wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

100 Vragen over Sterke Werkwoorden

Total questions: 100

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de verleden tijd van "aflopen"?

a)

liep af

b)

loopte af

c)

loep af

2.

Wat is de verleden tijd van "bederven"?

a)

bedierf

b)

bederfde

c)

bederft

3.

Wat is de verleden tijd van "aanbieden"?

a)

bood aan

b)

bad aan

c)

boodt aan

4.

De verleden tijd van "afbreken" is "ik (a)   af".

5.

De verleden tijd van "aftreden" is "ik (a)   af".

6.

De verleden tijd van "beginnen" is "jullie (a)   "

7.

Wat is de verleden tijd van "begraven"?

a)

begroef

b)

begraafde

c)

begroefde

8.

De verleden tijd van "besluiten" is "hij (a)   ".

9.

Wat is de verleden tijd van "bestrijden"?

a)

bestreed

b)

bestreidde

c)

bestrijdde

10.

De verleden tijd van "bevinden" is "Het eiland (a)   zich in de Noordzee".

11.

Wat is de verleden tijd van "bevriezen"?

a)

bevroor

b)

bevriesde

c)

bevroos

12.

De verleden tijd van "bezoeken" is "ik (a)   ".

13.

Wat is de verleden tijd van "bezwijken"?

a)

bezweek

b)

bezwijkte

c)

bezweekte

14.

De verleden tijd van "bidden" is "bad".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

15.

De verleden tijd van "bieden" is "jij (a)   ".

16.

Wat is de verleden tijd van "bijten"?

a)

beet

b)

beette

c)

bijtte

17.

De verleden tijd van "binden" is "bindde".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

18.

Vul verder aan:

(Infinitief) blazen

(OVT) _______ +

(Voltooid deelwoord) ______

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

19.

Wat is de verleden tijd van "blinken"?

a)

blonk

b)

blinkte

c)

blonkste

20.

De verleden tijd van "blijven" is "ik (a)   ".

21.

Vul verder aan.

(INF) breken

(OVT) Ik _____

(VD) Ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

22.

Vul verder aan.

(INF) brengen

(OVT) Ik _____

(VD) Ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

23.

Vul verder aan.

(INF) buigen

(OVT) Ik _____

(VD) Ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

24.

Wat is de verleden tijd van "delven"?

a)

dolf

b)

delfde

c)

dolft

25.

De verleden tijd van "denken" is "denkte".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

26.

De verleden tijd van "doen" is "ik (a)   ".

27.

Wat is de verleden tijd van "doorgeven"?

a)

gaf door

b)

geefde door

c)

gafde door

28.

De verleden tijd van "dragen" is "droeg".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

29.

De verleden tijd van "drijven" is "ik (a)   ".

30.

Wat is de verleden tijd van "dringen"?

a)

drong

b)

dringde

c)

drongde

31.

Juist/Onjuist: De verleden tijd van "drinken" is "dronk".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

32.

Invulvraag: De verleden tijd van "druipen" is "het (a)   ".

33.

Wat is de verleden tijd van "duiken"?

a)

dook

b)

duikte

c)

dookte

34.

Juist/Onjuist: De verleden tijd van "dwingen" is "dwingde".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

35.

Invulvraag: De verleden tijd van "ervaren" is "ik (a)   ".

36.

Wat is de verleden tijd van "eten"?

a)

at

b)

eette

c)

eet

37.

Vul verder aan.

(INF) fluiten

(OVT) Ik _____

(VD) Ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

38.

Wat is de verleden tijd van "gebieden"?

a)

gebood

b)

gebiedde

c)

geboodde

39.

Juist/Onjuist: De verleden tijd van "gelden" is "gold".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

40.

Invulvraag: De verleden tijd van "genezen" is "ik (a)   ".

41.

Wat is de verleden tijd van "genieten"?

a)

genoot

b)

geniette

c)

genootte

42.

Vul verder aan.

(INF) gieten

(OVT) Ik _____

(VD) Ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

43.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "glimmen" is " (a)   ".

44.

Wat is het voltooid deelwoord van "graven"?

a)

gegraven

b)

graaf

c)

gegraaft

45.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "grijpen" is " (a)   ".

46.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "hangen" is " (a)   ".

47.

Wat is het voltooid deelwoord van "hebben"?

a)

gehad

b)

hebt

c)

gehadt

48.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "heffen" is "geheven".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

49.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "helpen" is " (a)   ".

50.

Wat is het voltooid deelwoord van "hijgen"?

a)

gehijgd

b)

gehegen

c)

gehijgt

51.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "hijsen" is " (a)   ".

52.

Wat is het voltooid deelwoord van "houden"?

a)

gehouden

b)

houdt

c)

gehoudt

53.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "houwen" is "gehouwd".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

54.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "jagen" is " (a)   ".

55.

Wat is het voltooid deelwoord van "kiezen"?

a)

gekozen

b)

kiest

c)

gekoozen

56.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "kijken" is "gekeken".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

57.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "klimmen" is " (a)   ".

58.

Wat is het voltooid deelwoord van "klinken"?

a)

geklonken

b)

klinkt

c)

geklonkt

59.

Het voltooid deelwoord van "klimmen" is " (a)   ".

60.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "klinken"?

a)

geklonken

b)

klinkt

c)

geklonkt

61.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "kluiven" is "gekloven".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

62.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "knijpen" is " (a)   ".

63.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "komen"?

a)

gekomen

b)

komt

c)

gekoomd

64.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "krimpen"?

a)

gekrompen

b)

krimpt

c)

gekrompt

65.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "kruipen" is "gekruipt".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

66.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "kunnen" is " (a)   ".

67.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "laten"?

a)

gelaten

b)

laat

c)

gelaat

68.

Vul het rijtje aan.

(OTT) lezen

(OVT) ik _____

(VD) ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

69.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "liegen" is " (a)   ".

70.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "liggen"?

a)

gelegen

b)

ligt

c)

geleggen

71.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "lijden" is "lijdde".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

72.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "lijken" is " (a)   ".

73.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "melken" is "gemolken".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

74.

Vul het rijtje aan.

(INF) meten

(OVT) ik _____

(VD) ik heb _____

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

75.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "moeten"?

a)

gemoeten

b)

moet

c)

gemoet

76.

Vul het rijtje aan.

(INF) nemen

(OVT) ik _______

(VD) ik heb _______

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

77.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "nijgen"?

a)

genegen

b)

neeg

c)

geneegen

78.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "ontbijten" is "ontbeten".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

79.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "ontluiken" is " (a)   ".

80.

Vul het rijtje aan.

(INF) opblazen

(OVT) ik _______

(VD) ik heb ________

antwoord 1 + antwoord 2

(a)  

81.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "opmeten" is "opgemeten".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

82.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "opschrijven" is " (a)   ".

83.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "opschuiven"?

a)

opgeschoven

b)

schuift op

c)

opgeschuift

84.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "afschrikken" is "schrikt af".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

85.

Invulvraag: Het voltooid deelwoord van "pluizen" is " (a)   ".

86.

Meerkeuzevraag: Wat is het voltooid deelwoord van "prijzen (eren)"?

a)

geprezen

b)

prijst

c)

gepreezen

87.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "prijzen (prijs opplakken)" is "geprijsd".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

88.

Juist/Onjuist: Het voltooid deelwoord van "glijden" is "gegleden".

a)

Juist

b)

Fout

c)

Geen idee

89.

Wat is de juiste vorm?

Gisteren ......... wij op de trampoline.

a)

springden

b)

springten

c)

sprongen

d)

sprong

90.

(werpen) De acrobaten (a)   vorige zaterdag messen naar elkaar

91.

(Houden) Vorig jaar ______ onze school een free podium.

a)

hield

b)

hielt

92.

De bal heeft mijn voet ....?

a)

tref

b)

trof

c)

troffen

d)

getroffen

93.

Ik heb een honderd dollar ......

a)

gevonden

b)

gevinden

c)

vonden

94.

In welke zin is het blauw gedrukte woord fout gespeld?

a)

De man heeft het paard gebinden.

b)

De meisjes speelden een spel,

c)

Gisterenavond viel de doos met melk om.

95.

Wat is fout gespeld?

a)

Er is een hoop regen gevallen.

b)

Ik heb de eerste prijs gewonnen.

c)

Ze is ziek gewerden.

d)

Er zijn twee nieuwe leden geworven.

e)

Het paard is aan de boom gebonden.

96.

Wat is fout gespeld?

a)

Marie bindt een touw om de boom.

b)

Gisteren bond Marie de hond vast aan de ketting.

c)

De mannen hebben een dikke touw om de auto gebinden.

97.

Wat is fout gespeld?

a)

Gisteren vouwde ik mijn kleren .

b)

Vandaag vouwt ik mijn jurk.

c)

De kinderen hebben papier gevouwen.

98.

Wat is het hele werkwoord van wierf?

a)

wierven

b)

werven

99.

Wat is fout?

a)

De juffrouw werd moe van het corrigeren.

b)

de studenten zijn moe geworden van het rennen.

c)

De jongen is tien jaar gewerden.

100.

Het glas heeft ....

a)

geglimd

b)

geglomden

c)

geglommen