wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 4.2 Verstedelijking

Total questions: 20

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de foto.

Welk deel van de stad is dit?

a)

Stadskern

b)

Stadswijk

c)

Stadsrand

2.

Bekijk de foto.

Welk deel van de stad is dit?

a)

Stadskern

b)

Stadswijk

c)

Stadsrand

3.

Bekijk de foto.

Welk deel van de stad is dit?

a)

Stadskern

b)

Stadswijk

c)

Stadsrand

4.

Bekijk de afbeelding.

Welke namen horen bij de letters A, B en C te staan?

a)

A = Stadswijk

B = Stadsrand

C = Stadskern

b)

A = Stadsrand

B = Stadskern

C = Stadswijk

c)

A = Stadskern

B = Stadswijk

C = Stadsrand

d)

A = Stadskern

B = Stadsrand

C = Stadswijk

5.

In welk deel van de stad vind je veel nieuwbouwwijken, hoogbouw en industriegebieden?

a)

Stadskern

b)

Stadswijk

c)

Stadsrand

6.

Welk woord moet er op de letter A staan in de titel van deze kaart?

a)

Bevolkingsspreiding

b)

Bevolkingsdichtheid

c)

Randstad

7.

In welk deel van de stad is de bevolkingsdichtheid het laagst?

a)

Stadskern

b)

Stadswijk

c)

Stadsrand

8.

Welke zin is juist?

a)

In Nederland wonen de meeste mensen op het platteland

b)

In Nederland wonen de meeste mensen in de stad

9.

Wat is een ander woord voor verhuizen?

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

c)

Emigreren

d)

Migreren

10.

Welke van de onderstaande uitspraken over urbanisatie is juist?

a)

Sinds het jaar 1800 is de urbanisatie in de wereld toegenomen.

b)

Sinds het jaar 1800 is de urbanisatie in de wereld afgenomen.

11.

Wat is suburbanisatie?

a)

Als mensen verhuizen van de stadswijk naar de stadsrand

b)

Als mensen verhuizen van het dorp naar de stad

c)

Als mensen verhuizen van de stadsrand naar de stadskern

d)

Als mensen verhuizen van de stad naar het platteland

12.

Wat betekent infrastructuur?

a)

Alles wat nodig is om het transport van mensen, goederen of informatie mogelijk te maken.

b)

Verschillende soorten transportmiddelen.

c)

Alle telefoon- en internetverbindingen.

13.

Wat is geen voorbeeld van infrastructuur?

a)

Brug

b)

Trein

c)

Internet

d)

Snelweg

14.

Wat is geen voorbeeld van infrastructuur op het platteland?

a)

Weg

b)

Vliegveld

c)

Fietspad

d)

Voetpad

15.

Welk van de volgende foto's is geen voorbeeld van infrastructuur?

a)

b)

c)

d)

16.

Welke Afrikaanse stad is één van de snelst groeiende steden ter wereld

a)

Caïro

b)

Kinshasa

c)

Laos

d)

Lagos

17.

Wat is een push-factor voor het platteland?

a)

Weinig werk

b)

Goedkope huizen

c)

Schonere lucht

d)

Rust

18.

Wat is een push-factor voor de stad?

a)

Rust en ruimte

b)

Veel voorzieningen

c)

Veel drukte

d)

Goedkope huizen

19.

Wat is een pull-factor voor het platteland?

a)

Weinig voorzieningen

b)

Geluidsoverlast

c)

Veel verkeer

d)

Meer natuur

20.

Wat is een pull-factor voor de stad?

a)

Vervuiling

b)

Veel werk

c)

Dure huizen

d)

Drukte