Font size
WorksheetsP verwijzen
Total questions: 11
Worksheet time: 8mins
Mijn gepensioneerde opa onderhoudt de tuin van zijn buren. Daar krijgt ... een vergoeding voor.
hij
zij
het
hem
Mijn moeder kreeg een bekeuring. (a) betaalde (b) direct.
(verpakking)
Ik heb ... weggegooid.
hij
het
hem
ze
Welke zin is goed?
Erin zat kip.
Er zat kip.
In hem zat kip.
Er zat kip in.
Welke zin is goed?
Erop zit schimmel.
Er zit schimmel op.
Op hen zit schimmel.
Op ze zit schimmel.
Welke zin is goed?
Hij is er verantwoordelijk voor.
Hij is verantwoordelijk voor hen.
Hij is ervoor verantwoordelijk.
Hij is verantwoordelijk voor hem.
(a) is knapperig.
De kinderen lopen naar school.
Ze lopen erheen.
Ze lopen ernaar.
Ze lopen ernaartoe.
Ze lopen eraf.
Dit is een schoffel.
Ik schoffel ermet.
Ik schoffel ermee.
Ik schoffel met hem.
Ik schoffel eraan.
Ben je bij de winkel geweest?
Ja, ik kom ervandaan.
Ja, ik kom erheen.
Ja, ik kom ervan.
Ja, ik kom eraf.
Heb je het geld van de rekening gehaald?
Ja, het is ervandaan.
Ja, het is ervan.
Ja, het is eraf.
Ja, het is erop.
