wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 No place like home grammar quizs

Total questions: 6

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer gebruik je het lidwoord "an"

a)

Als je een medeklinker hoort

b)

Als je een klinker hoort

c)

Als je een lettergreep hoort

d)

Als je een cijfer hoort

2.

Wanneer gebruik je het lidwoord "the"

a)

Bij een algemeen onderwerp

b)

Iets specifiek, als er maar eentje van is en bij geografische punten

c)

Altijd aan het begin van een zin

d)

Bij meervoudige onderwerpen

3.

Wanneer gebruik je de imperative

a)

Als iemand iets wel of juist niet moet doen

b)

Als iemand iets moet zeggen

c)

Als iemand iets moet vragen

d)

Als iemand iets moet vergeten

4.

Wanneer gebruik je de present simple

a)

Als iets een feit of gewoonte is

b)

Als iets in de toekomst gebeurt

c)

Als iets in het verleden is gebeurd

d)

Als iets een emotie uitdrukt

5.

Wanneer gebruik je het lidwoord "a"

a)

Als je een medeklinker hoort

b)

Als je een klinker hoort

c)

Als het woord eindigt op een medeklinker

d)

Als het woord eindigt op een klinker

6.

Wanneer gebruik je de present continuous?

a)

Wanneer iets nu bezig is

b)

Wanneer iets in de toekomst gebeurt

c)

Wanneer iets in het verleden is gebeurd

d)

Wanneer iets altijd waar is