklasse liet zich portretteren.

c)

Het maken van een portret kon soms wel maanden duren en kostte daardoor veel geld.

7.

Regenten zijn:

a)

Rijke kooplieden met een politieke functie die belangrijke handelsverdragen mogen sluiten.

b)

Mensen van adel die mee mogen praten over het bestuur van de Republiek.

c)

Bestuurders van de republiek. Zij behoren tot de bovenlaag van de bevolking en hebben politieke inspraak.

d)

Mensen die erop letten wanneer het ging regenen.

8.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

Onderschrift: de Joodse synagoge in Amsterdam (1639).

a)

Handelskapitalisme

b)

Monopolie

c)

Tolerantie

d)

Stapelmarkt

9.

Wat betekent het begrip tolerantie?

a)

Verdraagzaamheid tegenover mensen die anders denken en handelen dan dat jij doet, en die mensen in hun waarde laten

b)

Mensen vrij laten denken in hun geloof, zolang ze het maar niet uiten

c)

Mensen eerst anders laten denken dan dat jij doet, maar ze uiteindelijk wel leren hetzelfde te denken

d)

Mensen laten onderzoeken en ontdekken wat ze willen, ook al is het tegen de wil van de kerk in.

10.

Waarom was de Republiek in de 17e eeuw een goede plaats voor wetenschappers?

a)

De Republiek was tolerant. Sommige onderzoekers voelden zich zo vrij dat ze zeiden dat je niet alle wijsheid en kennis in de Bijbel kon vinden en gingen ontdekken waar dan wel.

b)

De Republiek had godsdienstvrijheid. Hierdoor mochten wetenschappers onderzoeken wat ze wilden.

c)

De protestantse kerk had veel geld en betaalde daarmee veel wetenschappers om belangrijke ontdekkingen te doen

11.

Stelling: de Republiek had in de 17e eeuw godsdienstVRIJHEID

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Waarom is er gekozen om die eeuw de Gouden Eeuw te noemen?

a)

Omdat de mensen in die tijd de kleur goud heel mooi vonden.

b)

Omdat Nederland heel arm was geworden in die tijd.

c)

Omdat alles van goud was gemaakt in die tijd.

d)

Omdat Nederland heel rijk was geworden in die tijd.

13.
Waar werden veel schilderijen van gemaakt in de Gouden eeuw?
a)
De VOC-schepen.
b)

De regenten

c)
De gewone burger en alledaagse dingen.
d)

Edelmannen

e)

Heiligen

14.

Wat was de schutterij?

a)

Een soort brandweer

b)

Een soort dokter

c)

Een soort politie

d)

Een groep dieven

15.

Welke twee groepen mensen vluchtten vooral in de 17e eeuw naar de Republiek en waarom?

a)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:godsdienst) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

b)

Katholieke vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:geloof) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

c)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het Zuiden (reden:geloof) en Franse handelaren (reden:oorlog en handel)

d)

Seizoensarbeiders uit het Heilige Roomse Rijk (nu Duitsland) en Engelse handelaren (reden:Acte van Navigatie)

16.

inpolderen is

a)

met de fiets naar beneden rijden

b)

een stuk land vol laten lopen met water

c)

van een stuk water een stuk land maken

d)

dijken controleren

17.

Wat is de goede naam?

a)

de Republiek der Nederlanden

b)

de Republiek der Zeven Gewesten

c)

de Verenigde Republiek

d)

de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

18.

Wat is dit gebouw?

a)

Het stadhouderlijk paleis op de Dam

b)

Het gebouw van de Staten-Generaal

c)

De Amsterdamse beurs

d)

Het stadhuis van de stad Amsterdam

19.

Bekijk de afbeelding:

Is dit schilderij representatief (= een goed voorbeeld van) een schilderij uit de Repupliek?

a)

Ja, er staan gewone burgers op afgebeeld. Iets wat in de 17e eeuw alleen in de Republiek gedaan werd.

b)

Nee, er wordt hier een Bijbels verhaal uitgebeeld over Mozes. Dat past niet bij de kunst uit de Republiek.

c)

Ja, we zien een bezoek van een van de Nederlandse prinsessen aan burgers tijdens koningsdag.

d)

Nee, er staan edelen op afgebeeld. Die waren er niet in de Republiek in de 17e eeuw.

20.

Welke twee wetenschappers horen bij de Wetenschappelijke Revolutie?

a)

Leonardo da Vinci en Baruch Spinoza

b)

Constantijn Huygens en Anthoni van Leeuwenhoek

c)

Johannes Vermeer en Rembrandt van Rijn

21.

Wat was er - volgens mannen uit andere landen - erg raar aan de vrouwen in de Republiek? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Vrouwen mochten een eigen bedrijf hebben

b)

Vrouwen mochten alleen over straat (zonder begeleiding)

c)

Vrouwen hadden veel meer inspraak over wie ze trouwden dan in andere landen

d)

Vrouwen hadden stemrecht, net als mannen

22.

Welke stad was het economisch centrum van de Nederlanden voordat Amsterdam dit werd?

a)

Den Haag

b)

Brussel

c)

Antwerpen

d)

Leiden

23.
"Hout, zout en graan werden in Amsterdam bewerkt en dan doorverkocht."
a)
Juist
b)
Onjuist
24.

Wat is het wapen van Amsterdam?

a)
b)
c)
25.

Welk van deze groep profiteerde niet of nauwelijks van de Gouden eeuw

a)

handelsfamilies

b)

ambachtslieden

c)

loonarbeiders

d)

armen

26.

Wat betekent statenbijbel?

a)

de officiële bijbel van de protestanten in de republiek

b)

de officiële bijbel van de katholieken in de republiek

c)

de officiële bijbel van de joden in de republiek

d)

de officiële bijbel van de Vlamingen in de republiek