Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Renaissance oefenen

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

In welk land is renaissance begonnen?

a)

Italië

b)

Frankrijk

c)

Nederland

d)

Spanje

2.

Wat veranderde er voor schrijvers in de renaissance?

a)

Hun naam kwam vaker op het werk te staan.

b)

Het werd moeilijker om hun werk te verspreiden.

c)

Er werd minder geld mee verdiend.

d)

Er kwamen minder afbeeldingen in hun werk te staan.

3.

Welke uitspraak over de Gijsbreght van Aemstel klopt niet?

a)

Er komen vijf bedrijven in voor.

b)

Er is eenheid van tijd, plaats en handeling.

c)

Het verhaal speelt zich af rond Pasen.

d)

Het gaat over de val van Amsterdam.

4.

Wie is Warenar?

a)

Een kok

b)

Een hofnar

c)

Marcus / Jasmine

d)

Een oude gierigaard

5.

Welke eigenschap van zichzelf benoemt Willem niet in het eerste couplet van het Wilhelmus?

a)

Hij is van Duits bloed

b)

Hij is dapper ('vrij onverveerd')

c)

Hij is van Nederlands bloed

d)

Hij is altijd trouw geweest aan de koning van Spanje

6.

Voor wie waren de emblemen en didactische verhalen van Jacob Cats vooral bedoeld?

a)

ouderen

b)

kinderen

c)

jongeren

d)

jonge ouders

7.

Wat was geen doel van het Wilhelmus?

a)

Propaganda voeren voor Willem van Oranje

b)

Hoge verkoopcijfers voor de schrijver

c)

Opstand tegen Spanje verdedigen

d)

Burgers moed inspreken in de strijd tegen Spanje

8.

Wat is kenmerkend voor de stijl van Bredero?

a)

Hij schrijft in hoogdravende taal.

b)

Hij beschrijft veel passages uit de mythologie.

c)

Hij schrijft over het alledaagse leven.

d)

Hij schrijft vooral tragedies.

9.

Welke uitspraak over Jacob Cats is niet waar?

a)

Hij was de schrijver van het verhaal Het Spaans heidinnetje

b)

Hij schreef lange verhalen in prozavorm

c)

Hij beschouwde het gezin als de hoeksteen van de samenleving

d)

Hij schrijf zijn verhalen op rijm

10.

Hoe heet de stroming die vanaf de veertiende eeuw steeds meer het mensbeeld bepaalt?

a)

Theocentrisme

b)

Humanisme

c)

rationalisme

d)

feminisme