wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling van de bloedsuikerspiegel

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat gebeurt er bij een stijging van de bloedsuikerconcentratie?

a)

Glucagon wordt geproduceerd

b)

Insuline wordt geproduceerd

c)

Glycogeen wordt afgebroken

d)

De pancreas stopt met werken

2.

Welke hormoonklier regelt de bloedsuikerspiegel?

a)

Schildklier

b)

Alvleesklier

c)

Bijnier

d)

Hypofyse

3.

Insuline zorgt ervoor dat:

a)

Glucose wordt omgezet in glucagon

b)

Glycogeen wordt afgebroken in glucose

c)

Glucose wordt opgenomen in doelwitcellen

d)

De bloedsuiker stijgt

4.

Welke cellen produceren insuline?

a)

Levercellen

b)

Spiercellen

c)

Alfa-cellen

d)

bèta-cellen

5.

Waar bevinden de eilandjes van Langerhans zich?

a)

Nier

b)

Pancreas

c)

Lever

d)

Spieren

6.

Wat is de functie van glucagon?

a)

Bevordert glucoseopname in cellen

b)

Verlaagt de bloedsuikerspiegel

c)

Stimuleert de omzetting van glycogeen naar glucose

d)

Wordt geproduceerd bij stijging van de bloedsuiker

7.

Welke cellen maken glucagon aan?

a)

Bèta-cellen

b)

Zenuwcellen

c)

alfa-cellen

d)

Spiercellen

8.

Bij een daling van de bloedsuikerconcentratie:

a)

Wordt insuline geproduceerd

b)

Wordt glycogeen opgebouwd

c)

Wordt glucagon afgescheiden

d)

Wordt glucose opgeslagen in spieren

9.

Glycogeen is:

a)

een enzym

b)

een hormoon

c)

suiker in het bloed

d)

een opslagvorm van glucose

10.

Doelwitcellen reageren op hormonen doordat ze:

a)

Grote hoeveelheden glucose produceren

b)

Insuline kunnen afbreken

c)

Specifieke membraanreceptoren hebben

d)

Alpha- en beta-cellen bevatten

11.

Wat zijn membraanreceptoren?

a)

Kanalen voor glucose

b)

Structuren die hormonen binden op doelwitcellen

c)

Delen van het DNA

d)

Hormonen die signalen versturen

12.

De alvleesklier is een voorbeeld van een:

a)

Alleen exocriene klier

b)

Alleen endocriene klier

c)

Klier met zowel endocriene als exocriene functie

d)

Spier

13.

Wat produceren de exocriene klieren van de pancreas?

a)

Glucose

b)

Insuline en glucagon

c)

Spijsverteringsenzymen

d)

Hormonen die de bloedsuiker regelen

14.

Een endocriene klier:

a)

Geeft stoffen af aan een kanaaltje of opening

b)

Produceert enkel enzymen

c)

Geeft hormonen rechtstreeks af aan het bloed

d)

Heeft niets met homeostase te maken