WorksheetsScreening spelling Engelse werkwoorden
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
De leerkracht (timen, v.t.) de toets.
(a)
Aliana (daten, t.t.) met een jongen van de klas.
(a)
Hebben jouw ouders vroeger nog (faxen, VD)?
(a)
Mijn broer (gamen, v.t.) de hele vakantie lang.
(a)
Zeg, (appen, v.t.) jij je vrienden ook zo vaak?
(a)
Tijl (stressen, t.t.) altijd tijdens de examens.
(a)
Magamed (googelen, v.t.) nuttige informatie.
(a)
Sam (facetimen, t.t.) met zijn vriendinnetje.
(a)
Van der Poel of van Aert: wie (racen, v.t.) het snelst?
(a)
Jij (saven, t.t.) het bestand toch onder de juiste naam?
(a)
Liene (bingewatchen, t.t.) elke serie.
(a)
Wij hebben deze serie (streamen, VD).
(a)
Inara (babysitten, v.t.) op haar neefje.
(a)
Mona (uploaden, v.t.) haar taak te laat.
(a)
Ricardo (baseballen, t.t.) in zijn vrije tijd.
(a)
