Font size
WorksheetsVWO 1 - Chapitre 6 ABEF
Total questions: 60
Worksheet time: 30mins
ver(weg)
(a)
tout près
(a)
naar rechts
(a)
rechtdoor
(a)
de straat
(a)
la place
(a)
voor
(a)
où
(a)
hier
(a)
zoeken
(a)
daarna
(a)
met de auto
(a)
met de fiets
(a)
te voet
(a)
op
(a)
waarom
(a)
omdat
(a)
arriver
(a)
bezoeken
(a)
je wilt
(a)
traverser
(a)
de bakkerij
(a)
de richting
(a)
het noorden
(a)
l'est
(a)
het westen
(a)
le marché
(a)
het zuiden
(a)
de wijk
(a)
de winkel
(a)
laat
(a)
mais
(a)
overal
(a)
ensemble
(a)
nog steeds
(a)
morgen
(a)
iets
(a)
malade
(a)
travailler
(a)
ik ken
(a)
vinden
(a)
aider
(a)
winkelen
(a)
drinken
(a)
gamen
(a)
het dorp
(a)
de stad
(a)
het flatgebouw
(a)
bij mij thuis
(a)
het huis
(a)
de tuin
(a)
il faut
(a)
nemen, pakken
(a)
ander
(a)
genoeg, nogal
(a)
meer dan
(a)
te veel mensen
(a)
naast
(a)
het ding
(a)
le jeune
(a)
