wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

evolutie

Total questions: 14

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wie verzon de evolutie-theorie?

a)
Albert Einstein
b)
Leonardo da Vinci
c)
Apollo
d)
Charles Darwin
2.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

3.

Biologen zoeken naar verwantschap door te kijken naar overeenkomsten in de samenstelling van DNA in cellen.

a)

Juist

b)

onjuist

4.

Verwantschap betekent... (meerder antwoorden mogelijk)

a)

Dat je familie van elkaar bent

b)

Dat je een gemeenschappelijke voorouder hebt gehad.

c)

Dat je veel op elkaar lijkt

d)

Dat je samen vruchtbare nakomelingen kan krijgen

e)

Dat je veel overeenkomstig DNA hebt

5.

Door middel van DNA kan worden na gegaan of twee dieren verwant zijn en dus dezelfde voorouder hebben.

a)

juist

b)

onjuist

6.

Welke stellingen kloppen? (meerder antwoorden mogelijk)

a)

Haaien zijn eerder ontstaan dan beenvissen

b)

Beenvissen zijn meer verwant aan haaien dan aan amfibieën

c)

Amfibieën zijn een voorouder van zoogdieren

d)

Reptielen en vogels hebben een gemeenschappelijke voorouder

7.

Wat is een soort?

a)

Een groep organismen die samen leven

b)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

c)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten

8.
Zijn het ontstaan en uitsterven van diersoorten allebei onderdelen van evolutie? 
a)

ja

b)

nee

9.
Zijn door klimaatverandering diersoorten uitgestorven? 
a)
juist
b)
onjuist
10.
Kunnen door mutaties en geslachtelijke voortplanting organismen ontstaan met nieuwe genotypen?
a)
juist
b)
onjuist
11.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
12.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

13.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

14.

In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn. Is er in deze populatie sprake van selectie?

a)

Nee

b)

Ja, van kunstmatige selectie

c)

Ja, van seksuele selectie

d)

Ja, van natuurlijke selectie