wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektriciteit VWO 2

Total questions: 38

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Dit is een ...

a)

gesloten stroomkring

b)

schakelaar

c)

open stroomkring

2.

Wat stroomt er eigenlijk precies bij elektrische stroom in een stroomdraad?

a)

Protonen

b)

Neutronen

c)

Elektronen

d)

Protonen en Elektronen

e)

Protonen, Elektronen en Neutronen

3.

Bekijk de afbeelding. In welke schakeling(en) zijn de volt- en ampèremeter correct aangesloten?

a)

Schakeling 1

b)

Schakeling 2

c)

Schakeling 3

d)

Schakeling 1 en 4

e)

Schakeling 2 en 3

4.

Wat is de eenheid van "Elektrisch vermogen"?

a)

Volt

b)

Watt

c)

Joule

d)

Ampère

5.

Wat is de eenheid van stroomsterkte?

a)

Watt

b)

Volt

c)

Ampère

d)

Ohm

6.

Een lamp heeft een spanning van 12V en de stroomsterkte is 0,2A. Bereken het vermogen van de lamp.

a)

2,4 W

b)

1,2 W

c)

6 W

d)

24 W

7.

Wat is een isolator?

a)

stoffen waar een elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen

b)

Stoffen waar een elektrische stroom niet of heel slecht doorheen kan lopen

c)

Geen van beiden

8.

Wat is een geleider?

a)

Stoffen waar een elektrische stroom makkelijk doorheen kan lopen

b)

stoffen waar een elektrische stroom niet of heel slecht doorheen kan lopen

c)

Geen van beiden

9.

10mA = ... A

a)

0,010A

b)

0,1A

c)

10000A

d)

1000A

10.

Als je twee batterijen in serie schakelt, dan ...

a)

mag je de stroomsterkte bij elkaar optellen

b)

mag je de spanningen bij elkaar optellen

c)

blijft de spanning gelijk aan 1 batterij

d)

blijft de stroomsterkte gelijk aan 1 batterij

11.

Wat is dit voor een symbool?

a)

stroommeter

b)

spanningsmeter

c)

lampje

d)

motor

12.

Wat is dit voor een symbool?

a)

spanningsmeter

b)

stroommeter

c)

lampje

d)

motor

13.

Wat is dit voor een schakeling?

a)

Serie schakeling

b)

parallelschakeling

c)

gecombineerde schakeling

14.

Hoeveel is de netspanning in Nederland?

a)

12V

b)

100V

c)

200V

d)

230V

15.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
16.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
17.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

a)

Alle lampjes gaan uit

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden

c)

Er gebeurt helemaal niets

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

18.
Het plaatje is het symbool van een:
a)
Batterij
b)
Een gesloten schakelaar
c)
Een geopende schakelaar
d)
Een lamp
19.
Hoeveel stroomkringen heeft het schakelschema in het plaatje?
a)
3
b)
5
c)
6
d)
7
20.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
21.

Koper is een

a)

goede elektrische geleider

b)

slechte elektrische geleider

22.

Het elektrisch vermogen van een lamp is

a)

de hoeveelheid nuttige energie die een lamp per seconde produceert

b)

het deel van de elektrische energie dat nuttig gebruikt wordt

c)

de hoeveelheid elektrische energie die een lamp per seconde gebruikt

d)

de elektrische energie maal de tijd dat de lamp aan staat

23.

Welke spanning geeft de Voltmeter aan?

a)

2,55 V

b)

12,8 V

c)

25,5 V

24.

Welke eenheid hoort bij stroomsterkte?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

d)

kiloWattuur

25.

Welke eenheid hoort bij spanning?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

d)

kiloWattuur

26.

Welke eenheid hoort bij vermogen?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

d)

kiloWattuur

27.

Welke eenheid hoort bij energieverbruik?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Watt

d)

kiloWattuur

28.

Welke grootheid heeft Ampère als eenheid ?

a)

stroomsterkte

b)

spanning

c)

vermogen

d)

energieverbruik

29.

Welke grootheid heeft Volt als eenheid ?

a)

stroomsterkte

b)

spanning

c)

vermogen

d)

energieverbruik

30.

Welke grootheid heeft Watt als eenheid ?

a)

stroomsterkte

b)

spanning

c)

vermogen

d)

energieverbruik

31.

Welke formule gebruik je om het vermogen uit te rekenen?

a)

P = U × I

b)

P = U : I

c)

P = I : U

d)

U = P : I

32.

Wat is het symbool voor stroomsterkte?

a)

U

b)

I

c)

P

d)

V

e)

A

33.

Wat is het symbool voor spanning?

a)

U

b)

I

c)

P

d)

V

e)

A

34.

Wat is het symbool voor vermogen?

a)

U

b)

W

c)

P

d)

V

e)

A

35.

Wat is de formule voor het berekenen van Capaciteit van een batterij?

a)

P= U x I

b)

C = I x t

c)

I = C x t

d)

C = U x t

36.

De eenheid van capaciteit van een batterij is:

a)

W

b)

kWh

c)

mAh

d)

mAW

37.

Waar is de formule op de juiste manier gedraaid?

a)

U = I : P

b)

I = U : P

c)

I = P : U

38.

Dit symbool betekent:

a)

Een lampje

b)

Wisselspanning

c)

Regelbare spanningsbron

d)

Een LED