Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

dierfysio 1 Quiz

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat regelt het ademcentrum?

a)

De bloedsomloop

b)

De ademhaling

c)

De spijsvertering

d)

De temperatuur

2.

Wat is een ademprikkel?

a)

Een verandering in zuurstofgehalte

b)

Een verandering in temperatuur

c)

Een verandering in koolstofdioxidegehalte

d)

Een verandering in bloeddruk

3.

Wat is het ademvolume?

a)

De hoeveelheid lucht die je met rustige ademhaling in en uit ademt

b)

De hoeveelheid lucht die je uitademt

c)

De hoeveelheid lucht die je inademt

d)

De hoeveelheid lucht die je niet kunt inademen

4.

Wat doet het ADH hormoon?

a)

Stimuleert de terugresorptie van water

b)

Stimuleert de ademhaling

c)

Stimuleert de afbraak van vet

d)

Stimuleert de bloedsomloop

5.

Wat is adrenaline?

a)

Een type bloedcel

b)

Een hormoon dat door het bijniermerg wordt afgescheiden

c)

Een type spierweefsel

d)

Een soort enzym

6.

Wat zijn alveoli?

a)

Spiercellen

b)

Bloedvaten

c)

Longblaasjes

d)

Zenuwcellen

7.

Wat is astma?

a)

Een ziekte van de huid

b)

Een aandoening van de longen

c)

Een type bloeddruk

d)

Een soort hormoon

8.

Wat is bilirubine?

a)

Een type bloedcel

b)

Een galkleurstof

c)

Een hormoon

d)

Een soort eiwit

9.

Wat is bloeddruk?

a)

De druk van de lucht

b)

De druk die het bloed uitoefent op de wand van een bloedvat

c)

De druk in de longen

d)

De druk in de maag

10.

Wat zijn bronchiën?

a)

De luchtpijp vertakt zich in twee bronchiën

b)

De longblaasjes

c)

De bloedvaten

d)

De zenuwen

11.

Wat zijn bronchiolen?

a)

De longblaasjes

b)

De hoofdbronchiën

c)

Fijnere zijtakjes van de bronchiën

d)

De bloedvaten

12.

Wat is een chemoreceptor?

a)

Een cel die geprikkeld wordt door chemische veranderingen

b)

Een type bloedcel

c)

Een soort hormoon

d)

Een spierweefsel

13.

Wat is chronische bronchitis?

a)

Een acute longziekte

b)

Een type allergie

c)

Een vorm van COPD met langdurige ontsteking

d)

Een soort astma

14.

Wat is detoxificatie?

a)

Het afbreken van vetten

b)

Het stimuleren van de ademhaling

c)

Het verwijderen van schadelijke stoffen

d)

Het verhogen van de bloeddruk

15.

Wat is dialyse?

a)

Het zuiveren van het bloed

b)

Het verhogen van de bloeddruk

c)

Het stimuleren van de spijsvertering

d)

Het afbreken van eiwitten

16.

Wat is de dode ruimte?

a)

Lucht die in de longblaasjes komt

b)

Lucht die niet verder komt dan de bronchiën

c)

Lucht die in de bloedvaten komt

d)

Lucht die in de maag komt

17.

Wat is een effector?

a)

Een cel die prikkels opneemt

b)

Een type bloedcel

c)

Een spier of klier die reageert op een prikkel

d)

Een soort hormoon

18.

Wat is emulgeren?

a)

Het verkleinen van vetdruppeltjes

b)

Het afbreken van eiwitten

c)

Het verhogen van de bloeddruk

d)

Het stimuleren van de ademhaling

19.

Wat is een essentieel aminozuur?

a)

Een aminozuur dat in voedsel moet zitten

b)

Een type vet

c)

Een aminozuur dat het lichaam zelf kan maken

d)

Een soort hormoon

20.

Wat is glucagon?

a)

Een hormoon dat het glucosegehalte verhoogt

b)

Een type bloedcel

c)

Een type vet

d)

Een soort eiwit

21.

Wat is hemoglobine?

a)

Een kleurstof in rode bloedcellen

b)

Een type spierweefsel

c)

Een type bloedvat

d)

Een soort hormoon

22.

Wat is homeostase?

a)

Het stimuleren van de ademhaling

b)

Het verhogen van de bloeddruk

c)

Het afbreken van vetten

d)

Het vermogen om in balans te blijven

23.

Wat zijn huidmondjes?

a)

De longblaasjes

b)

Openingen in de opperhuid van planten

c)

De zenuwen

d)

De bloedvaten

24.

Wat is hyperventilatie?

a)

Te weinig ademhalen

b)

Te veel ademhalen

c)

Een soort astma

d)

Een type allergie