wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Democratie

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Waar vond de eerste vorm van democratie plaats?

a)

Rome

b)

Sparta

c)

Athene

d)

Constantinopel

2.

Wat betekent de uitspraak van Abraham Lincoln: "Government of the people, by the people, for the people"?

a)

De regering beslist zonder inmenging van het volk

b)

De macht ligy bij het volk, en de regering dient hun belangen

c)

Alleen de elite mag regeren

d)

Burgers kunnen rechtstreeks wetten maken

3.

Welke van de volgende principes is GEEN fundamenteel kenmerk van een democratie?

a)

Vrije en eerlijke verkiezingen

b)

Geheime stemming

c)

Algemeen stemrecht

d)

Beperkte inspraak voor minderheden

4.

Wat is een kenmerk van een parlementaire democratie?

a)

De regering is afhankelijk van het vertrouwen van het parlement

b)

De regering wordt rechtstreeks verkozen door het volk

c)

Het staatshoofd heeft altijd een belangrijke rol in de regering

d)

Er is een strikte scheiding der machten tussen de president en het parlement

5.

Wat is de rol van de Senaat in België?

a)

Het heeft dezelfde bevoegdheden als de Kamer

b)

Het heeft door staatshervormingen een kleinere rol gekregen maar vertegenwoordigt de gewesten en de gemeenschappen

c)

Het heeft geen enkele invloed op wetgeving

d)

Het controleert de uitvoerende macht zonder in wetgeving betrokken te zijn

6.

Wat is het belangrijkste doel van de Grondwet?

a)

De macht van de regering vergroten

b)

Wetten maken voor het hele land

c)

Alleen de grondrechten voor burgers bepalen, niets meer dan dat

d)

Stabiliteit bieden en de staatsmacht beter organiseren

7.

Wat werd in de Belgische Grondwet van 1831 als een van de belangrijkste grondrechten geïntroduceerd?

a)

Het recht om te stemmen

b)

Vrijheid van onderwijs, meningsuiting, vereniging en religie

c)

Het recht om een politieke partij op te richten

d)

Het recht op gezondheidszorg

8.

Wat is de taak van de regering in België?

a)

Wetten maken

b)

Controleren van de werking van het parlement

c)

Wetten uitvoeren en dagelijks beleid verzorgen

d)

Organiseren van verkiezingen

9.

Wat doen de gemeenschappen in België?

a)

Ze zijn verantwoordelijk voor persoongebonden aangelegenheden zoals onderwijs en cultuur

b)

Ze bepalen het nationale beleid voor het Belgische leger

c)

Ze regelen zaken op het gebied van milieu

d)

Ze zorgen voor de verdeling van de belastingen

10.

Wat is een kenmerk van grondrechten?

a)

Ze mogen worden aangepast afhankelijk van de situatie

b)

Ze gelden alleen voor de mensen met een bepaald sociaal-economisch profiel

c)

Ze kunnen door de overheid volledig worden opgeheven

d)

Ze beschermen burgers tegen machthebbers

11.

Wat gebeurt er als de overheid een grondrecht schendt?

a)

Je hebt geen enkele mogelijkheid om hier iets tegen te doen

b)

Je kunt naar de rechter stappen om de schending aan te vechten

c)

Je krijgt automatisch een schadevergoeding van de overheid

d)

Je kunt een straf krijgen voor het inroepen van je eigen rechten

12.

Wat valt onder de vrijheid van meningsuiting?

a)

Het recht om alleen positieve meningen te delen

b)

Het recht om te zeggen wat je wil, zonder enige gevolgen

c)

Het recht om meningen te uiten, informatie te verstrekken en te ontvangen

d)

Het recht om politieke meningen te uiten

13.

Wanneer mag de overheid de vrijheid van meningsuiting beperken?

a)

Alleen als de beperking in de wet is voorzien en noodzakelijk is

b)

Altijd, zonder enige restricties of beperkingen

c)

Alleen als iemand kritiek heeft op de overheid

d)

Alleen als het een religieuze uiting betreft

14.

Welke van de volgende voorwaarden geldt voor het actief stemrecht in België?

a)

Belg zijn of de nationaliteit hebben van een EU-lidstaat voor de lokale verkiezingen

b)

Je moet min. 21 jaar oud zijn

c)

Je moet min. 20 jaar in België wonen

d)

Je moet Belg zijn en min. 18 jaar oud zijn

15.

Wat is passief stemrecht?

a)

Het recht om je kandidaat te stellen voor een verkiezing

b)

Het recht om je stem geheim te houden

c)

Het recht om een politieke partij op te richten

d)

Het recht om je stem uit te brengen in een verkiezing