Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Afsluitende quiz Havo 4 stedelijke leefomgeving

Total questions: 24

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Welke steden horen bij de Randstad?

a)

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht,

b)

Eindhoven Breda en Tilburg

c)

Maastricht - Goes en Terneuzen

d)

Rotterdam, Den Haag, Leiden en Delft

2.

Hoe noemen we het gebied binnen in de Randstad?

a)
Amsterdam
b)

Landbouw Hart

c)
Groene Hart
d)
Zuid-Holland
3.

1. Ouderdom van de woning, 2. eigendom, 3. woningtype, 4. staat van onderhoud.

(a)  

4.

De belangrijkste kenmerken van een bepaalde buurt samengevat: bewonerskenmerken, woningkenmerken en omgevingskenmerken.

(a)  

5.

Wat zijn voorbeelden van krimpregio's?

a)

Gelderland, Groningen, Flevoland

b)

Noord-Holland, Limburg,

Drenthe

c)

Noordoost Groningen, Zeeuws Vlaanderen, Zuid-Limburg

6.

Als een verlaten bedrijventerrein wordt verbouwd tot nieuwbouwlocatie met een mix van wonen, werken en recreëren , noem je dat:

a)

stadsvernieuwing

b)

herstructurering

c)

gentrification

7.

Welke maatregel kan de gemeente nemen in de openbare ruimte om de sociale cohesie in een wijk te bevorderen?

a)

fitnessapparaten neerzetten in een park

b)

groene daken aanleggen op bushokjes

c)

meer politie op straat

d)

de sociale huurwoningen opknappen

8.

Wat is een kenmerk van een creatieve stad?

a)

Een afname van werkgelegenheid

b)

Een laagopgeleide bevolking

c)

Een hoog brp/hoofd

d)

Veel landbouw en veeteelt

9.

Waar werden in grote aantallen woningen in de Randstad gebouwd tijdens het VINEX-beleid?

a)

In de landelijke gebieden

b)

Aan de rand van de grote steden

c)

In de groeikernen buiten de Randstad

d)

In het historisch centrum

10.

Wat zijn de twee vormen van ruimtelijk beleid in Nederland?

a)

Modernisatiebeleid en traditioneel beleid

b)

Uitbreidingsbeleid en inkrimpingsbeleid

c)

Centralisatiebeleid en decentralisatiebeleid

d)

Spreidingsbeleid en concentratiebeleid

11.

Waarom stimuleert de overheid metropoolvorming?

a)

Om de steden te isoleren

b)

Om de concurrentiepositie in Europa te versterken

c)

Om de bevolking te verkleinen

d)

Om de steden te decentraliseren

12.

Wat is metropoolvorming?

a)

Een proces van decentralisatie van stedelijke functies

b)

Een proces van isolatie van steden

c)

Een proces van verkleining van steden

d)

Een proces van globalisering in de stedelijke samenleving, waarbij grootstedelijke functies zich concentreren in één metropool

13.

Wat is een smart city?

a)

Een stad waar geen technologie wordt gebruikt

b)

Een stad waar alleen oude technologie wordt gebruikt

c)

Een stad die maximaal gebruikmaakt van digitale technologie zoals computers en internet

d)

Een stad waar geen internet is

14.

Wat is een duurzame stad?

a)

Een stad die geen rekening houdt met toekomstige generaties

b)

Een stad die veel afval produceert

c)

Een stad die energieneutraal is en afval hergebruikt

d)

Een stad die geen groene ruimtes heeft

15.

Uit welke tijd stamt de volgende wijk:

-         Kleine karakteristieke woningen

-         Eentonige aaneengesloten bebouwing

Smalle straten en recht stratenpatroon

a)

1870-1910

b)

1910-1940

c)

1950-1975

d)

na 1975

16.

Uit welke tijd stamt de volgende wijk:

  Veel hoogbouw (portiek- en galerijflats)

Eentonige bebouwing, vooral rijtjeshuizen

a)

1870-1910

b)

1910-1940

c)

1950-1975

d)

na 1975

17.

Uit welke tijd stamt onderstaande wijk?

-         Voornamelijk eengezinswoningen

-         Speelse, gevarieerde bebouwing

-         Kronkelig stratenpatroon, woonerven

a)

1870-1910

b)

1910-1940

c)

1950-1975

d)

1975-1999

18.

In welke bouwperiode zijn de meeste wijken gebouwd waar nu gentrification plaatsvindt?

  

a)

  Tussen 1870 en 1910

b)

Tussen 1920 en 1940

c)

  Tussen 1950 en 1970

d)

Na 1970

19.

Welke van de volgende zinnen gaan over objectieve sociale veiligheid?

a)

A          Dat fietspad door het park is overdag leuk, maar gisteravond werd mijn vriendin daar door een paar mannen nageroepen.

b)

B          Die camera’s lijken toch echt te werken: mensen voelden zich afgelopen jaar veiliger

c)

C         Sinds de buurtagent wegbezuinigd is, lijkt het of die jongelui zich minder van de regels aantrekken

d)

D         Inbraak en geweldpleging zijn in deze wijk sterk gedaald.

20.

Hoe noem je het fenomeen als een wijk volledig opgeknapt wordt en de leefbaarheid daardoor beter wordt?

a)

Herstructurering

b)

Aanpassingstaak

c)

Re-urbanisatie

d)

Publiek-private samenwerking

21.

Bekijk de afbeelding. Wat zien we hier?

a)

Saneren

b)

Restaureren

c)

Renoveren

22.

Wat valt er onder 'de publieke sector'?

a)

Bedrijven

b)

De overheid

c)

Winkels en horeca

23.

Bekijk het plaatje. Wat is een science park?

a)

Een locatie waar universiteiten en bedrijven nauw samenwerken.

b)

Een locatie waar veel chemische proeven gedaan worden.

c)

Een locatie waar alleen maar universiteiten zitten

24.

Wat is ruimtelijke segregatie?

a)

Als bevolkingsgroepen gescheiden leven in een stad

b)

Als bevolkingsgroepen gemengd wonen door de hele stad