wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Delen / tweeklanken en medeklinkers

Total questions: 87

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

15 x 1000

a)

1500

b)

15000

c)

150

d)

0,15

2.

25,15 x 100

a)

2,515

b)

251,5

c)

0,2515

d)

2515

3.

87 256 : 1000

a)

87,256

b)

872,56

c)

87256,6

d)

87256000

4.

999,99 : 10

a)

9999,9

b)

99,999

c)

99999

d)

9,9999

5.

125,168 x 1000

a)

125 168 000

b)

0,125168

c)

1251,68

d)

125168

6.

12,14 x 1000

a)

12,14000

b)

121,1400

c)

12140

d)

121400

7.

0,009 x 100

a)

0,00900

b)

0,09

c)

0,9

d)

9

8.

0,12 x 1000

a)

120

b)

12

c)

1200

d)

1,2

9.

7 x 9 =

a)

18

b)

81

c)

56

d)

63

10.

12 X 2 =

a)

14

b)

28

c)

24

d)

2

11.

9 X 9=

(a)  

12.

6x6=

a)

63

b)

22

c)

36

13.

11x3=

(a)  

14.

5x5=

a)

15

b)

6

c)

25

15.

6x9=

(a)  

16.

4x9=

a)

32

b)

100

c)

36

d)

26

17.

10x5=

(a)  

18.

3x12=

(a)  

19.

5x2=

a)

12

b)

100

c)

1

d)

10

20.

12:6=

a)

2

b)

6

c)

9

21.

63:9=

(a)  

22.

45:9=

a)

4

b)

3

c)

50

d)

5

23.

18:2=

(a)  

24.

27:3=

a)

2

b)

4

c)

9

d)

8

25.

1X15=

(a)  

26.

18:3=

(a)  

27.

12:3=

(a)  

28.

9:3=

(a)  

29.

7x5=

(a)  

30.

40:5=

(a)  

31.

30:5=

a)

5

b)

6

c)

10

32.

8x6=

a)

84

b)

38

c)

68

d)

48

33.

10X8=

(a)  

34.

3X11=

(a)  

35.

5X12=

a)

30

b)

2

c)

100

d)

60

36.

4X12=

(a)  

37.

5X15=

a)

90

b)

75

c)

60

38.

2X25=

(a)  

39.

9X15=

a)

125

b)

100

c)

150

d)

135

40.

33:3=

a)

1

b)

19

c)

45

d)

11

41.

6x10=

(a)  

42.

90:10=

a)

1

b)

33

c)

9

43.

11:11=

(a)  

44.

k_p

(a)  

45.

d_n

(a)  

46.

p_t

(a)  

47.

r_m

(a)  

48.

v_r

(a)  

49.

k_n

(a)  

50.

m_s

(a)  

51.

m_s

(a)  

52.

m_n

(a)  

53.

z_g

(a)  

54.

z_s

(a)  

55.

v_s

(a)  

56.

k_s

(a)  

57.

v_s

(a)  

58.

h_k

(a)  

59.

p_t

(a)  

60.

Wat is juist?

a)

vietamientje

b)

vitamientje

61.

Wat is juist?

a)

Egiptische piramiden

b)

Egyptische pyramiden

c)

Egiptische pyramiden

d)

Egyptische piramiden

62.

Het meervoud van vonnis is...

a)

vonnisen

b)

vonnissen

63.

Het meervoud van bangerik is...

a)

bangeriken

b)

bangerikken

64.

Het meervoud van spion is..

a)

spionen

b)

spionnen

65.

Het meervoud van miljoen is...

a)

miljoennen

b)

miljoenen

66.

Wat is juist?

a)

attracties

b)

atracties

67.

Wat is juist?

a)

Het buskruid ontplofte.

b)

Het buskruit ontplofte.

68.

Wat is juist?

a)

kanibaal

b)

canibaal

c)

cannibaal

d)

kannibaal

69.

Wat is juist?

a)

profesor

b)

proffessor

c)

professor

d)

proffesor

70.

Maak de zin kloppend:


Het h..... potlood is groen

a)

holen

b)

hollen

c)

holle

71.

Is het woord herrinering goed geschreven?

a)

Ja

b)

Nee: herinnering

c)

Nee: Herrinnering

72.

Wat moet je doen als je aan het einde van de eerste klankgroep een korte klank hoort?

a)

Je hoeft niks te doen

b)

Je schrijft 2 dezelfde medeklinkers

c)

Je schrijft maar één medeklinker

73.

Wat is het meervoud van hut?

a)

Hutten

b)

Huuten

c)

huten

74.

wat is het meervoud van kat?

a)

katen

b)

kaaten

c)

katten

75.

Iets met veel room is....

a)

rommig

b)

romig

c)

roomig

76.

Maak de zin kloppend:


Koop voor mij maar een v..... melk

a)

volle

b)

volen

c)

vollen

77.

Een hele boel mensen noem je ook wel .....

a)

Een masa mensen

b)

Een massa mensen

c)

Een boel mensen

78.

Maak de zin kloppend:


De wit baard van Sinterklaas.

a)

De witte baard van Sinterklaas.

b)

De witten baard van Sinterklaas.

c)

De witen baard van Sinterklaas.

79.

Wat moet je doen als je aan het eind van een klankgroep een lange klank hoort?

a)

Je hoeft niks te doen

b)

Je schrijft twee medeklinkers

c)

Je schrijft maar één medeklinker

80.

Maak de zin kloppend:


Ze hebben al...bei gewonnen

a)

alebei

b)

allenbei

c)

allebei

81.

Wat doe je met veters?

a)

Striken

b)

Knopen

c)

Strikken

82.

op vakantie gaan

a)

rijzen

b)

reizen

83.

de reactie als iemand dierbaar dood is gegaan

a)

rouw

b)

rauw

84.

in je handen klappen na een optreden

a)

aplaudiseren

b)

apploudisseren

c)

applaudisseren

d)

aplaudisseren

85.

foutloos

a)

feilloos

b)

fijlloos

86.

gebied

a)

terein

b)

terrein

c)

terijn

d)

terrijn

87.

jaargetijde

a)

sezoen

b)

seizoen

c)

sijzoen