Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4MT Herhaling 2de + 3de trimester

Total questions: 79

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Dit zijn de werkgevers. Ze vragen geschikte arbeidskrachten voor een bepaalde job.

a)

de vragers naar arbeid

b)

de aanbieders van arbeid

2.

Dit is de benaming voor het inkomen dat je krijgt in ruil voor de geleverde arbeid.

(a)  

3.

Ik wil bij de Jumbo werken. Ik ben een ........van arbeid

a)

vrager

b)

aanbieder

4.

Philips zoekt voor de scheerapparaten fabriek in Drachten de komende periode nog 125 vakmensen. Dit is een voorbeeld van .............arbeid

a)

aanbod van

b)

vraag naar

5.

Wanneer op de arbeidsmarkt A > V, ...

a)

dan is er een vraagoverschot

b)

dan zijn er veel knelpuntberoepen

c)

dan is er een aanbodtekort

d)

dan is er werkloosheid

6.

Voor wat staat CAO

(a)  

7.

leg uit of het gaat een vraagoverschot of aanbodsoverschot

"Nergens studeren minder meisjes ict dan in België met te weinig beschikbare WN"

a)

vraagoverschot

b)

aanbodsoverschot

8.

leg uit of het gaat een vraagoverschot of aanbodsoverschot

"ticketje nemen in de wachtrij want waar kun je nog terecht met je diploma musicologie"

a)

vraagoverschot

b)

aanbodsoverschot

9.
juist of onjuist?
Een markt is het geheel van vraag en aanbod
a)
juist
b)
onjuist
10.

De prijs van arbeid is?

(a)  

11.

Een vakbond is een

a)

werknemersvereniging

b)

werkgeversvereniging

c)

overheidsinstantie

12.

Wat is het belangrijkste doel van werkgeversorganisaties?

a)

Het behartigen van de belangen van werknemers

b)

Het bevorderen van werkgelegenheid

c)

Het bevorderen van de belangen van werkgevers en het bieden van ondersteuning aan werkgevers

13.

Wie zijn de vragers op de arbeidsmarkt?

a)

Werkgevers

b)

Werknemers

c)

Overheid

14.

Waarvoor staat de 'V' in ACV?

(a)  

15.

Waarvoor staat de "B" in ABVV

(a)  

16.

Waarvoor staat de "C" in ACLVB

(a)  

17.

Wat doet de vakbond?

a)

Helpt jou om een job te vinden

b)

Helpt jou om een opleiding te vinden

c)

Helpt jou als je problemen hebt met jouw baas

18.

Wat is een knelpuntberoep?

a)

Een beroep dat weinig mensen kunnen uitvoeren.

b)

Een beroep waar men weinig mensen voor kan vinden om uit te voeren.

c)

Een beroep waar weinig opleidingen voor te vinden zijn.

19.

Wanneer op de arbeidsmarkt A > V, ...

a)

dan is er een vraagoverschot

b)

dan zijn er veel knelpuntberoepen

c)

dan is er een aanbodtekort

d)

dan is er werkloosheid

20.

Wie zijn de vragers op de arbeidsmarkt?

a)

Werkgevers

b)

Werknemers

c)

Overheid

21.

Wat is het belangrijkste doel van werkgeversorganisaties?

a)

Het behartigen van de belangen van werknemers

b)

Het bevorderen van werkgelegenheid

c)

Het bevorderen van de belangen van werkgevers en het bieden van ondersteuning aan werkgevers

22.

Hoe hoger het loon

a)

hoe meer mensen willen werken

b)

hoe minder mensen willen werken

23.

De vraagcurve naar arbeid: Hoe lager het loon

a)

hoe meer werknemers de werkgever in dienst wil nemen

b)

hoe minder werknemers de werkgever in dienst wil nemen

24.

Het is heel mooi weer en meer mensen willen een ijsje eten

a)

V1

b)

V2

c)

Beweging op V

25.

Door de economische crisis geven gezinnen minder geld uit aan niet-noodzakelijke producten

a)

V1

b)

V2

c)

Beweging op V

26.

Het loon van de werknemers stijgt

a)

V1

b)

V2

c)

Beweging op V

27.

Door de aankoop van een nieuwe machine, kan Boederijs meer machinaal te werk gaan

a)

V1

b)

V2

c)

Beweging op V

28.

Hoe hoger het loon

a)

hoe meer mensen willen werken

b)

hoe minder mensen willen werken

29.

In de regio van Boerderijs zijn er veel migranten

a)

A1

b)

A2

c)

Beweging op A

30.

In de regio van Boerderijs heeft men veel met vergrijzing te majen

a)

A1

b)

A2

c)

Beweging op A

31.

In de regio van Boerderijs hebben vele gezinnen beslist om te verhuizen naar Noorwegen naar aanleiding van het Eén programme 'Het hoge Noorden'

a)

A1

b)

A2

c)

Beweging op A

32.

Het brutoloon wordt lager

a)

A1

b)

A2

c)

Beweging op A

33.

Een handelsbalans is positief

a)

als de import groter is dan de export

b)

als de export groter is dan de import

c)

als de dekkingscoëfficiënt groter is dan 100

d)

als de dekkingscoëfficiënt kleiner is dan 100

34.

Bij een handelsoverschot ...

a)

is er meer uitvoer dan invoer, dit is positief voor een land

b)

is er meer uitvoer dan invoer, dit is negatief voor een land

c)

is er meer invoer dan uitvoer, dit is positief voor een land

d)

is er meer invoer dan uitvoer, dit is negatief voor een land

35.

Welke uitspraak in verband met de handelsbalans klopt niet?

a)

in België is de uitvoer van goederen en diensten zeer hoog, uitgedrukt in % van het bbp

b)

België voert vooral diensten naar Azië uit en producten naar de VS

c)

de handelsbalans van België met Nederland is traditioneel negatief

d)

België heeft de laatste jaren marktaandeel verloren in Europa omdat ons land minder concurrentieel is

36.

Wanneer een land meer importeert dan exporteert...

a)

Gaat geld naar het buitenland

b)

Gaat geld naar het binnenland

c)

Is er een evenwicht

37.

Wanneer een land meer importeert dan exporteert...

a)

Gaat geld naar het buitenland

b)

Gaat geld naar het binnenland

c)

Is er een evenwicht

38.

Bij aanschaf van 2 T-shirts, 1 gratis.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

39.

Bouwbedrijf Hofman sponsort voetbalclub Vios Beltrum.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

40.

Steeds meer mensen boeken hun vliegvakanties op internet.

a)

Product

b)

Prijs

c)

Plaats

d)

Promotie

41.
Als je één van de elementen van de marketingmix toepast in je onderneming is dat voldoende. 
a)
Juist
b)
Fout
42.

Het voorzien van parkeerplaatsen.

a)

Product

b)

Presentatie

c)

Plaats

d)

Prijs

43.

Bij de aankoop van een nieuwe smartphone krijg je 5 jaar garantie.

a)

Plaats

b)

Presentatie

c)

Prijs

d)

Product

44.

Zalando is enkel beschikbaar via de online webshop.

a)

Plaats

b)

Product

c)

Presentatie

d)

Personeel

45.

MediaMarkt heeft een laagsteprijsgarantie.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Personeel

d)

Promotie

46.

Op de snelweg kan je van heel ver de grote gouden M van Mcdonald's zien.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

47.

IKEA is altijd naast een snelweg.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

48.

Alle IKEA gebouwen zijn blauw en geel.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

49.

Natasja runt een schoonheidssalon. Naast het geven van behandelingen verkoopt Natasja verzorgingsproducten, die sinds kort ook via haar website gekocht kunnen worden.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

50.

Natasja runt een schoonheidssalon. Naast het geven van behandelingen verkoopt Natasja een speciaal geselecteerd assortiment aan verzorgingsproducten.


Dit valt in de marketingmix onder:

a)

Prijs

b)

Personeel

c)

Product

d)

Promotie

51.

Een autogarage heeft 8 personeelsleden. Zij rijden, zakelijk en privé, in auto’s met het logo van de autogarage erop.

Deze actie valt in de marketingmix onder:

a)

Prijs

b)

Personeel

c)

Promotie

d)

Plaats

52.

Een onderneming plaatst een bericht op Facebook. Onder de mensen die het bericht liken wordt een gratis product verloot.


Deze actie valt in de marketingmix onder:

a)

Plaats

b)

Prijs

c)

Product

d)

Promotie

53.

De passiefrekening leveranciers, wordt ... als deze toeneemt.

a)

gedebiteerd

b)

gecrediteerd

54.

De balans bestaat uit...

a)

een actief- en passiefzijde

b)

een debet- en creditzijde

55.

Rekeningen uit klasse 6 en 7 worden opgenomen in de balans.

a)

Juist

b)

Fout

56.

"Het potentieel aan menselijke creativiteit toegankelijk maken voor iedereen". Wat is dit van Spotify?

a)

Doelstelling

b)

Strategie

c)

Visie

d)

Missie

57.

"We willen het meest overtuigende autobedrijf van de 21e eeuw zijn". Wat is dit van Tesla?

a)

Doelstelling

b)

Strategie

c)

Visie

d)

Missie

58.

“Bij Colruyt Group dragen wij respect hoog in het vaandel: iedereen is gelijkwaardig. Elk individu kan zichzelf zijn en zich verder ontwikkelen.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

59.

“Bij Colruyt Group dragen wij respect hoog in het vaandel: iedereen is gelijkwaardig. Elk individu kan zichzelf zijn en zich verder ontwikkelen.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

60.

“Dove zet zich actief in om het zelfvertrouwen van alle vrouwen, en vooral jonge meisjes, positief te beïnvloeden en hen te inspireren om het beste uit hun leven te halen.”

a)

Waarden

b)

Missie

c)

Visie

61.

Wat zijn importquota?

a)

Importquota zijn vrijstellingen voor bepaalde producten.

b)

Importquota zijn belastingen op geïmporteerde goederen.

c)

Importquota zijn beperkingen op de hoeveelheid goederen die een land mag importeren.

d)

Importquota zijn subsidies voor exporteurs.

62.

Een handelsbalans is positief

a)

als de import groter is dan de export

b)

als de export groter is dan de import

c)

als de dekkingscoëfficiënt groter is dan 100

d)

als de dekkingscoëfficiënt kleiner is dan 100

63.

Invoerrechten...

a)

zijn een belasting op ingevoerde goederen of diensten

b)

zorgen voor een prijsdaling voor de consument

c)

zijn een positieve invloed op de binnenlandse economie

d)

worden ingevoerd om de binnenlandse economie te beschermen

64.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


De Braziliaanse regering heeft de invoer van speelgoed van het Amerikaanse bedrijf Mattel verboden. Begin augustus riep Mattel ongeveer achttien miljoen speeltjes terug omdat de in China vervaardigde speeltjes te veel lood zouden bevatten en daardoor schadelijk zouden zijn voor de gezondheid van de kinderen.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

65.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


“Het grootste deel van de Australische aanvoer van rundvlees valt onder de quota die de EU hanteert voor kwaliteitsvlees. Australische producenten zetten alle zeilen bij om van het invoerquotum van 48.200 ton te kunnen profiteren. Ook concurrenten Amerika en Canada mogen van dat quotum gebruik maken. "Wij willen onze veestapel voor de export uitbreiden en aan de speciale vereisten voor deze markt gaan voldoen", zegt Maclean. Volgens zijn inschatting voldoen ruim 2.000 Australische rundveebedrijven aan de Europese eisen.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

66.

Over welk type overheidsingrijpen gaat het hier?


“Indonesië zou van plan zijn om een extra belasting tot 50% te heffen op de export van goud-, zilver- en kopererts. Dit zal ook van toepassing zijn op de ertsen van andere metalen. Met deze heffing wil de Indonesische regering de binnenlandse economie stimuleren, want de heffing zou het voor bedrijven aantrekkelijker maken om het erts in eigen land te zuiveren en om te smelten tot eindproduct. Het bouwen van die infrastructuur en het zuiveren van de ertsen levert veel banen op, die nu verloren gaan door het ruwe erts te exporteren.”

a)

invoerquotum

b)

importheffing

c)

exportbelasting

d)

exportsubsidie

e)

niet-tarifaire belemmering

67.

Wat is geen protectionistische maatregel?

a)

Importheffingen

b)

Importquotum

c)

Importvoorschriften

d)

Importsubsidies

68.

De EU legt een verbod op met Rusland.

a)

Handelsboycot

b)

Handelsoorlog

c)

Handelsembargo

69.

Spanje weigert graan uit Rusland.

a)

Handelsboycot

b)

Handelsoorlog

c)

Handelsembargo

70.

De VS en China leggen elkaar continu protectionistische maatregelen op.

a)

Handelsboycot

b)

Handelsoorlog

c)

Handelsembargo

71.

Frankrijk importeert geen wijn om zo de kleine wijnbedrijven waar veel mensen werken te kunnen behouden.

a)

Milieu-argument

b)

Vergeldingsargument

c)

Zelfvoorzieningsargument

d)

Werkgelegenheidsargument

72.

Spanje importeert geen graan meer uit Rusland omdat Rusland de prijs van gas omhoog liet gaan voor Spanje.

a)

Milieu-argument

b)

Vergeldingsargument

c)

Zelfvoorzieningsargument

d)

Werkgelegenheidsargument

73.

Wat is geen tarifaire maatregel?

a)

Subsidie

b)

Invoerrechten

c)

Invoerheffingen

d)

Invoerquotum

74.

Wie zijn de vragers op de arbeidsmarkt?

a)

Overheid

b)

Werknemers

c)

Scholen

d)

Werkgevers

75.

Wat betekent evenwichtsloon?

a)

Het loon dat altijd gelijk is aan het minimumloon.

b)

Het loon waarbij vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in balans zijn.

c)

Het loon dat door de overheid wordt vastgesteld.

d)

Het loon dat alleen voor hoogopgeleiden geldt.

76.

Hoe kan een verandering in technologie de vraag naar arbeid beïnvloeden?

a)

Technologische veranderingen kunnen de vraag naar arbeid verhogen of verlagen, afhankelijk van automatisering en nieuwe kansen.

b)

Automatisering vermindert altijd de vraag naar arbeid.

c)

Technologie heeft geen invloed op de vraag naar arbeid.

d)

Veranderingen in technologie leiden altijd tot meer banen.

77.

In de zorgsector zijn er minder mensen beschikbaar om als verpleegkundige te werken door een toenemend aantal gepensioneerden.

a)

Toename V

b)

Afname V

c)

Toename A

d)

Afname A

78.

De IT-sector is op zoek naar programmeurs door de groei van AI-toepassingen.

a)

Toename V

b)

Afname V

c)

Toename A

d)

Afname A

79.

In de bouwsector zijn er minder bouwprojecten vanwege economische onzekerheid. Daardoor is er minder personeel nodig.

a)

Toename V

b)

Afname V

c)

Toename A

d)

Afname A