wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Breugel - Strijd van Vastenavond en Vasten

Total questions: 25

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wie viert carnaval?

a)

Natuurlijk!

b)

Neje zulle

c)

Carna-watte?

2.

Carnaval is een ventielfeest.

Een wijnvat moet geregeld gelucht worden, anders...

a)

wordt de wijn slecht

b)

ontploft het vat

c)

loopt het leeg

3.

Carnaval is het begin van...

a)

40 daagse vasten

b)

Advent

c)

Kerstmis

d)

Pasen

4.

Chili con carne

spaanse pepers met ...

a)

rijst

b)

brood

c)

saus

d)

vlees

5.

Het schilderij wordt gedomineerd door twee gebouwen. Op de voorgrond strijden twee figuren tegen elkaar.
Vul de labels in...

6.

Centraal in het schilderij, is er een ...

a)

molen

b)

waterput

c)

lantaarn

d)

schoorsteen

7.

Waterput is het symbool van...

a)

vervuiling

b)

zuiverheid

c)

rijkdom

d)

regen

8.

Breugel ... het symbool van de zuiverheid met een varken dat een drol opeet.

a)

versterkt

b)

contrasteert

c)

herschept

d)

verprutst

9.

De herberg gebruikt het water​ (a)  

De kerk gebruikt water​ (b)  

Choose from the below words
om bier te maken
om mensen te zegenen
om branden te blussen
om de vloer te poetsen
10.

Benoem de attributen van Vastenavond.

11.

Benoem de attributen die verwijzen naar de Vasten, of naar de Kerk in het algemeen

12.

Duid de twee figuren aan die bij Heer Vastenavond horen.

13.

Benoem de figuren op het schilderij aan de rechterkant.

14.

Dit koppel...

a)

begint aan het feest

b)

gaat naar huis

15.

Dit is een...

a)

bakkerij

b)

slagerij

c)

kruidenier

d)

café

16.

Deze bakkerij...

a)

begint aan het werk

b)

is midden in het werk

c)

is klaar met het werk

17.

Het tijdstip is dus

a)

's ochtends vroeg

b)

's middags

c)

late namiddag

d)

's avonds

18.

Sommigen die uit de kerk komen, dragen...

a)

tafels

b)

boeken

c)

kruisbeelden

d)

stoelen

19.

Ze dragen deze stoelen...

a)

uit boetedoening

b)

omdat de vastenpreek zo lang duurde

c)

omdat ze die in de kerk gestolen hebben

20.

Deze vrouw heeft insignes van bedevaart op haar hoed, maar in haar mand draagt ze een dier.

Welk bekend werkwoord is afgeleid van de naam van dit dier?

(a)  

21.

Deze vrouw maakt...

a)

soep

b)

wafels

c)

pannenkoeken

d)

brood

22.

De groep met de bruine mantels zijn 'leprozen'.

Wat zijn dit?

a)

gekken

b)

gevangenen

c)

melaatsen

d)

gehandicapten

23.

Deze twee houden zich bezig met...

a)

gokken

b)

handel

c)

stelen

d)

tuinieren

24.

Deze twee bidden tegen de muur van de kerk om een aflaat te krijgen?

Wat is dat?

a)

gratis toegang tot het feest

b)

vergeving van zonden

c)

vrijstelling van belasting

d)

een zoete koek

25.

Benoem de gekende elementen in de herberg.