Font size
WorksheetsSpelling: tweelettergrepige woorden met gesloten lettergreep
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
De ... lopen rond in hun hok.
(a)
De ... springt in de vijver.
(a)
De ... zwemmen snel door het water.
(a)
Als het nacht is zie ik de sterren ... .
(a)
De appels ... van de bomen.
(a)
De auto van mijn buurman is ... .
(a)
Als ik verkleed ben als een spook, dan laat ik mijn mama ... .
(a)
We ... eerst op de deur voor we naar binnen gaan.
(a)
De jongen durft veel. Hij is heel ... .
(a)
Dat kindje kreeg een ... van die clown.
(a)
Ik moet mijn kamer dringend eens opruimen, want er ligt veel ... .
(a)
Zij kan de veters van haar schoen al goed ... .
(a)
Wij ... van de taart.
(a)
Ik ga mijn bord op de tafel ... .
(a)
De hond kan hard ... .
(a)
De ... bakt een lekker brood.
(a)
Ik kan al goed ... : 1, 2, 3, 4, 5
(a)
De ... zien er mooi uit op school.
(a)
Ik schrijf de ... goed op, zodat de leerkracht kan lezen wat er staat.
(a)
Het is ... dat je niet naar mijn feestje kan komen.
(a)
