wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lezen NN h1

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke vraag stel je om de hoofdgedachte te vinden?

a)

Waar kunnen de lezers de tekst het best voor gebruiken?

b)

Wat is het belangrijkste wat er in de tekst wordt gezegd?

c)

Wat is precies het doel van de maker van de tekst?

d)

Welke feiten uit deze tekst zijn belangrijk om te onthouden?

2.

Wanneer is het belangrijk om de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van een tekst te controleren?

a)

als je meer achtergrondinformatie nodig hebt

b)

als je precies wilt weten wat de maker bedoelt

c)

als je sterke argumenten zoekt voor een mening

3.

In welke zin staat zowel een feit als een mening?

a)

Auto's rijden veel te hard door ons woonerf en ik vind dat gevaarlijk voor de kinderen die hier wonen

b)

Ik vind dat auto's veel te hard rijden door onze straat en de gemeente zou daar iets aan moeten doen

4.

Waar vind je meestal het onderwerp van een tekst?

a)

In de inleiding en kern van de tekst

b)

In de kern en het slot van de tekst

c)

In de titel en inleiding van de tekst

5.

Wat is de hoofdgedachte van een tekst?

a)

Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht

b)

Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen

c)

Het vertelt de kortst mogelijke samenvatting van een tekst in één zin

6.

Het belangrijkste doel van een folder van de Belastingdienst waarin wordt uitgelegd hoe je aangifte moet doen is:

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overhalen

d)

overtuigen

7.

Twee voorbeelden van een tekst met het doel overtuigen zijn:

a)

een bijdrage op een internetforum over koken

b)

een folder over een bakkersopleiding

c)

een gebruiksaanwijzing bij een nieuwe laptop

d)

een recensie over het boek De hongerspelen

e)

een verslag van de politieke vergadering in de krant

8.

Welke twee teksten zijn het meest betrouwbaar?

a)

De bijsluiter bij een penicillinekuur

b)

De nieuwe Pirates of the Caribbean is de beste (Xavi op een filmforum op internet)

c)

Duurzame houtvervangers leveren winst op (vaktijdschrift Bouwtotaal)

d)

Justin Bieber heeft een nieuwe vlam (weekblad Privé)

9.

Welke 3 uitspraken zijn juist?

De informatie is een tekst is betrouwbaar als

a)

de bron belang heeft bij een bepaalde voorstelling van zaken

b)

de bron van de tekst bekend is

c)

de bron verstand heeft van het onderwerp

d)

de informatie in elk geval ouder is dan één week

e)

de informatie te controleren is

10.

Waarom is het belangrijk om de bron van een tekst te controleren?

a)

Om te weten wie de tekst heeft geschreven

b)

Om te bepalen of de informatie betrouwbaar is

c)

Om te begrijpen wat de tekst betekent

11.

Wat is een kenmerk van een objectieve tekst?

a)

Het bevat persoonlijke meningen van de schrijver

b)

Het presenteert feiten zonder vooringenomenheid

c)

Het is geschreven in een informele stijl

12.

Wat is een belangrijk aspect van een betoog?

a)

Het is altijd kort en bondig

b)

Het probeert de lezer te overtuigen van een standpunt

c)

Het bevat alleen feiten zonder meningen

13.

Hoe kun je de structuur van een tekst herkennen?

a)

Door te kijken naar de opbouw van alinea's en secties

b)

Door alleen de titel te lezen

c)

Door de tekst hardop voor te lezen

14.

Wat is een indicatie dat een tekst subjectief is?

a)

Het bevat veel statistische gegevens

b)

Het geeft de persoonlijke mening van de schrijver weer

c)

Het is geschreven in een formele stijl

15.

Wat is het doel van een recept?

a)

informeren

b)

overtuigen

c)

activeren

d)

instrueren

16.

Hoe ziet een een goede instructiezin eruit?

a)

Voeg water toe aan de saus

b)

Je voegt water toe aan de saus

c)

Water toevoegen aan de saus

17.

Wat is het kenmerk van een instructie?

a)

gebruik van opsommingtekens

b)

gebruik van signaalwoorden: ten eerste, ten tweede etc

c)

alle zinnen schrijf je gewoon achterelkaar

d)

gebruik van signaalwoorden: stap 1, stap 2, stap 3 etc

18.

Wat is het doel van een handleiding?

a)

Amuseren

b)

Overtuigen

c)

Instrueren

d)

Informeren