wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz over Elektrische Signalering in Dieren

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn neuronen?

a)

Botcellen

b)

Bloedcellen

c)

Spiercellen

d)

Zenuwcellen

2.

Wat is de functie van dendrieten?

a)

Reguleren van ionen

b)

Signaleren van andere neuronen

c)

Leiden van zenuwimpulsen

d)

Ondersteunen van neuronen

3.

Wat doet een axon?

a)

Versterkt signalen

b)

Ontvangt signalen

c)

Leidt zenuwimpulsen

d)

Slaat signalen op

4.

Wat is een synaps?

a)

Een type neuron

b)

De ruimte tussen neuronen

c)

Een neurotransmitter

d)

Een ionkanaal

5.

Wat is de rol van gliacellen?

a)

Ondersteunen neuronen

b)

Leiden zenuwimpulsen

c)

Reguleren de bloedstroom

d)

Vangen signalen op

6.

Wat is de eerste fase van informatieverwerking?

a)

Motorisch vermogen

b)

Zintuigelijke input

c)

Signaalintegratie

d)

Actiepotentiaal

7.

Wat is het centraal zenuwstelsel?

a)

Alle zenuwen in het lichaam

b)

Hersenen en ruggenmerg

c)

Alle sensorische neuronen

d)

Alle motorische neuronen

8.

Wat is het membraanpotentieel?

a)

De structuur van neuronen

b)

De snelheid van zenuwsignalen

c)

Verschil in lading binnen en buiten de cel

d)

De hoeveelheid neurotransmitters

9.

Wat regelt de natrium-kaliumpomp?

a)

De ionenbalans in de cel

b)

De snelheid van zenuwsignalen

c)

De communicatie tussen neuronen

d)

De groei van neuronen

10.

Wat gebeurt er tijdens depolarisatie?

a)

De cel groeit

b)

De binnenkant van de cel wordt positiever

c)

De binnenkant van de cel wordt negatiever

d)

De cel stopt met functioneren

11.

Wat is een actiepotentiaal?

a)

Een synaps

b)

Een type neuron

c)

Een chemisch signaal

d)

Een elektrisch signaal

12.

Wat is de refractaire periode?

a)

De tijd waarin een neuron groeit

b)

De tijd waarin ionen worden gereguleerd

c)

De tijd waarin een neuron niet kan reageren

d)

De tijd waarin signalen worden versterkt

13.

Wat is salatorische geleiding?

a)

Langzame overdracht van zenuwimpulsen

b)

Snelle overdracht van zenuwimpulsen

c)

Overdracht van elektrische signalen

d)

Overdracht van chemische signalen

14.

Wat zijn myelinescheden?

a)

Isolerende lagen om axonen

b)

Chemische stoffen in de synaps

c)

Cellen die neuronen ondersteunen

d)

Structuren in de hersenen

15.

Wat is de functie van natrium-ionen tijdens een actiepotentiaal?

a)

Ze sluiten de synaps

b)

Ze zorgen voor hyperpolarisatie

c)

Ze zorgen voor depolarisatie

d)

Ze reguleren de ionenbalans

16.

Wat gebeurt er als de drempelwaarde wordt bereikt?

a)

Er ontstaat een actiepotentiaal

b)

De cel stopt met functioneren

c)

De cel wordt groter

d)

De cel verliest zijn lading

17.

Wat is de rol van K+-ionen tijdens de afname van de actiepotentiaal?

a)

Ze sluiten de synaps

b)

Ze blijven in de cel

c)

Ze stromen de cel in

d)

Ze stromen de cel uit

18.

Wat is de functie van sensorische neuronen?

a)

Vangen signalen op uit de omgeving

b)

Reguleren de ionenbalans

c)

Leiden zenuwimpulsen

d)

Ondersteunen andere neuronen

19.

Wat is een neurotransmitter?

a)

Een molecuul dat signalen overbrengt

b)

Een type neuron

c)

Een ionkanaal

d)

Een synaps

20.

Wat gebeurt er bij hyperpolarisatie?

a)

De kans op een zenuwprikkel neemt af

b)

De kans op een zenuwprikkel neemt toe

c)

De cel groeit

d)

De cel stopt met functioneren

21.

Wat is de functie van associatieneuronen?

a)

Verwerken signalen in het brein

b)

Vangen signalen op

c)

Leiden zenuwimpulsen

d)

Reguleren de ionenbalans

22.

Wat is de functie van motorische neuronen?

a)

Reguleren de ionenbalans

b)

Vangen signalen op

c)

Ondersteunen andere neuronen

d)

Geven een reactie op signalen

23.

Wat is de rol van ionkanalen?

a)

Regelen de beweging van ionen

b)

Vangen signalen op

c)

Ondersteunen andere neuronen

d)

Leiden zenuwimpulsen

24.

Wat is de functie van de wet van Nernst?

a)

Regelen van ionenbalans

b)

Vangen van signalen

c)

Leiden van zenuwimpulsen

d)

Berekenen van het equilibriumpotentiaal