wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5 vwo - periode 4

Total questions: 16

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij een normaalkromme zijn steeds het gemiddelde en de standaardafwijking vermeld.
Bereken de oppervlakte van het rode gebied.

(a)  

2.

Bij een normaalkromme zijn steeds het gemiddelde en de standaardafwijking vermeld.
Bereken de oppervlakte van het rode gebied.

(a)  

3.

Bij een normaalkromme zijn steeds het gemiddelde en de standaardafwijking vermeld.
Bereken de oppervlakte van het rode gebied.

(a)  

4.

Bij een normale verdeling is μ\mu =5,8 cm en σ\sigma =0,4 cm.
Hoeveel procent van de waarnemingsgetallen is kleiner dan 5,1 cm?

(a)  

5.

Bij een normale verdeling is μ = 5,8 cm en σ =0,4 cm.
Hoeveel procent van de waarnemingsgetallen ligt tussen 6,1 en 6,4 cm?

(a)  

6.

Bij de normaalkromme is bij gegeven μ\mu en σ\sigma de oppervlakte van het rode gebied vermeld.
Bereken a, rond het antwoord af op 1 decimaal.

(a)  

7.

Bij de normaalkromme is bij gegeven μ\mu en σ\sigma de oppervlakte van het rode gebied vermeld.
Bereken a, rond het antwoord af op 1 decimaal.

(a)  

8.

Los op.

a)

x = - 5 en y = - 4,25

b)

x = 5 en y = - 4,25

c)

x = - 5 en y = 4,25

d)

x = 5 en y = 4,25

9.

Los op.

a)

x = 5,5 en y = - 4

b)

x = 5,5 en y = 4

c)

x = - 5,5 en y = 4

d)

x = -5,5 en y = - 4

10.

Los op.

a)

x = - 3 en y = 1231\frac{2}{3}

b)

x = 3 en y = 1231\frac{2}{3}

c)

x = - 3 en y = 123-1\frac{2}{3}

d)

x = 3 en y = 123-1\frac{2}{3}

11.

Bereken de coördinaten van het snijpunt van de lijnen l : 3x - 2y = - 12 en m : x + 4y = 38.

a)

Het snijpunt is (2,9).

b)

Het snijpunt is (-2,9).

c)

Het snijpunt is (2,-9).

d)

Het snijpunt is (-2,-9).

12.

Welke beperkende voorwaarden kunnen er worden opgesteld?

a)

x \ge 0
y \ge 0

b)

x \le 0

y \le 0

c)

9x + 15y \ge 48000
3x + 3y \ge 10000
50x + 40y \ge 120000

d)

9x + 15y \le 48000
3x + 3y \le 10000
50x + 40y \le 120000

13.

Een doelfunctie neemt de maximale of de minimale waarde aan in een hoekpunt van het toegestane gebied.

a)
WAAR
b)
Onwaar
14.

Een lineair programmeringsprobleem heeft meer dan één oplossing als de isolijnen van de doelfunctie evenwijdig zijn met één van de randen van het toegestane gebied.

a)
WAAR
b)
Onwaar
15.
a)

8,7%

b)

8,3%

c)

8,5%

d)

8,1%

16.
a)

0,731

b)

0,073

c)

0,072

d)

0,726