wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

RSG H5Beco H4 t/m 6 deel 2

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een deposito?

a)

Een spaarrekening met een vaste looptijd en rente

b)

Een lening met een variabele rente

c)

Een verzekering voor spaargeld

d)

Een beleggingsfonds

2.

Wat zijn financieringskosten?

a)

De kosten die gepaard gaan met het lenen van geld

b)

De kosten van een verzekering

c)

De kosten van een aandeel

d)

De kosten van een obligatie

3.

Wat is een doorlopend krediet?

a)

Een lening waarbij je tot een bepaald maximum kunt lenen en aflossen

b)

Een lening met een vaste looptijd en rente

c)

Een lening voor de aankoop van een huis

d)

Een lening voor de aankoop van een auto

4.

Wat is een persoonlijke lening?

a)

Een lening met een vaste looptijd en rente

b)

Een lening zonder vaste looptijd

c)

Een lening voor de aankoop van een huis

d)

Een lening voor de aankoop van een auto

5.

Wat is de kredietprijs?

a)

De totale kosten van een lening

b)

De rente op een spaarrekening

c)

De prijs van een aandeel

d)

De waarde van een obligatie

6.

Wat is koop en verkoop op afbetaling?

a)

Een aankoop waarbij de betaling in termijnen plaatsvindt

b)

Een aankoop waarbij de betaling in één keer plaatsvindt

c)

Een verkoop waarbij de betaling in termijnen plaatsvindt

d)

Een verkoop waarbij de betaling in één keer plaatsvindt

7.

Wat zijn duurzame consumptiegoederen?

a)

Goederen die lang meegaan en niet snel vervangen hoeven te worden

b)

Goederen die snel verbruikt worden

c)

Goederen die goedkoop zijn

d)

Goederen die duur zijn

8.

Wat is huurkoop?

a)

Een aankoop waarbij de koper het goed huurt totdat het volledig is afbetaald

b)

Een aankoop waarbij de koper het goed direct bezit

c)

Een huur waarbij de huurder het goed nooit bezit

d)

Een huur waarbij de huurder het goed direct bezit

9.

Wat is private lease?

a)

Het leasen van een auto door een particulier

b)

Het leasen van een auto door een bedrijf

c)

Het kopen van een auto door een particulier

d)

Het kopen van een auto door een bedrijf

10.

Wat is enkelvoudige interest?

a)

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag

b)

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag plus eerder verdiende rente

c)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag inclusief kosten

d)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag exclusief kosten

11.

Wat is samengestelde interest?

a)

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag plus eerder verdiende rente

b)

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag

c)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag inclusief kosten

d)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag exclusief kosten

12.

Wat betekent rente over rente?

a)

Rente die wordt berekend over eerder verdiende rente

b)

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag

c)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag inclusief kosten

d)

Rente die wordt berekend over het totale bedrag exclusief kosten

13.

Wat betekent perunage?

a)

Rente per jaar

b)

Rente per maand

c)

Rente per week

d)

Rente per dag

14.

Wat betekent perioden in financiële context?

a)

Het aantal tijdseenheden waarin rente wordt berekend

b)

Het aantal betalingen per jaar

c)

Het aantal jaren van een lening

d)

Het aantal maanden van een lening

15.

Wat is nominale interest?

a)

Het rentepercentage zonder rekening te houden met de compounding frequentie

b)

Het rentepercentage inclusief compounding

c)

Het effectieve rentepercentage

d)

Het jaarlijkse rentepercentage

16.

Wat is effectieve interest?

a)

Het rentepercentage inclusief compounding

b)

Het rentepercentage zonder rekening te houden met de compounding frequentie

c)

Het nominale rentepercentage

d)

Het maandelijkse rentepercentage

17.

Wat betekent schuldrest?

a)

Het resterende bedrag van een lening dat nog moet worden afbetaald

b)

Het totale bedrag van een lening

c)

Het afbetaalde bedrag van een lening

d)

Het rentepercentage van een lening

18.

Wat zijn effecten?

a)

Financiële instrumenten zoals aandelen en obligaties

b)

Verzekeringen

c)

Leningen

d)

Spaarrekeningen

19.

Wat is provisie?

a)

Een vergoeding voor bemiddelingsdiensten

b)

Een rentevergoeding

c)

Een verzekeringspremie

d)

Een lening

20.

Wat is een limietorder?

a)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een specifieke prijs

b)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen de marktprijs

c)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een gemiddelde prijs

d)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een variabele prijs

21.

Wat is een market order?

a)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen de marktprijs

b)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een specifieke prijs

c)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een gemiddelde prijs

d)

Een order om een effect te kopen of verkopen tegen een variabele prijs

22.

Wat is een index?

a)

Een maatstaf voor de prestaties van een groep effecten

b)

Een maatstaf voor de prestaties van een enkel effect

c)

Een maatstaf voor de prestaties van een bedrijf

d)

Een maatstaf voor de prestaties van een sector

23.

Wat is een aandeel?

a)

Een eigendomsbewijs in een bedrijf

b)

Een lening aan een bedrijf

c)

Een verzekering voor een bedrijf

d)

Een spaarrekening bij een bank

24.

Wat is nominale waarde?

a)

De oorspronkelijke waarde van een aandeel zoals vermeld op het certificaat

b)

De marktwaarde van een aandeel

c)

De winst die wordt uitgekeerd aan aandeelhouders

d)

De prijs waarvoor nieuwe aandelen worden uitgegeven

25.

Wat is koerswaarde?

a)

De marktwaarde van een aandeel op een bepaald moment

b)

De oorspronkelijke waarde van een aandeel zoals vermeld op het certificaat

c)

De winst die wordt uitgekeerd aan aandeelhouders

d)

De prijs waarvoor nieuwe aandelen worden uitgegeven

26.

Wat is dividend?

a)

De winst die wordt uitgekeerd aan aandeelhouders

b)

De marktwaarde van een aandeel op een bepaald moment

c)

De oorspronkelijke waarde van een aandeel zoals vermeld op het certificaat

d)

De prijs waarvoor nieuwe aandelen worden uitgegeven

27.

Wat is emissiekoers?

a)

De prijs waarvoor nieuwe aandelen worden uitgegeven

b)

De marktwaarde van een aandeel op een bepaald moment

c)

De oorspronkelijke waarde van een aandeel zoals vermeld op het certificaat

d)

De winst die wordt uitgekeerd aan aandeelhouders

28.

Wat is koerswinst?

a)

Het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs van een aandeel

b)

De winst die wordt uitgekeerd aan aandeelhouders

c)

De marktwaarde van een aandeel op een bepaald moment

d)

De oorspronkelijke waarde van een aandeel zoals vermeld op het certificaat

29.

Wat is een obligatielening?

a)

Een lening die wordt uitgegeven door een bedrijf of overheid en verhandeld op de markt

b)

Een lening die wordt uitgegeven door een particulier

c)

Een lening die wordt uitgegeven door een bank

d)

Een lening die wordt uitgegeven door een verzekeringsmaatschappij

30.

Wat betekent aflossen van een obligatielening?

a)

Het terugbetalen van de hoofdsom van de lening aan de obligatiehouders

b)

Het uitkeren van dividend aan de aandeelhouders

c)

Het uitgeven van nieuwe obligaties

d)

Het verhandelen van obligaties op de markt

31.

Wat is couponrendement?

a)

De jaarlijkse rente-uitkering van een obligatie als percentage van de nominale waarde

b)

De jaarlijkse winstuitkering van een aandeel als percentage van de nominale waarde

c)

De jaarlijkse rente-uitkering van een obligatie als percentage van de marktwaarde

d)

De jaarlijkse winstuitkering van een aandeel als percentage van de marktwaarde