wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1m 1 ak

Total questions: 35

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de opbouw van de aarde?

a)

Aardkern-Aardkorst-Aardmantel

b)

Aardmantel-Aardkern-Aardkorst

c)

Aardkorst-Aardmantel-Aardkern

d)

Aardkorst-Aardkern-Aardmantel

2.

Wat is de goede beschrijving voor een aardbeving?

a)

Het schudden van huizen.

b)

Het trillen van de grond.

c)

Een trilling van de aardkorst die ontstaat door opbouw van spanning bij plaatranden.

3.

Wat is de Schaal van Richter?

a)

Hiermee meet je de kracht van een vulkaan.

b)

Hiermee zie je de aardplaten verschuiven.

c)

Hiermee meet je de sterkte van een aardbeving.

d)

Hiermee voel je een aardbeving aankomen.

4.

Waar komen aardbevingen voor?

a)

Aan de rand van een aardplaat.

b)

Midden op een aardplaat.

5.

Wat is een goede beschrijving van het begrip vulkaan?

a)

Een berg waar lava uitkomt.

b)

Een gat in de grond.

c)

Een plek in de aardkorst waar magma uit de mantel aan het aardoppervlak komt.

6.

Wat is magma?

a)

Een vloeistof.

b)

Een vloeibaar gesteente in de mantel.

c)

Vloeibaar gesteente op de aardkorst.

7.

Wat gebeurd er bij een midoceanische rug?

a)

Helemaal niets.

b)

Er worden twee delen van een oceaanbodem uit elkaar getrokken. Zo ontstaat er een kier in de aardkorst, die direct gevuld wordt met magma. Hierdoor ontstaat een nieuw stukje oceaanbodem.

c)

Er verdwijnt oceaanbodem in de aardmantel.

8.

Waarom is een aardbeving gevaarlijker dan een vulkaanuitbarsting?

a)

Een aardbeving is heftiger dan een vulkaan.

b)

Een aardbeving is onvoorspelbaarder dan een vulkaan.

c)

Een vulkaanuitbarsting is minder goed te voorspellen.

9.

Vulkanen komen voor

a)

langs de randen van platen

b)

in het midden van een plaat

c)

In de aardkorst

d)

Ver weg van breuken

10.

Gunstige gevolgen van een vulkaanuitbarsting:

a)

Kostbare metalen en bruikbare stenen

b)

onbruikbare stenen en kostbare metalen

c)

Vruchtbare grond

d)

Veel aandacht in het nieuws

11.

Een slapende vulkaan is een vulkaan die

a)

nog wel een keer zou kunnen uitbarsten

b)

af en toe uitbarst

c)

nooit meer kan uitbarsten

12.

Welk type vulkaan zie je op de foto?

a)

Schildvulkaan

b)

Stratovulkaan

c)

Caldeira

d)

Spleetvulkaan

13.

Bron 4 pagina 15, kies de juiste stelling

a)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen enkel aardbevingen voor.

b)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen enkel tsunami's voor.

c)

Door de tektonische activiteit komen er in Japen vulkaan uitbarstingen, tsunami's, aardbevingen en gebergtevorming voor.

14.

Bron 4 pagina 15, kies de juiste stelling

a)

Japan ligt in de buurt van 4 tektonische platen

b)

Japan ligt in de buurt van 2 tektonische platen

c)

Japan ligt in de buurt van 5 tektonische platen

d)

Japan ligt in de buurt van 3 tektonische platen

15.

Bron 4 pagina 15, kies de juiste stelling

a)

Vulkanen komen in deze regio enkel op het land voor

b)

Vulkanen komen in deze regio vooral in zee voor

c)

Vulkanen komen in deze regio zowel in zee als op land voor

16.

Aan de grens van een aardplaat komen de minste aardbevingen voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Een tsunami ontstaat door een aardbeving onder water.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Op welke plek in de kaart komen aardbevingen vaker voor?

a)

Plek A

b)

Plek B

c)

Plek C

19.

Bij welke twee plaatjes zijn er aardbevingen?

a)

Bovenste plaatje

b)

Middelste plaatje

c)

Onderste plaatje

20.

Dit is de binnenkant van de aarde. Wat hoort er op nummer 3?

a)

De kern

b)

De mantel

c)

De aardkorst

21.

Nederland ligt

a)

In het midden van een plaat

b)

Aan de rand van een plaat

22.

Welke twee soorten platen zijn er?

a)

Bergplaten en zeeplaten

b)

Landplaten en oceaanplaten

c)

Oceaanplaten en zeeplaten

d)

Bergplaten en meerplaten

23.

Een aardbeving met een kracht van 3 op de schaal van Richter is:

a)

Zwaar

b)

Zwak

24.

Magma zit binnenin de vulkaan.

a)

Ja!

b)

Nee!

25.

Lava is gesmolten steen

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Een tsunami wordt hoog omdat de kust het water omhoog duwt.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Welk onderdeel is de mantel?

Noteer het juiste nummer.

(a)  

28.
Bij een Mid- Oceanische rug schuiven twee plaaten.....
a)
Langs elkaar
b)
Van elkaar weg
c)
Naar elkaar toe
29.

Wanneer ontstaat een vulkaan?

a)

Als een landplaat botst op een landplaat

b)

Als een zeeplaat botst op een landplaat

30.

Wanneer ontstaat een rug?

a)

Als twee platen uit elkaar drijven

b)

Als twee platen langs elkaar drijven

c)

Als twee platen naar elkaar drijven

31.

Lees het onderstaande berichtje:

In Ijsland is vijf over tien in de ochtend plaatselijke tijd een vulkaan uitgebarsten. De vulkaan was al een tijdje slapend. De lava kwam met behoorlijke kracht eruit en verspreide zich over een groot oppervlakte.


Over wat voor een soort vulkaan en vulkanisme wordt hier gesproken

a)

een stratovulkaan en explosief vulkanisme

b)

een stratovulkaan en effusief vulkanisme

c)

een schildvulkaan en effusief vulkanisme

d)

een schildvulkaan en explosief vulkanisme

32.

Kijk naar het plaatje. Welke soort vulkaan is dit?

a)

caldeira vulkaan

b)

schildvulkaan

c)

hotspot

d)

stratovulkaan

33.

Wanneer is er veel schade door aardbevingen? (meerdere antwoorden)

a)

In een dichtbevolkt gebied

b)

Door slechte constructie van gebouwen

c)

Als er veel natrillingen zijn

d)

In een dunbevolkt gebied

e)

De duur van de trillingen

34.

Wat voor soort vulkaan zie je op het plaatje?

a)

Schilvulkaan

b)

Stratovulkaan

35.

Wat voor soort vulkaan zie je op het plaatje?

a)

Schildvulkaan

b)

Stratovulkaan