Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

energie

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de relatie tussen kinetische en potentiële energie?
a)
Ze zijn onafhankelijk van elkaar.
b)
Ze hebben geen invloed op elkaar.
c)
Ze zijn hetzelfde.
d)
Ze kunnen in elkaar worden omgezet.
2.
Wat is kinetische energie?
a)
De energie van beweging.
b)
De energie die vrijkomt bij het splitsen van atomen.
c)
De energie die opgeslagen is in verbindingen.
d)
De energie van stilstand.
3.
Wat gebeurt er met de potentiële energie van een boek als het van een hoge plank valt?
a)
Het wordt vernietigd.
b)
Het verandert in thermische energie.
c)
Het blijft constant.
d)
Het verandert in kinetische energie.
4.
Wat is een voorbeeld van thermische energie?
a)
De energie van een rijdende auto.
b)
De energie die opgeslagen is in batterijen.
c)
De warmte van een open haard.
d)
De energie die vrijkomt bij het koken van water.
5.
Wat is chemische energie?
a)
De energie van bewegende elektronen.
b)
De energie die vrijkomt bij verbranding.
c)
De energie die opgeslagen is in de verbindingen van stoffen.
d)
De energie die vrijkomt bij het koken.
6.
Wat is een voorbeeld van chemische energie?
a)
De energie van een vallende bal.
b)
De energie in voedsel.
c)
De energie van een rijdende auto.
d)
De energie van een warm kopje koffie.
7.
Welke energievorm is betrokken bij het aanzetten van een lamp?
a)
Kinetische energie.
b)
Chemische energie.
c)
Elektrische energie.
d)
Thermische energie.
8.
Wat is een voorbeeld van nucleaire energie?
a)
De energie die vrijkomt bij het koken van water.
b)
De energie die ontstaat bij het splitsen van atomen.
c)
De energie die een lamp gebruikt om licht te maken.
d)
De energie die opgeslagen is in voedsel.
9.
Waarom is de wet van behoud van energie belangrijk in ons dagelijks leven?
a)
Omdat het ons vertelt dat energie niet kan worden gemaakt.
b)
Omdat het ons leert dat energie alleen in één vorm bestaat.
c)
Omdat energie altijd verloren gaat.
d)
Omdat het ons helpt energieverbruik te begrijpen.
10.
Wat gebeurt er met de energie als een bal omhoog wordt gegooid?
a)
De potentiële energie neemt af en kinetische energie neemt toe.
b)
De kinetische energie blijft constant.
c)
De kinetische energie neemt af en potentiële energie neemt toe.
d)
De potentiële energie blijft constant.
11.

Wat is het verschil tussen kinetische en potentiële energie?

a)

Kinetische energie is altijd groter dan potentiële energie.

b)

Kinetische energie is energie in rust, potentiële energie is energie in beweging.

c)

Kinetische energie is energie van beweging, potentiële energie is opgeslagen energie.

d)

Kinetische energie kan niet worden omgezet, potentiële energie wel.

12.

Wat is een voorbeeld van stralingsenergie?

a)

De energie die vrijkomt bij verbranding.

b)

De energie van een draaiende motor.

c)

De warmte van de zon.

d)

De energie die opgeslagen is in een batterij.

13.

Wat is een voorbeeld van elektrische energie?

a)

De energie die een batterij opslaat.

b)

De energie die vrijkomt bij het koken van water.

c)

De energie die vrijkomt bij het verbranden van hout.

d)

De energie van een bewegende trein.

14.

Wat is de betekenis van duurzame energie?

a)

Energie die alleen uit fossiele brandstoffen komt.

b)

Energie die alleen in de winter beschikbaar is.

c)

Energie die op een milieuvriendelijke manier wordt geproduceerd.

d)

Energie die eindig is en niet kan worden vernieuwd.

15.

Wat is een voorbeeld van mechanische energie?

a)

De energie die opgeslagen is in een batterij.

b)

De energie die vrijkomt bij het koken van water.

c)

De energie van een draaiende windmolen.

d)

De energie van een stilstaande auto.

16.

Wat is de rol van energie in een gesloten systeem?

a)

Energie kan alleen worden omgezet in warmte.

b)

Energie kan altijd worden vernietigd.

c)

Energie kan alleen in één vorm bestaan.

d)

Energie kan niet verloren gaan of worden gemaakt.

17.

Wat is een voorbeeld van potentiële energie in de natuur?

a)

De energie van een stromende rivier.

b)

De energie van een vallende ster.

c)

De energie van een stilstaande bal op een heuvel.

d)

De energie van een draaiende aarde.

18.

Wat is de belangrijkste bron van fossiele brandstoffen?

a)

De energie van de zon.

b)

De energie die vrijkomt bij de verbranding van organisch materiaal.

c)

De energie van wind.

d)

De energie die opgeslagen is in water.