Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Burgerlijk Recht H28 en H29

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de belangrijkste voorwaarde voor aansprakelijkheid bij onrechtmatige daad?

a)

Er moet sprake zijn van een contractuele relatie.

b)

Er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad.

c)

De schade moet altijd materieel zijn.

d)

De dader moet opzettelijk hebben gehandeld.

2.

Welke van de volgende elementen is essentieel voor de schadevergoeding bij onrechtmatige daad?

a)

De dader moet een bedrijf zijn.

b)

De schade moet aantoonbaar zijn.

c)

De schade moet door een derde partij zijn veroorzaakt.

d)

De schade moet altijd immaterieel zijn.

3.

Een medewerker van Coca-Cola liet tijdens laad- en loswerkzaamheden bij een café in Amsterdam een kelderluik open staan. Een nietsvermoedende passant viel vervolgens in het gat van het openstaande luik en raakte ernstig gewond. Deze wil de ziekenhuiskosten vergoed zien en klaagt de medewerker aan op grond van onrechtmatige daad. Heeft dit kans van slagen?

a)

ja, want er is sprake van inbreuk op een recht

b)

ja, want het open laten staan van het kelderluik is onrechtmatig

c)

nee, er is geen sprake van onrechtmatigheid maar van een ongelukkige samenloop van omstandigheden

d)

nee, tijdens laad -en loswerkzaamheden is er nooit sprake van onrechtmatig handelen

4.

Wat wordt verstaan onder toerekenbaarheid van schade?

a)

De schade moet door de overheid zijn veroorzaakt.

b)

De schade moet door een verzekering worden gedekt..

c)

De dader moet verantwoordelijk zijn voor de schade.

d)

De schade moet altijd direct zijn.

5.

Wat is een voorbeeld van immateriële schade?

a)

Medische kosten na een ongeluk.

b)

Verlies van inkomen door arbeidsongeschiktheid.

c)

Pijn en verdriet door een ongeval.

d)

Materiële schade aan een voertuig.

6.

Wat is de definitie van onverschuldigde betaling?

a)

Een betaling die niet is gedaan.

b)

Een betaling die gedaan is zonder dat daar een verplichting voor bestaat.

c)

Een betaling die te laat is gedaan.

d)

Een betaling die onterecht is geweigerd.

7.

Welke rechten heeft de schuldeiser bij onverschuldigde betaling?

a)

Het recht om de debiteur te straffen.

b)

Het recht om de betaling te behouden.

c)

Het recht om de onverschuldigde betaling terug te vorderen.

d)

Het recht om de debiteur te dwingen tot verdere betalingen.

8.

Wat is een voorbeeld van onverschuldigde betaling?

a)

Betaling voor een geleverde dienst.

b)

Betaling voor een product dat nooit is ontvangen.

c)

Betaling van een schuld die al is voldaan.

d)

Betaling van een boete.

9.

Wat is een belangrijk kenmerk van onverschuldigde betaling?

a)

Het is altijd een vrijwillige betaling.

b)

Het is een betaling zonder juridische basis.

c)

Het is een betaling die altijd kan worden teruggevorderd.

d)

Het is een betaling die nooit kan worden teruggevorderd.

10.

Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van ongerechtvaardigde verrijking?

a)

Iemand die een lening niet terugbetaalt.

b)

Iemand die per ongeluk geld overmaakt naar de verkeerde rekening.

c)

Iemand die schade toebrengt aan andermans eigendom.

d)

Iemand die een contract niet nakomt.

11.

Wat is de definitie van ongerechtvaardigde verrijking?

a)

Een verrijking die voortkomt uit een contractuele verplichting.

b)

Een verrijking die plaatsvindt zonder dat er een rechtvaardiging voor is.

c)

Een verrijking die voortkomt uit een onrechtmatige daad.

d)

Een verrijking die is goedgekeurd door de rechter.

12.

Wat is een voorbeeld van een situatie waarin geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking?

a)

Een persoon die een cadeau ontvangt.

b)

Een persoon die een foutieve factuur betaalt.

c)

Een persoon die een schadevergoeding ontvangt na een ongeluk.

d)

Een persoon die een lening afsluit.