Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1B weer, klimaat, vegetatie

Total questions: 53

Worksheet time: 54mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het verschil tussen weer en klimaat?

a)

weer = korte periode

klimaat = lange periode

b)

weer = regen

klimaat = zon

c)

weer = klimaat

d)

klimaat gaat alleen over temperatuur

2.

Welke uitspraak hoort bij het weer?

a)

de gemiddelde temperatuur in België is 10°C

b)

het regent vandaag in Bornem

c)

In Spanje is het altijd warmer dan in België

d)

In Siberië is er in de winter altijd veel wind.

3.

Welke uitspraak hoort bij het klimaat?

a)

Het waait hard aan de zee vandaag.

b)

Het sneeuwt morgen in de Ardennen

c)

België heeft een gematigd zeeklimaat.

d)

Er is een storm in Antwerpen.

4.

Welke factor beïnvloedt het klimaat?

a)

de kleding die mensen dragen.

b)

De temperatuur en de hoeveelheid neerslag.

c)

De hoeveelheid auto's op de weg

d)

de tijd van het jaar.

5.

Welke klimaatzone is warm en nat?

a)

koude klimaatzone

b)

gematigde klimaatzone

c)

droge klimaatzone

d)

tropische klimaatzone

6.

In welke klimaatzone ligt België?

a)

koude klimaatzone

b)

gematigde klimaatzone

c)

droge klimaatzone

d)

tropische klimaatzone

7.

Waar regent het bijna nooit?

a)

droge klimaatzone

b)

tropische klimaatzone

c)

gematigde klimaatzone

d)

koude klimaatzone

8.

In welke twee klimaatzones zal je bijna geen bomen tegen komen?

a)

droge klimaatzone

b)

tropische klimaatzone

c)

gematigde klimaatzone

d)

koude klimaatzone

9.

Wat hoort NIET bij een gematigd klimaat?

a)

warme zomers

b)

koude winters

c)

heel veel regen en hoge temperaturen

d)

wisselvallig weer

10.

Wat is een ander woord voor regen, sneeuw of hagel?

a)

windkracht

b)

neerslag

c)

klimaat

d)

bewolking

11.

Waarom liggen tropische regenwouden bij de evenaar?

a)

Het is er warm en zeer droog

b)

Het is er warm en vochtig

c)

Het is er koud en nat

12.

Maak je keuze. Op deze foto kan je volgend vegetatietype zien

a)

woestijn

b)

tropisch regenwoud

c)

steppe

d)

tropische savanne

13.

Bepaal het vegetatietype: Bijna geen begroeiing door droogte

a)

toendra

b)

woestijn

c)

taiga

d)

steppe

14.

Bepaal het vegetatietype: Te koud om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

steppe

15.

Bepaal het vegetatietype: Bestaat uit hogere grassen en kruidachtige planten

a)

savanne

b)

hardbladige vegetatie

c)

loofwoud

d)

steppe

16.

Bepaal het vegetatietype: Zeer dichte begroeiing van hoge bomen met weinig ondergroei

a)

subtropisch regenwoud

b)

tropisch vegetatie

c)

savanne

d)

gemengd woud

17.

Bepaal het vegetatietype: Er komen naaldbomen en loofbomen voor

a)

subtropisch regenwoud

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

gemengd woud

18.

Bepaal het vegetatietype

a)

steppe

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

gemengd woud

19.

Bepaal het vegetatietype

a)

steppe

b)

toendra

c)

taiga

d)

woestijn

20.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

loofwoud

c)

taiga

d)

subtropisch regenwoud

21.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

loofwoud

c)

taiga

d)

subtropisch regenwoud

22.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

tropisch regenwoud

23.

Bepaal het vegetatietype

a)

savanne

b)

hardbladige vegetatie

c)

subtropisch regenwoud

d)

tropisch regenwoud

24.

Bepaal het vegetatietype

a)

gemengd woud

b)

loofwoud

c)

subtropisch regenwoud

d)

tropisch regenwoud

25.

Het klimaat wordt bekeken over een periode van ...?

a)

30 jaar

b)

1 jaar

c)

10 jaar

d)

5 Jaar

26.
Een klimaat waarin de tempratuur altijd hoger is dan 18 graden en het hele jaar door veel regen valt.
a)
Woestijnklimaat
b)
Tropisch regenwoudklimaat
c)
Steppeklimaat
d)
Middellands zeeklimaat
27.
a)

steppe

b)

woestijn

c)

savanne

d)

taiga

28.

Welke reliëfvorm is dit?

a)

vlakte

b)

berg

c)

heuvel

d)

plateau

29.

Welke reliëfvorm is dit?

a)

heuvel

b)

berg

c)

vlakte

d)

plateau

30.

Wat kun je zeggen over de horizon?

a)

Recht

b)

Gebogen

c)

kantig

d)

er is geen horizon

31.

Wat kun je zeggen over de helling?

a)

Zwak

b)

Matig

c)

Steil

d)

Er is geen helling

32.

Welke reliëfvorm herken je hier?

a)

Vlakte

b)

plateau

c)

heuvel

d)

Gebergte

33.

Welke vegetatie zie je op de foto?

a)

duinen

b)

heide

c)

loofbos

d)

moeras

34.

Welke vegetatie zie je op de foto?

a)

duinen

b)

heide

c)

loofbos

d)

moeras

35.

Welke vegetatie zie je op de foto?

a)

duinen

b)

heide

c)

loofbos

d)

moeras

36.

Welke vegetatie zie je op de foto?

a)

duinen

b)

heide

c)

loofbos

d)

moeras

37.

De groen gekleurde klimaatzone is de ...

a)

tropische

klimaatzone

b)

droge klimaatzone

c)

koude klimaatzone

d)

gematigde klimaatzone

38.

De blauw gekleurde klimaatzone is de ...

a)

tropische

klimaatzone

b)

droge klimaatzone

c)

koude klimaatzone

d)

gematigde klimaatzone

39.

De geel gekleurde klimaatzone is de ...

a)

tropische

klimaatzone

b)

droge klimaatzone

c)

koude klimaatzone

d)

gematigde klimaatzone

40.

De oranje gekleurde klimaatzone is de ...

a)

tropische

klimaatzone

b)

droge klimaatzone

c)

koude klimaatzone

d)

gematigde klimaatzone

41.

Het klimaat op aarde is overal hetzelfde.

a)

juist

b)

fout

42.

Welk soort landschap zie je op de foto?

a)

natuurlandschap

b)

cultuurlandschap

43.

Welk soort landschap zie je op de foto?

a)

natuurlandschap

b)

cultuurlandschap

44.

Welk soort landschap zie je op de foto?

a)

natuurlandschap

b)

cultuurlandschap

45.

Op deze foto zie je ...

a)

alleen menselijke

landschapselementen

b)

alleen natuurlijke landschapselementen

c)

geen van beiden

d)

menselijke EN natuurlijke landschapselementen

46.

Op deze foto zie je ...

a)

alleen menselijke

landschapselementen

b)

alleen natuurlijke landschapselementen

c)

geen van beiden

d)

menselijke EN natuurlijke landschapselementen

47.

Op deze foto zie je ...

a)

alleen menselijke

landschapselementen

b)

alleen natuurlijke landschapselementen

c)

geen van beiden

d)

menselijke EN natuurlijke landschapselementen

48.

Op deze foto zie je ...

a)

alleen menselijke

landschapselementen

b)

alleen natuurlijke landschapselementen

c)

amper / geen landschapselementen

d)

menselijke EN natuurlijke landschapselementen

49.

Op deze foto zie je ...

a)

alleen menselijke

landschapselementen

b)

alleen natuurlijke landschapselementen

c)

amper / geen landschapselementen

d)

menselijke EN natuurlijke landschapselementen

50.

De afbeelding is een voorbeeld van...

a)

transport-infrastructuur

b)

energie-infrastructuur

c)

landbouw

d)

bebouwing

51.

De afbeelding is een voorbeeld van...

a)

transport-infrastructuur

b)

energie-infrastructuur

c)

landbouw

d)

bebouwing

52.

De afbeelding is een voorbeeld van...

a)

transport-infrastructuur

b)

energie-infrastructuur

c)

landbouw

d)

bebouwing

53.

De afbeelding is een voorbeeld van...

a)

transport-infrastructuur

b)

energie-infrastructuur

c)

landbouw

d)

bebouwing