Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kleding en Meervoud Quiz

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het meervoud van 'de sok'?

a)

de sokken

b)

de soks

c)

het sokken

d)

de sokjes

2.

Wat is het meervoud van 'de schoen'?

a)

de schoenen

b)

de schoens

c)

het schoenen

d)

de schoeien

3.

Wat is het meervoud van 'het overhemd'?

a)

de overhemden

b)

de overhemds

c)

de overhemdenen

d)

het overhemden

4.

Je draagt het op je hoofd tegen de zon. Wat is het?

a)

de hoed

b)

de sok

c)

de jas

d)

de broek

5.

Wat is het meervoud van 'de broek'?

a)

de broeken

b)

de broeks

c)

het broeken

d)

de broekjes

6.

Wat draag je aan je voeten?

a)

de schoenen

b)

de trui

c)

het hemd

d)

de jas

7.

Welk kledingstuk is voor meisjes of vrouwen?

a)

de rok

b)

het overhemd

c)

de sok

d)

de trui

8.

Wat is het meervoud van 'het vest'?

a)

de vesten

b)

het vesten

c)

de vestjes

d)

de vestens

9.

Je draagt dit bij een feest. Wat is het?

a)

het pak

b)

de onderbroek

c)

de sok

d)

de muts

10.

Waar pas je kleding in de winkel?

a)

in de paskamer

b)

in de badkamer

c)

in de winkelwagen

d)

in het hokje

11.

Wat is het meervoud van 'de jas'?

a)

de jassen

b)

de jasjes

c)

de jasen

d)

het jassen

12.

Wat is het meervoud van 'het T-shirt'?

a)

de T-shirts

b)

de T-shirten

c)

de T-shirtjes

d)

het T-shirts

13.

Wat is een ander woord voor 'kleren'?

a)

de kleding

b)

de tas

c)

de schoenen

d)

de bloes

14.

Wat draag je als het koud is?

a)

de trui

b)

de bloes

c)

het hemd

d)

de jurk

15.

Welke zin is correct?

a)

Ik draag een jas.

b)

Ik draag een jassen.

c)

Ik draag jas.

d)

Ik dragen een jas.

16.

Wat is het meervoud van 'de rok'?

a)

de rokken

b)

de roks

c)

de rokkenen

d)

de rokjes

17.

Wat is het meervoud van 'de bloes'?

a)

de bloezen

b)

de bloesjes

c)

de bloesens

d)

het blo

18.

Wat is het meervoud van 'de rok'?

a)

de rokken

b)

de roks

c)

de rokkenen

d)

de rokjes

19.

Wat is het meervoud van 'de bloes'?

a)

de bloezen

b)

de bloesjes

c)

de bloesens

d)

het bloesen

20.

Waarmee sluit je je jas?

a)

met knopen

b)

met schoenen

c)

met sokken

d)

met een hoed

21.

Welke maat is niet mogelijk?

a)

Maat stoel

b)

Maat S

c)

Maat M

d)

Maat L

22.

Wat is het meervoud van 'de trui'?

a)

de truien

b)

de truijs

c)

de truienen

d)

de truis

23.

Wat draag je op je pols?

a)

het horloge

b)

de sok

c)

de broek

d)

de laars

24.

Wat is het meervoud van 'de oorbel'?

a)

de oorbellen

b)

de oorbels

c)

de oorbelletjes

d)

het oorbellen

25.

Welk woord hoort bij ‘dragen’?

a)

kleding

b)

lopen

c)

lezen

d)

eten

26.

Wat is het meervoud van 'de ketting'?

a)

de kettingen

b)

de kettings

c)

de kettens

d)

het kettingen

27.

Welke kleding draag je binnen?

a)

de onderbroek

b)

de jas

c)

de laars

d)

de muts

28.

Wat is het meervoud van 'de laars'?

a)

de laarzen

b)

de laarsen

c)

de laarsjes

d)

het laarzen

29.

Wat is een 'paskamer'?

a)

Een ruimte om kleding te passen

b)

Een kamer voor tassen

c)

Een winkel voor truien

d)

Een magazijn

30.

Wat is het meervoud van 'de medewerker'?

a)

de medewerkers

b)

de medewerkersen

c)

de medewerken

d)

het medewerkers

31.

Wat doe je met een bloes?

a)

Je draagt het.

b)

Je eet het.

c)

Je drinkt het.

d)

Je luistert het.

32.

Wat is het meervoud van 'het horloge'?

a)

de horloges

b)

de horlogs

c)

de horlogen

d)

het horloges