wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toegepaste Economie

Total questions: 24

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent HR?

a)

Human Relations Management

b)

Human Resource Management

c)

Human Recruitment Management

d)

Human Rights Monitoring

2.

Wat is een voordeel van interne rekrutering?

a)

Duurdere selectieprocedure

b)

Meer opleiding nodig

c)

Nieuwe ideeën van buitenaf

d)

Snellere aanpassing aan de bedrijfscultuur

3.

Welke van de volgende behoort niet tot de fasen van personeelsbeheer?

a)

Instroom

b)

Overname

c)

Uitstroom

d)

Doorgroei

4.

Welk document is essentieel bij de aanwerving van een werknemer?

a)

Arbeidsovereenkomst

b)

Bestelbon

c)

Marketingplan

d)

Leveringsnota

5.

Wat wordt bedoeld met 'employer branding'?

a)

De merknaam van producten versterken

b)

De reputatie van het bedrijf als werkgever verbeteren

c)

Een HR-softwareprogramma

d)

De naam van een werknemer beschermen

6.

Welke factor beïnvloedt de motivatie van werknemers het minst?

a)

Werksfeer

b)

Loon

c)

Afstand woon-werk

d)

Reputatie van de CEO

7.

Wat is het verschil tussen brutoloon en nettoloon?

a)

Brutoloon is lager dan nettoloon

b)

Nettoloon is het loon na inhoudingen

c)

Brutoloon is het loon na belastingen

d)

Nettoloon bevat extra legale voordelen

8.

Wat is de rol van een onthaalbeleid?

a)

Nieuwe klanten overtuigen

b)

Nieuwe werknemers verwelkomen en begeleiden

c)

Administratie vereenvoudigen

d)


D.

9.

Wat is het doel van een opleidingsplan?

a)

Loonkosten beperken

b)

Reorganisatie vermijden

c)

Competenties van werknemers verbeteren

d)

Ziekteverzuim verminderen

10.

Wat is de eerste fase in de customer journey?

a)

Overweging

b)

Aankoop

c)

Bewustwording

d)

Service

11.

Wat is een touchpoint?

a)

Een kortingsactie

b)

Een verkoopmoment

c)

Een contactmoment tussen klant en onderneming

d)

Een promotiemiddel

12.

Welke beleving ervaart de klant als het product op tijd geleverd wordt?

a)

Emotionele beleving

b)

Functionele beleving

c)

Loyaliteitsbeleving

d)

Ambassadeursbeleving

13.

Wat is het doel van customer journey mapping?

a)

Meer producten verkopen

b)

Fouten in het productieproces opsporen

c)

Touchpoints in kaart brengen

d)

Prijzen analyseren

14.

Wat is een buyer persona?

a)

Een medewerker van de marketingafdeling

b)

Een fictieve klant uit een doelgroep

c)

Een ambassadeur van het merk

d)

Een prijsstrategie

15.

Wat kan een onderneming doen in de servicefase?

a)

De klant advertenties sturen

b)

Het product aanpassen

c)

Een tevredenheidsenquête sturen

d)

Een nieuwe klant zoeken

16.

Wat is het verschil tussen 4 P’s en 4 C’s in marketingmix?

a)

4 C’s zijn duurder

b)

4 P’s zijn klantgericht

c)

4 C’s vertrekken vanuit klantperspectief

d)

Er is geen verschil

17.

Wat is targeting?

a)

Productontwikkeling

b)

Het kiezen van een doelgroep

c)

Het berekenen van winst

d)

Het bepalen van de prijs

18.

Welke strategie richt zich op de laagste kosten in de sector?

a)

Differentiatie

b)

Kostenfocus

c)

Kostenleiderschap

d)

Positionering

19.

Wat is een USP?

a)

Een garantiecertificaat

b)

Unieke eigenschap van een product

c)

Prijskorting

d)

Marktsegment

20.

Wat is het kernproduct volgens de productui?

a)

Garantie

b)

Verpakking

c)

Het fundamentele voordeel van het product

d)

De stijl

21.

Wat is een voorbeeld van een specialty good?

a)

Tandpasta

b)

Luxeauto

c)

Melk

d)

Notitieboekje

22.

Wat is een collectief merk?

a)

Een merk dat alleen door één winkel verkocht wordt

b)

Een merk voor budgetproducten

c)

Een merk waaronder meerdere producten vallen

d)

Een anoniem merk

23.

Wat is een voordeel van een A-merk?

a)

Lage productiekosten

b)

Lage prijs

c)

Hoge klantentrouw

d)

Weinig reclame nodig

24.

Wat is merkextensie?

a)

Een nieuw merk ontwikkelen

b)

Een bestaande merknaam gebruiken voor een nieuw product

c)

De prijs verhogen

d)

Een winkel sluiten